3. Maar Simson lag tot middernacht toe in het huis van de hoer. Toen stond hij op om middernacht, toen de wachters in slaap gevallen waren, en hij greep de deuren van de stadspoort 1) met de beide posten, waaraan zij vastgemaakt waren, en nam ze door zijn bovenmenselijke sterkte weg met de grendelboom, en legde ze op zijn schouders, en droeg ze 3/4 uur ver door het diepe zand opwaarts op de hoogte van de zuid-oostelijk van de stad gelegen berg, 2) die in het gezicht 3) van Hebron is, waarvan men wel niet de stad, maar het gebergte van Hebron kan zien.
1) De poorten waren, zoals bekend is, tekens van de kracht van de steden. Wat van Abraham gezegd is (Genesis 22:17): "uw nageslacht zal de poorten van zijn vijanden erfelijk bezitten," heeft Simson letterlijk volbracht. Wanneer Rebekka de zegenwens ontvangt (Genesis 24:60): "uw nageslacht bezitte de poort van zijn haters," zo ziet men de algemeenheid van de gedachte, dat het in bezit nemen van de poorten de gehele overwinning was. Daarom lieten in het oosten overwinnende vorsten in letterlijke zin de stadspoorten wegdragen (vgl. Hammer Gesch. der Osman. Reichs. I 267). Daarom liet Al Manzor, toen hij Santiago de Compostella veroverd had, de deuren van de St. Jakobskerk wegnemen en ze ten teken van zijn overwinning door Christenen op hun schouders naar Cordoba dragen (Ferreras Gesch. von Spaniën, 3:145)..
Dat Simsons reuzenonderneming slaagt, hoewel hij op zijn weg naar Gaza niet op de wegen van de Heere wandelt, gebeurt om de roeping, die hem gegeven is. Hij is hier slechts een werktuig, waarvan God zich nog een tijd lang bedienen wil, tot het daarna om zijn onwaardigheid verbroken wordt, om aan de Filistijnen te tonen, dat zij niets tegen Israël vermogen, wanneer het in de kracht van de Heere zou opstaan. Juist daardoor, dat hij zich hier met een hoer afgeeft en spoedig daarop (Vers 4vv.) in de netten van een Filistijns meisje raakte, dat hem tot verderf wordt, verschijnt hij, die wij tot hiertoe reeds als Israëls karakterbeeld hebben leren kennen, opnieuw in dit licht. Het door hem gewenste huwelijk met een Filistijns meisje in 14 en zijn losmaking van de wet om geen aas aan te raken, die wij in 14:8vv. en in 15:15vv. zagen, was reeds een afbeelding van Israëls verbondsbreuk. Ook hier spiegelt hij de geestelijke hoererij van zijn volk af, dat altijd door de gehele tijd van de richters, kwaad deed tegen de Heere en vreemde Goden diende, om tenslotte geheel in de slavernij van de Filistijnen te geraken, en zelfs zijn heiligdom, de ark van het verbond, te verliezen, evenals Simson hun zijn haar, het onderpand en teken van zijn gemeenschap met God, prijsgaf. Nadat hij vervolgens boete gedaan had en tot de God van zijn heil teruggekeerd was, intussen zijn hoofdhaar opnieuw aangegroeid is, verkrijgt hij zijn goddelijke krachten weer en wordt hij zijn verdervers tot verderf: dat vertegenwoordigt ons de tijd, toen David aan de heerschappij van de Filistijnen een einde maakte, de ark van het verbond naar Jeruzalem bracht en de godsdienst, die verwaarloosd was, weer opnieuw regelde (2 Samuël 5:17-6:23).. 2) V.d.Velde noemt deze berg el-Montar en zegt: "deze kan, naar mijn oordeel, geen andere zijn, dan die, waarop Simson de deuren van de stadspoort bracht. Hebron zelf is natuurlijk vanaf el-Montar niet te zien, maar de strekking van deze Bijbelpassage is dunkt mij, het gebergte van Hebron, want anders had Simson, zo hij nacht en dag had doorgelopen pas op de avond van de volgende dag, na zijn vlucht uit Gaza, tot in het gezicht van de stad Hebron kunnen komen. De stadspoort van het Gaza uit die dagen is waarschijnlijk weinig minder dan 3/4 uur van de heuvel el-Montar verwijderd geweest. Met de zware postdeuren en haar grendelboom op zijn schouders door een weg van dik zand naar dezen heuveltop te klimmen, is een feit dat slechts Simson volbracht kon hebben.".
3) Wij hebben dit vers verklaard, ons aansluitende bij een oude overlevering, die het hoogste punt van de oostwaarts van Gaza lopende rij heuvels als de plaats aanwijst, waarheen Simson de poort gedragen heeft; deze, een bijna alleenstaande berg, thans Wely el Montar genaamd, naar het graf van een Islamitische heilige dat zich daarop bevindt, geeft een voortreffelijk uitzicht over heel het omliggende land. Niets verhindert ons deze traditie te behouden omdat, zoals Starke opmerkt de uitdrukking "in het gezicht van Hebron" in de algemene betekenis: "tegenover Hebron" te nemen is, dat ook bij een ligging op aanmerkelijke afstand (Hebron is van Gaza ongeveer 9 mijl verwijderd) gezegd kan worden (Deuteronomium 32:48 Jozua 13:25). Waarschijnlijk is deze aanwijzing gegeven, omdat Simson zich na zijn daad naar dat middelpunt van Juda's gebergte teruggetrokken heeft, de poorten op een plaats achterlatende, waar zij de Gazieten spoedig in het oog moesten vallen..
Simson is een type van Christus' overwinning over dood en graf. Christus heeft niet alleen de steen weggewenteld van Zijn graf, maar Hij heeft de deuren van het graf weggedragen en heeft het voor altijd nagelaten als een open gevangenis voor allen, die de Zijnen zijn; het zal, het kan niet houden. O dood, waar is uw prikkel? Waar is uw overwinning? Waar zijn uw poorten. Dank zij Hem, dat Hij niet alleen een overwinning voor Zichzelf behaald heeft, maar ons de overwinning gegeven heeft..
In het Hebreeuws Al-phene enz. zoals Keil terecht aanmerkt evenals in Genesis 18:16 eenvoudig de richting naar Hebron aanwijzende. Vergelijk Deuteronomium 32:29, waar hetzelfde gezegd wordt ten opzichte van de berg Nebo en Jericho, hoewel Jericho 4 geografische mijlen van Nebo verwijderd lag..