Mattheus 28:11-15
Als verder bewijs van de opstanding van Christus hebben wij hier de bekentenis van de tegenstanders, die op wacht hadden gestaan, en er zijn twee dingen, die dit getuigenis versterken-zij waren ooggetuigen en hebben zelven de heerlijkheid der opstanding gezien, die niemand anders gezien heeft-en zij waren vijanden, die daar geplaatst waren, om Zijne opstanding tegen te staan en te verhinderen. Merk hier nu op:
I. Dat dit getuigenis werd afgelegd voor de overpriesters, vers 11, toen de vrouwen heengingen, om die tijding aan de discipelen te brengen, welke hun hart zou vervullen van blijdschap, gingen de soldaten diezelfde tijding brengen aan de overpriesters, welke hun "aangezicht vol zou maken van schande. Enigen van de wacht, waarschijnlijk diegenen, welke er het bevel over hadden gevoerd, kwamen in de stad, en brachten aan hen, die hen hadden aangesteld, het bericht van hun teleurstelling.
Zij boodschapten den overpriesters al de dingen die geschied waren. Zij berichtten hun de aardbeving, de nederdaling van den engel, het afwentelen van den steen, en het levend uitkomen van het lichaam van Jezus uit het graf. Aldus werd het teken van Jona den profeet tot de overpriesters gebracht met het helderst en onbetwistbaarst getuigenis. En zo werden hun de beste, de klaarblijkelijkste middelen ter overtuiging gegeven. Wij kunnen ons voorstellen welk een grievende vernedering dit voor hen was, en dat zij, evenals de vijanden der Joden zeer vervielen in hun ogen, Nehemia 6:16, Men zou terecht hebben kunnen verwachten, dat zij nu in Christus zouden geloven en er berouw van zouden hebben, dat zij Hem ter dood gebracht hadden, maar zij volhardden in hun ongeloof, en werden er dus nu als in vergezeld.
II. Hoe dit getuigenis door hen gesmoord werd. Zij belegden ene vergadering om te overwegen wat er gedaan moest worden. Wat hen betrof, zij waren vastbesloten niet te geloven, dat Jezus van de doden was opgestaan, maar nu hadden zij er voor te zorgen. dat anderen het ook niet zouden geloven, en dat zij zelven wegens dit ongeloof niet te schande gemaakt zouden worden. Zij hadden Hem ter dood gebracht, en er was geen ander middel om hun goed recht in hetgeen zij gedaan hadden te handhaven, dan door het getuigenis van Zijne opstanding te logenstraffen. Aldus bevinden zij, die zich verkocht hebben om ongerechtigheid te werken, dat de ene zonde de andere na zich sleept, en dat zij tot de ontzettende noodzakelijkheid zijn gekomen, om misdaad tot misdaad toe te doen, hetgeen een deel uitmaakt van den vloek over Christus' vervolgers, Psalm 69:28. Het resultaat van hun overlegging was, dat deze soldaten omgekocht moeten worden om te zwijgen.
1. Zij gaven geld in hun handen, en tot welke goddeloosheid zullen de mensen zich niet laten bewegen uit liefde tot het geld? Zij gaven hun veel gelds, waarschijnlijk veel meer dan zij aan Judas gegeven hebben. Deze overpriesters hadden hun geld even lief als andere mensen, en waren evenmin geneigd als anderen om er afstand van te doen, maar om hun boosaardig opzet tegen het Evangelie van Christus te volvoeren, waren zij er zeer vrijgevig mede. Waarschijnlijk gaven zij aan de soldaten zoveel als zij eisten, en dezen wisten wel van hun voordeel gebruik te maken. Hier werd dus veel geld uitgegeven ter bevordering van hetgeen zij wisten een leugen te zijn, en toch zijn er velen, die onwillig zijn om een weinig geld te geven ter bevordering van hetgeen zij weten de waarheid te wezen, hoewel zij de belofte hebben van vergolden te zullen worden in de opstanding der rechtvaardigen. Laat ons toch nooit gierig zijn voor een goede zaak, als wij zien hoe veel men over heeft ter ondersteuning van een slechte zaak.
2. Zij legden een leugen in hun mond, vers 13. Zegt: Zijne discipelen zijn des nachts gekomen, en hebben hem gestolen, als wij sliepen. Een armzalig redmiddel is beter dan geen, maar dit redmiddel is al heel armzalig.
a. Het bedrog was bespottelijk, en bracht zijn eigen weerlegging mede. Indien zij sliepen, hoe konden zij dan weten wat er voorgevallen is, of zeggen wie gekomen is? Indien iemand hunner wakker was en het gezien heeft, dan zou hij toch ongetwijfeld de anderen gewekt hebben om het te verhinderen, want dat was het enige dat zij te doen hadden. Het was gans en al onwaarschijnlijk, dat een gezelschap van arme, zwakke, lafhartige, moedeloze mannen zich voor het stelen van een dood lichaam aan zo groot een gevaar zou bloot- stellen. Waarom werd er dan geen strenge huiszoeking gedaan in de woningen, waar zij verblijf hielden, of andere middelen in het werk gesteld om dit dode lichaam weer te bemachtigen, maar die leugen was voor ieder doorzichtig, die ogen had om te zien. Doch al had die zaak nu ook nog zulk een fraaien schijn gehad, toch was het goddeloos van deze priesters en ouderlingen om deze soldaten te huren voor zulk een opzettelijke leugen tegen hun eigen geweten. Zij weten niet wat zij doen, die anderen overhalen tot een moedwillige zonde, want hierdoor wordt het geweten verkracht, en de deur opengezet voor vele andere zonden. Maar
c. Daar dit bedoeld was om de grote leerstelling van Christus' opstanding teniet te doen, was het ene zonde tegen het laatste middel, dat hun tot redding was aangeboden, en was dus inderdaad ene lastering tegen den Heiligen Geest, daar zij datgene aan de slechtheid der discipelen toeschreven hetgeen door de kracht van den Heiligen Geest was geschied. Maar opdat de soldaten geen bezwaar zouden maken vanwege de straf, die zij volgens de Romeinse wet hadden te ondergaan wegens het slapen op wacht, welke straf zeer streng was, Handelingen 12:19, beloofden zij bij den stadhouder tussenbeide te zullen komen, Wij zullen hem tevreden stellen, en maken dat gij zonder zorg zijt. Wij zullen onzen invloed bij hem aanwenden, en hem bewegen om er geen kennis van te nemen. Zij hadden kortelings ondervonden hoe gemakkelijk hun dit vallen zou. Indien deze soldaten werkelijk hadden geslapen, en alzo de discipelen hadden toegelaten Hem te stelen, zoals zij der wereld wilden doen geloven, dan zouden de priesters en de ouderlingen wel de eersten geweest zijn om bij den stadhouder op hun bestraffing aan te dringen, zodat hun zorg voor de straffeloosheid der soldaten hun verhaal ten stelligste logenstraft. Zij namen op zich hen te beveiligen tegen het zwaard van Pilatus' gerechtigheid, maar zij konden hen niet beveiligen tegen het zwaard van Gods gerechtigheid, dat boven het hoofd hangt van hen, die de leugen liefhebben en doen. Diegenen beloven meer dan zij kunnen volbrengen, die het op zich nemen om iemand ongedeerd door het bedrijven van een moedwillige zonde heen te helpen. Zo werd dit complot dan beraamd en wat was er de uitslag van? Zij, die gewillig waren om te bedriegen, namen het geld, en deden wat hun gezegd was. Zij gaven even weinig om Christus en Zijn Godsdienst als de overpriesters en ouderlingen er om gaven, en mensen, die in het geheel geen Godsdienst hebben, kunnen er wel behagen in vinden het Christendom in minachting te zien brengen, en er zelf de hand toe lenen, zo het moet. Zij namen het geld, dat hadden zij op het oog, en niets anders. Geld is een lokaas voor de zwaarste misdaad, veile tongen zullen er de waarheid voor verkopen. Het grote argument, waaruit blijkt, dat Christus de Zoon van God is, is Zijne opstanding, en niemand kon overtuigender bewijzen van de waarheid er van hebben, dan deze soldaten, Zij zagen den engel nederdalen van den hemel en den steen afgewenteld, zij zagen het lichaam van Christus uit het graf komen, tenzij dat de schrik en ontroering, die zich van hen meester maakten, het hun belet hebben, en toch waren zij er zelven bij lange na niet van overtuigd, zodat zij zich lieten huren om het te ontkennen en anderen te verhinderen het te geloven. Het duidelijkste en meest tastbare bewijs zal, zonder de medewerking van den Heiligen Geest, de mensen niet tot overtuiging brengen. Zij, die gewillig waren om zich te laten bedriegen, hebben aan dit verhaal niet slechts geloof geschonken, maar het nog verder verbreid. Dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op den huidigen dag. Het bedrog vond gereden ingang en beantwoordde aan het doel. Als de Joden, die volhardden in hun ongeloof, het argument van Christus' opstanding horen, zijn zij nog altijd met het antwoord gereed, zijne discipelen zijn gekomen en hebben hem gestolen. Van gelijke strekking is het verhaal door Justin Martyr meegedeeld in zijn gesprek met Typho, den Jood. Het grote sanhedrin heeft aan alle Joden in de verstrooiing dit bericht gezonden, hen daarbij opwekkende tot krachtigen tegenstand aan het Christendom, namelijk dat toen zij Hem gekruisigd en begraven hadden, de discipelen des nachts zijn gekomen en hebben Hem uit het graf gestolen, waarbij hun bedoeling was niet slechts om de waarheid van Christus' opstanding omver te werpen, maar ook zijne discipelen gehaat en veracht te maken bij de wereld als de grootste snoodaards op aarde. Is eens een leugen opgeworpen, dan weet niemand hoe ver zij verspreid zal worden, of hoe lang zij in omloop zal blijven, of hoeveel kwaad zij zal aanrichten. Sommigen geven een andere betekenis aan deze plaats: Dit woord is verbreid geworden, dat is: In weerwil van de kunstenarij der overpriesters om aldus het volk te bedriegen, is de verstandhouding tussen hen en de soldaten, en het geven van het geld, om het bedrog te steunen, bekend en verbreid geworden onder de Joden, want op de een of andere wijze zal de waarheid aan het licht komen.