5. Voorts zal deze grens omgaan van Azmon naar de rivier van Egypte 1) en haar uitgangen zullen zijn naar de grote of Middellandse Zee. 2)
1) De rivier, of eigenlijk zoals er staat, de beek van Egypte is hier de z.g. Wady-el-Arisch, die op verschillende plaatsen als de zuidelijke grens van het land wordt genoemd, o.a. 1 Kon.8:65; 2 Koningen 24:7 Jesaja 27:12
2) Zuidelijk van de Dode Zee gaat terstond het Ghor of de laagte tussen bergketens ter rechter- en ter linkerzijde voort, waarin de Jordaan van het meer van Genézareth af zijn loop heeft (zie Jozua 3:1); daarop volgt een rij witachtige klippen van 60-80 voet hoog, die van de zuidwestelijke punt van de Rode Zee gezien, het Ghor schijnen te sluiten en de Schorpioentrap of Akrßbbim genoemd worden. Aan de andere zijde sluit zich de Arabah (zie Numeri 20:1) daar onmiddellijk aan, in het begin zich enigszins verheffende, maar die langzamerhand tot de hoogte van de watervlakte van de Dode Zee afdaalt, en eindelijk in de golf van Elan te niet loopt. Bijzonder opmerkenswaardig is het, hoe nauwkeurig de hier beschreven zuidelijke grens van het beloofde land met de gesteldheid van de grond samenhangt; zij is de grensscheiding tussen de geelachtige woestijn in het zuiden en de groene steppen of grasvlakten in het noorden; de natuur van Arabië eindigt hier; het rijk van de dood heeft een einde, en een nieuw leven waait de reiziger, die van het zuiden komt uit de met groen bedekte vlakten tegen..