Numeri 9:15-23
Wij hebben hier de geschiedenis van de wolk geen natuurlijke geschiedenis wie heeft de wetenschap van de opwegingen de, dikke wolken? maar een Goddelijke geschiedenis van een wolk, die bestemd was om een zichtbaar teken en symbool te wezen van Gods tegenwoordigheid onder Israël.
I. Toen de tabernakel voleindigd was, vestigde deze wolk, die tevoren hoog boven hun leger was, zich op de tabernakel en bedekte hem om te tonen dat God Zijn tegenwoordigheid onder Zijn volk openbaart in en door Zijn inzettingen, daarin maakt Hij zich bekend en daarop moeten wij zien, als wij "de lieflijkheid des Heeren willen aanschouwen," Psalm 27:4, Ezechiël 37:26, 27. Aldus heeft God Zijn eigen geboden verheerlijkt, en Zijn welbehagen te kennen gegeven in de liefde en gehoorzaamheid van Zijn volk.
II. Wat overdag een wolk scheen, had gedurende de gehele nacht het aanzien van vuur, en ware het alleen vuur geweest, dan zou het over dag nauwelijks merkbaar geweest zijn, maar God wilde hun een zichtbaar bewijs geven van het voortdurende van Zijn tegenwoordigheid onder hen en van Zijn zorg over hen en dat Hij "hen dag en nacht" "bewaarde," Jesaja 27:3, Psalm 127:6,7. En aldus wordt ons geleerd God geduriglijk voor ons te stellen, en Hem nacht en dag nabij ons te zien. Er zou ook iets van de aard van de Goddelijke openbaring, door welke de Oud Testamentische kerk bestuurd werd, aangeduid kunnen zijn in deze zichtbare tekenen van Gods tegenwoordigheid: de wolk wijzende op de duisternis, en het vuur op de verschrikking van die bedeling, in vergelijking met de meer heldere, duidelijke en troostrijke openbaringen van de heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus.
III. Deze wolk- en vuurkolom bestuurde en bepaalde al de bewegingen, de reizen en de legeringen van Israël in de woestijn.
1. Zolang de wolk boven de tabernakel bleef, zolang bleven zij aan dezelfde plaats. Hoewel zij ongetwijfeld zeer begerig waren om voorwaarts te gaan, spoed te maken met hun reis naar Kanaän, waar zij verlangden te wezen, en hoopten spoedig te komen, bleven zij toch waar zij waren, zolang de wolk bleef rusten, of het een dag, een maand, of een jaar was, vers 22. Wie gelooft, die zal niet haasten. Er gaat geen tijd verloren, als wij op Gods tijd wachten. God heeft evenveel welbehagen in onze onderworpenheid aan Zijn wil door tevreden stil te zitten, indien ons levenslot dit vereist, als in ons werk voor Hem, wanneer wij er toe geroepen zijn.
2. Als de wolk opgeheven werd, dan vertrokken zij, al waren zij ook nog zo gerieflijk gelegerd, vers 17. Of het bij dag of bij nacht was, terstond volgden zij haar leiding, vers 21, en waarschijnlijk waren er sommigen aangesteld om dag en nacht de wacht te houden en er naar uit te zien, om bijtijds kennis te geven aan het leger om te vertrekken, en dit wordt genoemd de wacht des Heeren waar te nemen. Daar het volk dus voortdurend in onzekerheid gehouden werd, en geen vaste tijd had voor blijven of gaan, waren zij verplicht om zich altijd op vertrekken voorbereid te houden. En om dezelfde reden worden wij in onzekerheid gehouden omtrent de tijd van het afleggen van ons aardse huis van deze tabernakel, opdat wij altijd gereed zullen zijn om naar het bevel des Heeren te vertrekken.
3. Zolang en zover de wolk zich voortbewoog, zolang bleven zij voorttrekken, en ter plaatse waar zij bleef stilstaan, sloegen zij hun tenten op, en Gods tent in het midden er van, vers 17. Het is zeer droevig en troosteloos, om te blijven als God heengaat, maar zeer veilig en zeer lieflijk, om te vertrekken als wij God voor ons henen zien gaan, en te blijven waar Hij ons gebiedt te blijven. Dit is telkens en nogmaals herhaald in deze verzen omdat het een voortdurend wonder was, dat dikwijls herhaald werd, en op al hun reizen nooit heeft gefaald, en omdat het een zaak is, waar wij zeer bijzonder nota van moeten nemen, daar zij vol van betekenis en zeer leerrijk is. Lang daarna wordt er melding van gemaakt door David, Psalm 105:39, en door het volk van God na hun gevangenschap, Nehemia 9:19. ERn van de leiding van deze wolk wordt gesproken als betekenende de leiding van de gezegende Geest, Jesaja 63:14. "De Geest des Heeren heeft hun" "rust gegeven, alzo hebt Gij Uw volk geleid."
Dit leert ons:
a. De bijzondere zorg, die God draagt voor Zijn volk. Door niets kon Gods tederheid voor Israël meer nadrukkelijk en veelbetekenender worden aangeduid dan door de leiding van deze wolk, zij leidde hen "op" "een rechten weg," Psalm 107:7, hierdoor heeft God hen, als het ware, gedekt met Zijn vlerken. Thans moeten wij zulke zichtbare tekenen van de Goddelijke tegenwoordigheid niet verwachten, maar voor geheel het geestelijke Israël Gods is de belofte gewis, dat Hij "hen zal leiden door Zijn raad," Psalm 73:24, "tot de dood toe" Psalm 48:14, dat "alle kinderen Gods" "geleid zullen worden door de Geest" Gods, Romeinen 8:14, dat Hij "de paden recht zal maken van hen, die Hem kennen in al hun" "wegen," Spreuken 3:6. God kent al hun zaken, en leidt ze door Zijn bijzondere voorzienigheid ten beste. "De gangen des" "Godvruchtigen worden door de Heere bevestigd," Psalm 37:23.
b. Dat wij in al onze wegen op God moeten letten. In onze genegenheden en in onze daden moeten wij de leiding volgen van Zijn woord en Zijn Geest, al de bewegingen van onze ziel moeten geleid worden door de wil Gods, naar het bevel des Heeren moet ons hart in beweging zijn of rusten, in al onze zaken moeien wij de leiding volgen van Gods voorzienigheid, tevreden zijn met al Zijn beschikkingen, en ons gemoed in overeenstemming doen zijn met onze toestand, wat of hoe die ook zij. Het volk van Israël de wolk tot gids hebbende, waren zij ontheven van de moeite om krijgsraad te houden, om te overleggen wanneer zij zouden optrekken, en waarheen zij hun schreden zouden richten, hetgeen misschien twist en tweedracht onder hen teweeggebracht zou hebben. Ook behoefden zij geen verspieders of verkenners voor zich uit te zenden om hun bericht te brengen van de toestand van het land, en geen pioniers om de weg voor hen te banen, en geen beambten om de plaats aan te duiden, waar zij moesten legeren, dit alles heeft de wolk- en vuurkolom voor hen gedaan. En zij, die door het geloof hun weg en werk op de Heere wentelen, kunnen, hoewel zij verplicht zijn om met wijsheid en overleg de middelen te gebruiken, toch even gerust de uitkomst afwachten. "Vader, Uw wil geschiede, beschik over mij en de mijnen naar het U behaagt hier ben ik, begerende Uw welbehagen te doen, te reizen of te rusten naar de mond des Heeren. Wat Gij wilt, en waar Gij wilt, laat mij slechts de Uwe zijn, en altijd in de weg des plichts."