Mattheus 2:13-15
Wij hebben hier Christus' vlucht naar Egypte om aan de wreedheid van Herodes te ontkomen, en dit was het gevolg van het onderzoek door de wijzen naar Hem ingesteld, want te voren was Zijn onbekend zijn Zijne bescherming. Zeer weinig achting of eerbied (in vergelijking met hetgeen betaamt zou hebben) werd aan Christus in Zijne kindsheid betoond, maar dit weinigje achting en eerbied heeft Hem bij Zijn volk veeleer in gevaar dan in ere gebracht. Merk hier op,
I. Het bevel hieromtrent gegeven aan Jozef, vers 13. Jozef kende het gevaar niet, waarin het Kind zich bevond, en wist er ook niet aan te ontkomen, maar God maakte hem door een engel in den droom met beide bekend, gelijk Hij hem te voren op dezelfde wijze gezegd heeft, wat Hij doen moest, hoofdstuk 1:20. Voor zijne verbintenis met Christus, was Jozef niet zo gewoon geweest met engelen om te gaan als nu. Zij, die door het geloof geestelijk aan Christus verwant zijn, hebben ene gemeenschap met den hemel, die hun te voren vreemd geweest is.
1. Aan Jozef wordt hier meegedeeld welk gevaar hen bedreigde. Herodes zal het Kindeken zoeken, om hetzelve te doden. God is bekend met al de wrede raadslagen en plannen van de vijanden Zijner Kerk. Ik weet uw woeden tegen Mij, zegt God tot Sanherib, Jesaja 37:28. Hoe vroeg reeds was de gezegende Jezus als omringd van benauwdheden! Gewoonlijk hebben zelfs zij, die op rijperen leeftijd met moeite en gevaren hebben te worstelen, ene vreedzame, rustige kindsheid: maar zo was het niet met den gezegenden Jezus: Zijn leven en Zijn lijden hebben te zamen een' aanvang genomen, Hij was geboren, evenals Jeremia, een man van twist (Jeremia 15:10), geheiligd eer Hij uit de baarmoeder was voortgekomen, Jeremia 1:5. Beide, Christus het Hoofd, en de kerk, Zijn lichaam, stemmen samen om te zeggen: Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijne jeugd af . Farao's wreedheid werpt zich op de Hebreeuwse kinderen, en een grote rode draak staat gereed om het mannelijke kind te verslinden, zodra het gebaard zou zijn, Openbaring 12:4.
2. Hem wordt gezegd wat te doen om aan het gevaar te ontkomen: Neem tot u dat Kindeken en vlied in Egypte. Zo vroeg reeds moet Christus het voorbeeld geven voor Zijn eigen voorschrift (Hoofdstuk 10:23): Wanneer zij u in deze stad vervolgen, vlied in de andere. Hij, die gekomen is om voor ons te sterven, is, toen Zijne ure nog niet gekomen was, gevlucht, om zich in veiligheid te stellen. Zelfbehoud, een tak zijnde van de wet der natuur, is bij uitnemendheid een deel van de wet Gods.
Vlied, maar waarom in Egypte? Egypte was berucht wegens afgoderij, tirannie, en vijandschap jegens het volk van God, het was voor Israël een diensthuis geweest, zeer bijzonder wreed voor de kleine kinderen van Israël, in Egypte, zowel als in Rama, heeft Rachel hare kinderen beweend, toch is Egypte het bestemde toevluchtsoord voor het heilig Kind Jezus. Als het Gode behaagt, kan Hij de slechtste plaatsen gebruiken voor de beste doeleinden, want de aarde is des Heren, Hij gebruikt haar naar het Hem belieft, soms komt de aarde de vrouw te hulp, Openbaring 12:16. God, die Moab tot ene schuilplaats heeft gemaakt voor Zijne verdrevenen, maakt Egypte tot een toevlucht voor Zijn Zoon. Dit kan beschouwd worden (Als ene beproeving voor het geloof van Jozef en Maria. Zij zouden in de verzoeking kunnen zijn van te denken: "Indien dit Kind de Zone Gods is, zoals ons gezegd werd, heeft Hij dan geen ander middel om zich te beveiligen tegen een mens, die een worm is, dan door zulk ene schandelijke vlucht? Kan Hij gene legioenen van engelen oproepen om Hem tot lijfwacht te dienen, of Cherubs met vlammend zwaard om dezen boom des levens te bewaken? Kan Hij Herodes niet neervellen, of de hand doen verdorren, die tegen Hem is uitgestrekt, en ons aldus de moeite en zorg van deze vlucht besparen?" Hun was onlangs gezegd, dat Hij de heerlijkheid zou zijn van Zijn volk Israël, en is dan het land Israël's reeds zo spoedig te heet geworden om Hem te houden? Maar wij bevinden niet, dat deze vragen of tegenwerpingen bij hen zijn opgekomen. Hun geloof, beproefd zijnde, werd standvastig bevonden, en zij geloven dat dit de Zone Gods is, hoewel zij geen wonder zien gebeuren ter Zijner bewaring en redding, maar genoodzaakt zijn om tot gans gewone middelen hun toevlucht te nemen. Het was voor Jozef ene hoge ere de man der gezegende maagd te zijn, maar die ere gaat vergezeld van moeite en gevaar, zoals dit met alle eer in deze wereld het geval is. Jozef moet het Kindeken nemen en het naar Egypte brengen, en nu blijkt het, hoe goed God voor het Kindeke en Zijne moeder gezorgd heeft door Jozef in zo nauwe betrekking tot hen te brengen. Nu zal ook het goud, dat de wijzen gebracht hebben, hun goed te pas komen, om de onkosten te bestrijden. God voorziet den nood van Zijn volk, en zorgt er reeds van te voren voor. God geeft hun de voortduring Zijner zorg voor, en Zijne leiding van, hen te kennen, als Hij zegt: Wees aldaar, totdat Ik het u zeggen zal, zodat hij moet verwachten wederom van God te zullen horen, en niets moet doen, voor hij nieuwe orders ontvangen heeft. Aldus wil God, dat Zijn volk afhankelijk van Hem zal blijven.
(2.) Als een voorbeeld van de vernedering onzes Heren Jezus. Gelijk er in de herberg te Bethlehem gene plaats voor Hem was, zo was er ook gene rustige verblijfplaats voor Hem in het land van Judea. Aldus werd Hij uit het aardse Kanaän gebannen, opdat wij, die vanwege onze zonde uit het hemelse Kanaän zijn gebannen, daar niet voor altijd buitengesloten zouden zijn. Als wij en onze kinderen ooit in moeite en verlegenheid zijn, zo laat ons gedenken aan de verlegenheid waarin Christus in Zijne kindsheid gebracht werd, en er mede verzoend zijn.
(3.) Als een teken van het misnoegen Gods tegen de Joden, die zo weinig acht op Hem sloegen, zo verlaat Hij dan terecht hen, die Hem deze geringschatting betoonden. Ook hebben wij hier ene voorproef van Zijne gunst over de Heidenen, aan wie de apostelen het Evangelie zullen brengen, nadat het door de Joden verworpen werd. Indien Egypte Christus herbergt, nadat Hij gedwongen is uit Judea te wijken, dan zal het niet lang duren, eer er gezegd wordt: Gezegend zij Mijn volk, de Egyptenaars, Jesaja 19:25.
II. Jozefs gehoorzaamheid aan dit bevel, vers 14. De reize zal ongelegen komen, en gevaarlijk zijn, zowel voor het Kindeken als voor Zijne moeder. Zij waren er slechts schaars voor toegerust, en zullen in Egypte waarschijnlijk een koud onthaal vinden: maar toch is Jozef het hemels gezicht niet ongehoorzaam geweest, hij heeft gene tegenwerpingen gemaakt, en was ook niet traag om te gehoorzamen. Niet zodra heeft hij zijne orders ontvangen, of hij stond dadelijk op, en vertrok in den nacht, in dezelfden nacht, naar het schijnt, toen hij het bevel had ontvangen. Zij, die met zekerheid te werk willen gaan in hun gehoorzaamheid, moeten er snel mede te werk gaan. Nu is Jozef, evenals zijn vader Abraham, uitgegaan in volstrekte afhankelijkheid van God, niet wetende, waar hij komen zou. Hebreeën 11:8. Jozef en zijne vrouw, weinig bezittende, hadden ook niet veel om voor te moeten zorgen bij dit heengaan. Veelheid van bezittingen belemmert ene noodzakelijke vlucht. Als rijken boven armen bevoorrecht zijn door dat zij bezitten wat zij bezitten, dan hebben de armen dit voor boven de rijken, dat zij niet genoodzaakt zijn er afstand van te doen. Jozef nam het Kindeken en Zijne moeder. Sommigen maken de opmerking, dat het Kindeken eerst genoemd wordt, als zijnde de voornaamste Persoon, en Maria wordt niet genoemd de huisvrouw van Jozef, maar de moeder van het Kindeken, dat hare hogere waardigheid was. Het was de eerste Jozef niet, die uit Kanaän werd verdreven om ene toevlucht te vinden in Egypte tegen den toorn zijner broeders, deze Jozef moet om den wille van dien Jozef er welkom zijn. Als wij de overlevering mogen geloven, dan is het gebeurd, dat zij eens een tempel binnen traden, en dat toen al de afgodsbeelden, die er in waren, door ene onzichtbare hand neergeworpen werden, zoals Dagon voor de ark, overeenkomstig de profetie: De Heere zal in Egypte komen, en de afgoden van Egypte zullen bewogen worden van Zijn aangezicht, Jesaja 19:1. Zij verwijlden in Egypte tot aan den dood van Herodes, zodat, volgens sommigen, hun verblijf aldaar zeven jaren duurde, maar volgens anderen niet eens zo vele maanden. Dáár waren zij nu op verren afstand van den tempel en de tempeldiensten, en in het midden van afgodendienaars, maar God had hen derwaarts heen gezonden, en Hij wil barmhartigheid en gene offerande. Hoewel zij ver van den tempel des Heren waren, was de Heer des tempels toch met hen. Ene gedwongene afwezigheid van de genademiddelen, en ene gedwongene tegenwoordigheid onder goddeloze mensen, kan wel eens het deel en lot zijn van de Godvruchtigen, zonder dat dit hun zonde is, maar altijd zal dit hun dan toch ene grote smart wezen.
III. De vervulling der Schrift in dit alles-deze Schrift n.l. (Hosea 11:1). Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen. Van alle evangelisten is het Mattheus, die het meest wijst op de vervulling der Schrift met betrekking tot Christus, omdat zijn Evangelie eerst onder de Joden verbreid was, voor wie dit veel kracht en licht er aan moest bijzetten. Nu zag dit woord van den profeet ongetwijfeld op Israël's bevrijding uit Egypte, waardoor God hen als Zijn zoon, Zijn eerstgeborene erkende (Exodus 4:22), maar hier wordt dit bij wijze van analogie op Christus, het Hoofd der kerk, toegepast. De Schrift heeft velerlei vervulling, omdat zij vol en rijk en in alles zo wel geordend is. Elke dag vervult God de Schrift. Wij moeten aan de Schrift volle ruimte van toepassing geven. "Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en hoewel Ik hem liefhad, heb Ik hem toch lang in Egypte laten verwijlen, maar omdat Ik hem liefhad, heb Ik hem ter bestemder tijd uit Egypte geroepen. Zij, die dit lezen, moeten in hun gedachten niet slechts terugzien, maar voorwaarts zien, hetgeen er geweest is, hetzelve zal er zijn (Prediker 1:9), en de wijze van uitdrukking geeft dit te kennen, want er wordt niet gezegd: Ik riep hem, maar, Ik riep Mijn zoon uit Egypte. Merk op, dat het voor Gods zonen niets nieuws is in Egypte te zijn, in een vreemd land, in een diensthuis, maar zij zullen er uit verlost worden. Zij kunnen in Egypte verborgen zijn, maar zij zullen er niet gelaten worden. Al de uitverkorenen Gods, van nature kinderen des toorns zijnde, zijn in een geestelijk Egypte geboren, en in hun bekering worden zij er uit geroepen en er krachtdadig uit verlost. Het zou tegen Christus ingebracht zijn kunnen worden, dat Hij in Egypte geweest is. Moet de Zon der Gerechtigheid uit dit land der duisternis opgaan! Maar dit toont, dat het gene zo vreemde zaak was, Israël werd uitgevoerd uit Egypte, om bevorderd te worden tot de hoogste ere, en dit is het slechts wat nu wederom geschiedt.