33. a) Alzo gaf Mozes hun, de kinderen van Gad, en de kinderen van Ruben, en de halve stam van Manasse, de zoon van Jozef, de geslachten van die stam, die zich bij de verovering van het noordelijk gedeelte van het land tenoosten van de Jordaan bijzonder verdienstelijk; gemaakt hadden (
Vers 39), het koninkrijk van Sihon, koning van de Amorieten (
hoofdstuk 21:21-
31), en het koninkrijk van Og, koning van Basan (
hoofdstuk 21:32-
35); het land met zijn steden in de gebieden, de steden van het land rondom; dus het gehele land met zijn steden en het gebied, dat bij de steden behoorde, zonder echter een verdeling aan ieder in het bijzonder te bewerkstelligen. Dit geschiedde waarschijnlijk eerst later, na de verovering van Kanaän en na de terugkeer van de weerbare mannen van deze twee en een halve stam, door de oversten van het volk.
a) Deuteronomium 3:12 Jozua 13:8; 22:5
Mozes nam dus bij de twee landschappen, die onder Vers 5 beschreven zijn, ook het derde, dat ten noorden van de beide anderen lag: uit eigen beweging bedacht hij ook die geslachten van de stam Manasse, die zich billijke dank verworven hadden wegens de verovering van Bazan. Hij schonk hun een erfenis, die met hun levensbehoeften goed overeen kwam. Dit derde landschap dan, strekte zich uit van de Hermon in het noorden tot aan de Jarmuk in het zuiden; in het westen werd het begrensd door de Jordaan en in het oosten door het Haurangebergte. Het bestaat uit een groot hoogland, dat hier en daar wordt afgewisseld door een langzame rijzing van de grond, en door afzonderlijk staande heuvels en afgeknotte kegels. Thans draagt het de naam van die bergketen, die in het voorjaar van 1858 door de Pruisischen Consul Dr. Wetzstein te Damascus bezocht en nader beschreven is, de naam van Hauran. De grond om het gebergte is geheel vulkanisch; hier groeit ook de Sïhstruik, een plant, die overwintert en ongeveer een el hoog is. Zij wordt door de bewoners gebruikt als brandstof, en wegens haar brede omvang in het hete jaargetijde behoudt zij, wanneer alles reeds verdord is, in haar schaduw nog enkele planten in leven (Genesis 21:15 Job 30:4 ). De verdeling van het gehele land ten oosten van de Jordaan onder de 2« stammen vond daarna plaats op de wijze, die in Jozua 13:15, aangegeven is; thans echter bezaten Ruben en Gad hun gebied nog gemeenschappelijk, zodat Gad deze en gene stad verkreeg in het zuidelijk gedeelte, dat later alleen aan Ruben behoorde, en Ruben deze en gene stad in het noordelijk deel, dat naderhand slechts voor Gad bestemd was..
Wel had de stam van Manasse er niet om verzocht, zoals die van Ruben en Gad, maar hij de verdeling bleek, dat het Overjordaanse voor de beide stammen te groot was, en omdat (vs 35) uit de stam van Manasse, Machir zich zeer verdienstelijk had gemaakt, beloont Mozes de halve stam met het overgebleven gedeelte. De verdeling zelf liet Mozes over aan hen, die, na de overwinning van geheel Kanaän, daarmee zouden belast worden.. 34. En de kinderen van Gad herbouwden Dibon, een uur ten noorden van de middelste Arnon, Atarôth, bij de berg Attarus, en Aroër, van Ruben, aan de noordzijde van de middelste Arnon.