24. Deze plaats, die vroeger een andere naam droeg, noemde men het dal Eskol (= Druivendal), ten gevolge van de tros, die de kinderen van Israël van daar afgesneden hadden.
Aan de overzijde van de Wady es Seba, die de vlakte er Rakmah of het Amorietengebergte ten noorden begrenst (zie Numeri 12:16), verheft zich het gebergte van Juda, dat zijn grootste hoogte bereikt bij de stad Hebron, die ongeveer 2800 voet boven de oppervlakte van de zee ligt, en zich vervolgens over Bethlehem en Jeruzalem naar het noorden uitstrekt en in het gebergte van Efraïm overgaat. Aan zijn westelijke afhelling ligt een heuvelachtig landschap, dat langzamerhand naar de zeekant vlakker wordt. Aan de oostzijde strekt zich tussen het gebergte en de Dode zee een woestijnvlakte uit, die de woestijn van Juda heet en 7 à 8 mijl breed is. In de woestijn van Juda onderscheidt men 1e. de woestijn Maon (1 Samuël 23:24), 2e. de woestijn Siph (1 Samuël 23:14), 3e. de woestijn Engedi (1 Samuël 24:2), 4e. de woestijn Thekoa (2 Kronieken20:20). Deze vlakte is met vuur- en keistenen bezaaid of met kale kalkrotsen bedekt, waarom zij niet ter bebouwing geschikt is; haar westelijke gedeelten evenwel leveren naar de kant van het gebergte, grote weidevelden met kruiderijen op, terwijl het oostelijke deel, naar de zeekant, al meer en meer het voorkomen van een eigenlijke woestijn aanneemt en eindelijk een zeer ruwe, rotsachtige en van vele spelonken doorsneden landstreek wordt. Gaan we naar het gebergte terug, dat ongeveer 18 uur lang en gemiddeld 4 uur breed is, zijn oppervlakte biedt ons een afwisseling aan van gewelfde vlakten, steile toppen en lange ruggen. Door de Wady el Khalil, die tussen Hebron en Bethlehem begint, wordt het gebergte van het noorden naar het zuiden, met aanmerkelijke diepte doorsneden en in tweeën gedeeld..
Het westelijke deel stijgt van het zuiden op, tot een hoog bolwerk en daalt met scherp afgebroken wanden, die op een onafgebroken muur lijken, naar het langs zijn voet voortlopende en met struiken begroeide heuvelland af; meer noordwaarts echter, van Bethlehem tot het gebergte Efraïm is deze westerrand niet meer zo vast aaneen gesloten als tevoren, maar verspreidt de beek Sorek, evenals een boom met uitgebreide kroon, haar takken tot aan de waterscheiding van het gebergte en vormt met de tot haar behorende Wady's onderscheiden openingen, waardoor het hoogland, waarop Jeruzalem ligt, volkomen toegankelijk wordt. Een soortgelijk karakter heeft vervolgens de oostelijke helft van Juda's gebergte, waarvan een menigte Wady's zich naar de Dode Zee uitstrekken. De rug van de vlakte zelf met de tussengelegen gronden is met zaadvelden bedekt en met olijvengaarden beplant en vooral ook rijk aan wijnbergen en wijngaarden. Dit geldt in het bijzonder van de streek rondom Hebron, die nog de voortreffelijkste granaatappels, vijgen en druiven oplevert. De druiven zijn in grootte ongeveer gelijk aan onze kleine pruimen en, zoals reeds gezegd is, worden er nog trossen gevonden van 10 à 12 pond zwaar. Wat het dal Eskol betreft, het Hebreeuwse woord nachal (dal) betekent ook wel een beek, vooral een beek, die in het voor- en najaar door de regen en door de sneeuw, die op de bergen ontdooit, vol, maar in de zomer, bij de zonnehitte, droog, en alzo een Wady is (zie Deuteronomium 8:10); maar de eerste betekenis van nachal is dal, en deze betekenis moet hier worden behouden, omdat de, bij Askalon uitlopende Wady Simsin, de enige, die onder de naam van de beek Eskol zou kunnen verstaan worden, met zijn takken niet door de westrand van het gebergte Juda heen tot in de nabijheid van Hebron komt, maar zich uitstrekt tot de heuvels, die deze westrand bezomen..