Openbaring 16:17-21
Hier hebben wij het verhaal van de uitgieting van de zevende of laatste fiool, waardoor de zevende engel zijn aandeel nam aan de voltooiing van den val van Babylon, dit was de beslissende slag, die haar toegebracht werd. Merk hier op:
I. Waar deze plaag viel: in de lucht, op den vorst van de macht der lucht, dat is de duivel. Zijn machten werden tegengehouden, zijn kunstgrepen verijdeld, hij werd met Gods ketenen gebonden, het zwaard Gods viel op zijn oog en op zijn hand, want hij, zowel als al de machten der aarde, is onderworpen aan den almachtigen wil van God. Hij had alle hem ten dienste staande middelen in het werk gesteld om de belangen van het anti-christelijke rijk te bevorderen en den val van Babylon te voorkomen, allen invloed dien hij had op de zielen der mensen, door hun oordeel te verblinden en te verdraaien, hun harten te verharden en hun vijandschap tegen het Evangelie zoveel mogelijk te versterken. Maar nu is een fiool uitgegoten over zijn rijk en hij is niet meer bij machte zijn wankelende zaak langer te steunen.
II. Wat er het gevolg van was.
1. Een dankbare stem uit den hemel, aankondigende dat het werk nu verricht was. De zegevierende gemeente in den hemel zag het en verheugde zich en de strijdende gemeente op aarde zag het ook en begon te zegepralen.
Het is geschied.
2. Een hevige ontroering op aarde, een aardbeving, zo zwaar als nooit tevoren geweest was, die het gehele middelpunt schudde en van de gewone verschijnselen van donder en bliksems verzeld werd.
3. De val van Babylon, dat in drie delen gescheurd werd, de steden der heidenen genoemd, vers 19, want zij had het bevel over al de volken en had in haar godsdienst, die de afgoderij der volken verving, opgenomen iets van den Joodsen godsdienst, iets van het heidendom en iets van den Christelijken godsdienst, zo was zij drie steden in een. God gedacht nu deze grote en goddeloze stad. Ofschoon het den schijn had gehad gedurende enigen tijd, dat Hij haar afgoderij en wreedheid vergat, geeft Hij haar nu den drinkbeker van den wijn des toorns Zijner gramschap. En deze val reikte verder dan den troon van den antichrist, hij strekte zich uit van het middelpunt tot den versten omtrek, alle eilanden en alle bergen, die van nature het zekerste schenen te zijn, werden weggeslingerd door de hevigheid van dezen ondergang.
III. Welke uitwerking dat had op de aanhangers van den antichrist. Ofschoon het hen overviel als een zware storm, alsof de stenen van de stad door de lucht geslingerd op hun hoofden neerkwamen gelijk hagelstenen elk van een talent zwaarte, zo waren zij er zover af van zich te bekeren, dat zij God lasterden, die hen zo vreeslijk strafte. Hier was een ontzettende plaag des harten, een geestelijk oordeel, vreeslijker en verwoestender dan al het andere.
1. De grootste onheilen, die over de mensen kunnen komen, zullen hen niet tot bekering leiden zonder de genade Gods, in hun harten werkende. 2. Zij, die door Gods oordelen niet worden verbeterd, worden er slechter door.
3. Verhard te worden in de zonden en in vijandschap tegen God door Zijn rechtvaardige oordelen, is een zeker bewijs van den uiterste verwoesting.