Richteren 13:1-7
Het eerste vers geeft een kort bericht, dat wij maar al te dikwijls reeds ontmoet hebben: de grote benauwdheid, waarin Israël verkeerde en de aanleiding daarvan om een verlosser te verwekken. Evenals vroeger, deden zij wat kwaad was in de ogen des Heeren, en toen heeft God hen, evenals vroeger, verlost uit de handen van hun vijanden. Ware er geen zonde geweest, er zou geen verlosser nodig geweest zijn, maar de zonde meerder geworden zijnde, is de genade veel meer overvloedig geweest. De vijanden, aan wie God hen nu had verkocht waren de Filistijnen, hun naaste naburen, die binnen hun land waren, het eerste en voornaamste van de volken, die aan het verderf gewijd waren, maar die de Heere liet blijven om door hen Israël te beproeven, Hoofdstuk 3:1-3, de vijf vorsten van de Filistijnen, in vergelijking met Israël een onbeduidend volk, (zij bezaten slechts vijf steden van enige betekenis) en toch waren zij, toen God gebruik van hen maakte als de roede in Zijn hand, zeer verdrukkend en zeer kwellend. En deze onderdrukking duurde langer dan een van de vorige, veertig jaren lang hield zij aan, hoewel waarschijnlijk niet altijd even sterk.
Toen Israël in die benauwdheid verkeerde, werd Simson geboren, en hier hebben wij de voorzegging van zijn geboorte door een engel. Wij hebben te letten op:
I. Zijn afkomst. Hij was uit de stam van Dan, vers 2. Dan betekent een richter, of gericht, Genesis 30:6. En waarschijnlijk was het met het oog op Simson, dat de stervende Jakob voorzegd heeft: "Dan zal zijn volk richten," dat is: "Hij zal een richter voortbrengen voor zijn volk, ofschoon hij een zoon is van een van de dienstmaagden, even goed als een van de andere stammen van Israël, Genesis 49:16. Het erfdeel van de stam van Dan grensde aan het land van de Filistijnen, en daarom was iemand uit die stam het meest geschikt om hen te beteugelen. Zijn ouders zijn lang kinderloos gebleven. Veel uitnemende personen zijn geboren uit moeders, aan wie gedurende lange tijd de zegen van kinderen voort te brengen was onthouden, zoals Izak, Jozef, Samuël en Johannes de Doper, opdat de zegen zoveel lieflijker voor haar zijn zou, als zij hem eindelijk deelachtig werden. "Zing vrolijk, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt' Jesaja 54:1. Zegeningen, die lang verbeid werden, blijken dikwijls grote, bijzondere zegeningen te zijn, wèl waardig om er op gewacht te hebben, en anderen kunnen erdoor aangemoedigd worden om op Gods genade te blijven hopen.
II. De blijde tijding, gebracht aan zijn moeder, dat zij een zoon zal hebben. De bode was een engel des Heeren, vers 3, maar in de gedaante van een man, met het voorkomen en het gewaad van een profeet of man van God. En deze engel was, zoals de geleerde bisschop Patrick onderstelt bij vers 18 de Heere zelf dat is: Het Woord des Heeren die de Messias zijn zal, want Zijn naam wordt genoemd Wonderlijk, vers 18, en JAHWEH, vers 19. De grote Verlosser stelde zeer bijzonder belang in deze typische verlosser. Het was niet zozeer om de wille van Manoach en zijn vrouw, onbekende Danieten, dat deze buitengewone boodschap gezonden werd, maar om Israëls wil, wier verlosser hij zijn zou, en dat niet alleen, maar daar zijn diensten aan Israël niet geheel schijnen beantwoord te hebben aan het grootse van zijn komst, ter wille van de Messias, wiens type hij zijn zal, en wiens geboorte, evenals de zijne, door een engel aangekondigd moet worden.
In de boodschap, die de engel overbrengt:
1. Neemt hij nota van haar beproeving: Zie nu, gij zijt onvruchtbaar en hebt niet gebaard. Hieruit kon zij afleiden, dat hij een profeet was, omdat hij, een vreemdeling, die zij nooit tevoren gezien had, toch wist dat dit haar verdriet was. Hij spreekt er van, niet om het haar te verwijten, maar omdat zij misschien juist op dat ogenblik dacht aan deze beproeving en haar lot beklaagde als van een, die kinderloos was aangeschreven. God zendt dikwijls zeer ter rechter tijd vertroosting aan Zijn volk, juist als zij hun leed het diepst gevoelen. "Zie, nu zijt gij onvruchtbaar, maar gij zult het niet altoos wezen", zoals zij vreesde, of "het nog lang zijn".
2. Hij verzekert haar, dat zij zwanger zat worden en een zoon baren, vers 3, en herhaalt dit, vers 5. Om de kracht te tonen van een Goddelijk woord is de sterkste man, die ooit geleefd heeft, een kind van de belofte geweest, zoals Izak geboren was krachtens een belofte en door geloof in die belofte, Hebreeën 11:11, Galaten 4:23. Aan menige vrouw is door Gods voorzienigheid, nadat zij lang onvruchtbaar is geweest, een zoon geboren, maar Simson door de belofte, omdat hij een afschaduwing was van het Beloofde Zaad, dat zolang door de heiligen van het Oude Testament verwacht werd.
3. Hij beveelt dat het kind een nazireër zijn zal van zijn geboorte af, en dat de moeder daarom onderworpen moest zijn aan de wet van de nazireërs, (hoewel niet onder de gelofte er van) geen wijn noch sterken drank moest drinken, zolang dit kind aan haar zijn voedsel ontleende, hetzij in de moederschoot of aan de borst, vers 4, 5.
Merk op: Deze verlosser van Israël moet op de striktste wijze aan God gewijd zijn en een voorbeeld zijn van heiligheid. Er wordt van gesproken als van een vriendelijkheid jegens het volk, dat God sommigen uit hun jongelingen tot nazireërs heeft verwekt, Amos 2:11. Andere richters hadden, als het volk afvallig was geworden van God, een hervorming onder hen teweeggebracht, maar Simson moest optreden als meer dan iemand aan hun God gewijd, en niettegenstaande hetgeen wij lezen van zijn gebreken, hebben wij reden te denken dat hij, door God tot nazireër gemaakt zijnde, toch in zijn levenswandel niet slechts de ceremonie, maar de zaak, het wezen, getoond heeft van dat "de Heere afgezonderd te zijn" waarin het nazireërschap bestond, Numeri 6:2. Zij, die anderen willen behouden, moeten zich door bijzondere Godsvrucht onderscheiden. Samuël, die Israëls verlossing van de Filistijnen voortzette, was een nazireër door de gelofte van zijn moeder, 1 Samuël 1:11, zoals Simson het was door het bevel van God. De moeder van deze verlosser moet dus zichzelf verloochenen en niets onreine eten, wat op een andere tijd geoorloofd was daar moest zij zich nu van onthouden. Gelijk de belofte haar geloof beproefde, zo werd door dit gebod haar gehoorzaamheid op de proef gesteld, want die beide worden door God geëist van hen, aan wie Hij Zijn gunst wil schenken. Zwangere vrouwen moeten zich zorgvuldig onthouden van alles, wat op enigerlei wijze schadelijk kan wezen voor de gezondheid van de vrucht in haar buik. En misschien moest Simsons moeder zich onthouden van wijn en sterke drank niet alleen omdat hij bestemd was een nazireër te zijn, maar ook omdat hij bestemd was een man van grote lichaamskracht te wezen, waartoe de soberheid en matigheid van zijn moeder veel zou bijdragen.
4. Hij voorzegt de dienst, die dit kind zal bewijzen aan zijn land: hij zal beginnen Israël te verlossen. Het is zeer begerenswaardig, dat onze kinderen niet slechts zelf geheel en al aan God zijn toegewijd, maar ook het middel zullen wezen om het welzijn van anderen te bevorderen, en hun geslacht zullen dienen niet als kluizenaars een eenzaam, afgezonderd leven leiden, hun kaars niet onder een korenmaat maar op een kandelaar zullen zetten. Merk op Hij zal beginnen Israël te verlossen. Dit gaf te kennen dat de verdrukking door de Filistijnen van lange duur zal zijn, want Israëls verlossing er van zal niet beginnen, geen enkele stap er voor zal gedaan worden, voordat dit kind, dat nu nog niet geboren is, opgegroeid zal zijn en instaat geworden om haar te beginnen. En toch moet hij de verlossing ook niet voltooien, hij zal slechts beginnen Israël te verlossen, hetgeen aanduidt dat de benauwdheid nog zal voortduren, God verkiest Zijn werk trapsgewijze voort te zetten en door verschillende handen. De een legt het fundement voor een goed werk, een ander bouwt er op voort, en een derde zal er misschien de uiterste hoeksteen van leggen.
Hierin nu is Simson een type geweest van Christus.
a. Als een nazireër van God, een nazireër van moeders lijf af. Want hoewel onze Heere Jezus zelf geen nazireër is geweest, is Hij toch door de nazireërs afgeschaduwd, door hen voorgesteld, als zijnde volkomen rein van alle zonde, zelfs niet in zonde ontvangen, en volkomen toegewijd aan de eer van Zijn Vader. Voor zover het vlees aangaat is Christus uit de Joodse kerk, omdat voor hun de beloften zijn, Romeinen 9:4, 5. Krachtens die belofte lag Hij, als het ware, gedurende lange tijd in de moederschoot van de kerk, die gedurende vele eeuwen zwanger van Hem was, en daarom, evenals Simsons moeder, gedurende deze zwangerschap, tot een heilig volk, een bijzonder volk was gemaakt, en het haar streng verboden was het onreine aan te raken, om de wille van Hem, die in de volheid van de tijd uit haar voort zou komen.
b. Als een verlosser Israëls, want Hij is Jezus, een Zaligmaker, of Verlosser, die Zijn volk zaligmaakt, verlost, van hun zonden. Echter met dit verschil: Simson is slechts begonnen Israël te verlossen, later werd David verwekt om de verdelging van de Filistijnen te voltooien, maar onze Heere Jezus is beide Simson en David, beide de oorzaak en de voleinder van ons geloof.
III. In een vervoering van vreugde brengt Manoachs huisvrouw in allerijl het bericht van deze verrassende boodschap aan haar man vers 6, 7. De blijde tijding werd haar gebracht toen zij alleen was, misschien wel in overpeinzing en gebed tot God, maar zij kon noch wilde haar verbergen voor haar man, maar geeft hem een bericht
1. Van de bode. Het was een man van God, vers 6. Zijn gelaat kon zij niet beschrijven, het was ontzagwekkend, er was zo'n majesteit in zijn voorkomen, hij had zo'n schitterend oog, zo'n stralend aangezicht, dat zo krachtig eerbied en ontzag afdwong, dat hij naar het denkbeeld dat zij had van een engel, er het gelaat en voorkomen van had. Maar zijn naam kan zij hem niet mededelen, noch tot welke stam of stad van Israël hij behoorde, want hij heeft niet goedgevonden haar dit te zeggen, en, wat haar betreft, door hem aan te zien kwam er zo'n ontzag over haar, dat zij het hem niet durfde vragen. Zij was er volkomen van overtuigd, dat hij een dienstknecht van God was, zijn persoon en zijn boodschap droegen het getuigenis daarvan in zich, dacht zij, en daarom heeft zij er ook maar niet naar gevraagd.
2. Van de boodschap. Zij geeft hem een nauwkeurig bericht, beide van de belofte en van het gebod, vers 7, opdat ook hij de belofte zou geloven, en bij alle gelegenheden haar zou terechtwijzen omtrent haar nakomen van het gebod. Aldus behoren zij, die elkaars levensgezellen zijn, elkaar hun ervaringen van gemeenschap met God mee te delen, opdat zij elkaar helpen om te wandelen op de weg, die ten hemel voert.