Mattheus 19:1-2
1. Wij hebben hier het bericht van Christus' vertrek uit Galilea, waar Hij opgevoed was. Het grootste gedeelte van Zijn leven had Hij doorgebracht in die afgelegen en geminachte landstreek, slechts bij gelegenheid der feesten was het, dat Hij opging naar Jeruzalem, en wij kunnen veronderstellen dat, als Hij er kwam, Zijne prediking en Zijne wonderen er des te meer opzien baarden en des te meer welkom waren, wijl Hij er geen vaste woonplaats had. Maar het was een blijk van Zijne vernedering-en gelijk in andere dingen, verscheen Hij ook hierin in geringen staat-dat Hij er heenging als Galileër, iemand uit het noorden des lands, waar het minst-beschaafde deel der natie woonde. De meeste van Christus' leerredenen waren tot aan dat tijdstip uitgesproken in Galilea, en dáár waren ook de meeste van Zijne wonderen gewrocht, maar nu, deze woorden geëindigd hebbende, vertrok Hij van Galilea en het was Zijn laatst vaarwel, want (tenzij Zijn gaan door het midden van Galilea, Lukas 17:11, hierna plaatshad, en dit was slechts een voorbijgaand bezoek, als Hij naar Jeruzalem reisde) is Hij nooit weer in Galilea geweest dan na Zijne opstanding, waardoor deze overgang dus zeer merkwaardig wordt. Christus heeft van Galilea geen afscheid genomen, voordat Zijn werk aldaar volbracht was, en toen vertrok Hij vandaar. Evenals Christus' getrouwe dienstknechten niet uit de wereld worden weggenomen, zo worden zij ook van geen enkele plaats verwijderd, voor zij hun getuigenis in die plaats hebben geëindigd, Openbaring 11:7. Het is troostrijk voor hen, die niet hun eigen zin en wil, maar de leiding van Gods voorzienigheid volgen voor hun vertrek van deze of gene plaats, dat hun woorden voor hun vertrek geëindigd zullen zijn. En wie zou ergens langer willen blijven dan hij er werk voor God te doen heeft?
2. Hij kwam over de Jordaan in de landpalen van Judea, opdat zij, zowel als Galilea hun dag der bezoeking zouden hebben, want ook zij behoorden tot de verloren schapen van het huis Israël's. Maar toch bleef Christus in de nabijheid van die delen van Kanaän, die aan de landen van andere volken grensden. Galilea wordt Galilea der heidenen genoemd, en over de Jordaan woonden de Syriërs. Aldus heeft Christus, terwijl Hij binnen de grenzen van het Joodse volk bleef, toch te kennen gegeven dat Hij het oog had op de heidenen, en dat Zijn Evangelie ook tot hen zou komen.
3. Vele scharen volgden Hem. Waar de Silo is, daar zal de vergadering des volks wezen . De verlosten des Heeren zijn de zodanige, die het Lam volgen waar het ook heengaat, Openbaring 14:4. Als Christus vertrekt, dan is het voor ons het best Hem te volgen. Het was een blijk van eerbied voor Christus, en toch was het ook een voortdurende last, om overal waar Hij ging door zoveel volks omringd te zijn, maar Hij heeft Zijn eigen gemak of rust niet gezocht, noch heeft Hij zich veel bekommerd om Zijne eer in het oog der wereld, toen Hij zich liet omringen door dezen saamgerotten hoop volks, het grauw, zoals sommigen die scharen zouden noemen. Hij is het land doorgegaan goed doende, want ook hier volgt: Hij genas ze aldaar. Dit toont aan, waarom zij Hem volgden, namelijk om hun kranken door Hem te laten genezen, en zij vonden Hem hier even machtig en bereid om hen te helpen, als Hij in Galilea geweest was, want overal waar deze Zon der gerechtigheid opging, was het met genezing onder Zijne vleugelen. Hij genas ze aldaar, omdat Hij niet wilde dat zij Hem zouden volgen naar Jeruzalem, ten einde geen aanstoot te geven. Hij zal niet twisten noch roepen.