Numeri 16:41-50
Hier is:
I. Een nieuwe rebellie tegen Mozes en Aaron, en wel reeds op de volgende dag. Ontzet u hierover, gij hemelen, en verwonder u, gij aarde! Was er ooit zo'n voorbeeld van het ongeneeslijk bederf van zondaren? vers 41. Des anderen daags murmureerde geheel het volk.
1. Hoewel zij zoëven nog verschrikt waren door het gezicht van de straf over de rebellen de kreten van deze wegzinkende zondaars, die zondaars tegen hun eigen ziel, hun nog in de oren klonken, de reuk van het vuur nog was overgebleven, en de gekloofde aarde nog nauwelijks was toegesloten, werden toch dezelfde zonden opnieuw bedreven, en al die waarschuwingen in de wind geslagen.
2. Hoewel zij nog zo kort geleden er voor behoed waren om in dezelfde straf te delen en de overlevenden als vuurbranden uit het vuur waren gerukt, beledigen en trotseren zij toch Mozes en Aaron, aan wier voorbede zij hun redding en behoud verschuldigd waren. Hun beschuldiging is zeer zwaar: Gijlieden hebt des Heeren volk gedood. Kon er iets gezegd worden dat meer onrechtvaardig en boosaardig was? De rebellen verklaren zij heilig, noemen hen des Heeren volk, die gestorven zijn met de wapenen tegen Hem in de hand, de Goddelijke gerechtigheid zelf brandmerken zij, het was toch duidelijk genoeg dat Mozes en Aaron de hand niet hebben gehad in hun dood, zij deden wat zij konden om hen te redden, zodat zij door hen van moord te beschuldigen, daar eigenlijk God zelf van beschuldigden. De voortdurende hardnekkigheid van dit volk in weerwil van de verschrikkingen van Gods wet, zoals zij op de berg Sinai was gegeven, en de verschrikkingen van Zijn oordelen, zoals die nu over de ongehoorzamen waren gekomen, tonen hoe nodig de genade Gods is voor een krachtdadige, afdoende verandering van hart en leven, zonder welke ook de beste middelen het doel nooit zullen bereiken.
Wat vrees niet kon uitwerken, zal door liefde teweeggebracht worden.
II. Gods snelle verschijning tegen de rebellen. Toen zij vergaderd waren tegen Mozes en Aaron, misschien wel met het doel hen af te zetten of te vermoorden, wendden zij zich naar de tabernakel, alsof hun ontrust geweten wel afkeuring van daar verwachtte, en zie, de heerlijkheid des Heeren verscheen, vers 42, ter bescherming van Zijn dienstknechten, en beschaming van Zijn en hun beschuldigers en tegenstanders. Hierop kwamen Mozes en Aaron tot voor de tent van de samenkomst, deels voor hun eigen veiligheid, daar zochten zij een toevlucht "voor de twist van de tongen," Psalm 27:5, 31:21, . en deels ten einde om raad te vragen, en te weten wat Gods wil was voor deze gelegenheid vers 43. Nu verklaart de gerechtigheid, dat zij verdienen als in een ogenblik verteerd te worden, vers 45. Waarom zouden zij nog een dag langer leven, die het haten om zich te bekeren, en voor wie rebellie het dagelijks werk is? Laat een rechtvaardige wraak gedaan worden, en dan zal de moeite met hen spoedig voorbij zijn, doch eerst moeten Mozes en Aaron beveiligd worden.
III. De voorbede door Mozes en Aaron voor hen gedaan. Hoewel zij, naar men zou denken, evenveel reden hadden als Elia om God tegen Israël aan te spreken, Romeinen 11:2, vergeven en vergeten zij toch de smaad en de beledigingen, die hun zijn aangedaan, en zijn zij de beste vrienden van hun vijanden. 1. Beiden vielen zij op hun aangezichten, om God nederig om genade voor hen te smeken, wetende hoe groot hun terging was. Zij hadden dit verscheidene malen tevoren bij dergelijke gelegenheden gedaan, en hoewel het volk hen er zeer slecht voor beloond had, heeft God hen toch genadig aangenomen en verhoord, en nu volgen zij nog dezelfde methode, dit is gedurig bidden.
2. Mozes, bemerkende dat de plaag had aangevangen in de vergadering van de rebellen, dat is onder diegenen van hen, die zich tegen Mozes en Aaron verzameld hadden, zond Aaron, om door een daad van zijn priesterlijk ambt verzoening voor hen te doen, vers 46. En Aaron is geredelijk gegaan, en heeft, staande tussen de levenden en de doden, reukwerk gebrand, niet om de lucht te zuiveren, maar om een beledigd God te verzoenen, en aldus de voortgang van het oordeel gestuit.
Hieruit bleek:
a. Dat Aaron een zeer goed man was, een man, die oprechte liefde koesterde voor de kinderen Zijns volks, hoewel zij hem haatten en benijdden. Hoewel God thans wraak deed voor het onrecht, hem aangedaan, en de zaak van zijn priesterschap verdedigde, treedt hij nu toch tussenbeide om Gods toorn van hen af te wenden. Ja meer, niet achtende op zijn hoge jaren en de achtbaarheid van zijn ambt en positie, liep hij, met haastige tred, in het midden van de gemeente, om hen te helpen. Hij heeft niet gezegd: "Laat hen eerst een wijle lijden onder de straf, dan zal ik hun des te meer welkom zijn als ik tot hen kom", maar als iemand aan wie het leven van ieder Israëliet zeer dierbaar is, haast hij zich naar de bres, waardoor de dood binnenkomt. Mozes en Aaron, die beschuldigd waren des Heeren volk gedood te hebben, zouden hen nu terecht hebben kunnen bestraffen, konden zij verwachten, dat diegenen hun redders zullen wezen, die zij zo hatelijk hun moordenaars hadden genoemd? Maar deze Godvruchtige mannen hebben ons hier door hun voorbeeld geleerd, niet gemelijk te zijn jegens degenen, die ten onrechte misnoegd zijn op ons, en geen gebruik te maken van het voordeel, dat de mensen ons over hen geven door hun tergende woorden, door hun enigerlei vriendelijkheid of weldaad te weigeren, die wij hun kunnen bewijzen. Wij moeten kwaad met goed vergelden.
b. Dat Aaron een zeer stoutmoedig man was, stoutmoedig om zich te wagen onder het verwoede gepeupel dat zich tegen hem verzameld had, en dat, voor zoveel hij wist, in nog groter woede kon ontstoken zijn om de plaag, die nu had aangevangen, stoutmoedig, om zich te wagen temidden van de besmetting, waar de pijlen des doods het menigvuldigst waren, en honderden ja duizenden, vielen aan zijn rechterhand en zijn linkerhand. Om hun leven te redden heeft hij het zijne in de waagschaal gesteld, het niet dierbaar houdende voor zichzelf, zo hij slechts zijn dienst kon volbrengen.
c. Dat Aaron een man Gods was, gesteld voor de mensen in de zaken, die bij God te doen zijn. Zijn roeping tot het priesterschap was hierdoor ten volle bevestigd en boven allen twijfel gesteld, God had niet slechts zijn leven gespaard, toen dat van de indringers was afgesneden, maar maakte hem nu tot het werktuig om Israël te behouden. Vergelijk het wierookvat van Aaron hier met de wierookvaten van deze zondaren tegen hun eigen zielen. Deze hebben God tot toorn verwekt, dit heeft Gods toorn gestild, deze hebben mensenlevens ten verderve gebracht, dit heeft ze behouden, geen twijfel blijft er dus over aan Aarons roeping tot het priesterschap. Diegenen bewijzen het meeste recht te hebben op openbare eerambten, die zich het meest ten koste geven voor het algemene welzijn, en genade van de Heere verkrijgen om getrouw en tot zegen te zijn. Zo iemand groot wil wezen, laat hem aller dienstknecht zijn.
d. Dat Aaron een type was van Christus, die in de wereld is gekomen om verzoening te doen voor de zonde, en Gods toorn van ons af te wenden, en die door Zijn Middelaarschap en voorbede staat tussen de levenden en de doden, om zich Zijn verkoren Israël te verzekeren, en hen te behouden van uit het midden van een wereld, besmet door de zonde en liggende onder de vloek.
IV. De uitslag en het einde van geheel deze zaak.
1. Gods gerechtigheid werd verheerlijkt in de dood van sommigen. Zeer velen werden in zeer weinig tijds door het zwaard des Heeren neergeveld. Hoewel Aaron al de spoed maakte die hem mogelijk was, lagen er toch voordat hij zijn post bereikte veertien duizend zeven honderd mensen dood ter aarde, vers 49. Vergelijkender wijze gesproken, waren het slechts weinigen, die wegens de zaak van Korach gestorven zijn, slechts de aanvoerders werden tot voorbeeld gesteld, daar echter het volk door Gods lankmoedigheid en sparende genade niet tot bekering was gebracht, is de gerechtigheid thans niet zo spaarzaam geweest met het bloed van de Israëlieten. Zij schreeuwden wegens de dood van weinige honderden, alsof het een onbarmhartige slachting was onder het volk des Heeren, maar God brengt hier die klacht tot zwijgen door de dood van vele duizenden. Zij, die morren wegens de kleinere oordelen bereiden zich grotere, want als God oordeelt, zal Hij overwinnen.
2. Zijn genade werd verheerlijkt in de behoudenis van de overigen. God toonde hun wat Hij kon doen door Zijn macht, en wat Hij zou kunnen doen in Zijn gerechtigheid, maar daarna toonde Hij hun wat Hij zal doen in Zijn liefde en barmhartigheid, Hij wilde, in weerwil van dit alles, zich een volk bewaren door een middelaar. De wolk van Aarons reukwerk, komende van zijn hand, deed de plaag ophouden. Het is ten zeerste tot eer van Gods goedheid dat Hij, zelfs in toorn, menigmaal aan Zijn goedertierenheid gedenkt, en dat, zelfs als de oordelen al begonnen waren, het gebed ze heeft doen ophouden, zo bereid is Hij te vergeven, en zo weinig lust heeft Hij aan de dood van de zondaren.