Markus 1:9-13
Wij hebben hier een kort bericht van Christus' doop en verzoeking, die uitvoerig verhaald werden in Mattheus 3 en
4. l. Zijn doop, waarbij Hij voor het eerst in het openbaar optrad, nadat Hij lang onbekend en als verborgen in Nazareth had geleefd. O hoeveel verborgen waardigheid is er, die in deze wereld of als begraven is onder het stof der minachting, en dus niet bekend kan wezen, of gehuld is in den sluier der nederigheid, en niet bekend wil wezen! Vroeg of laat zal zij echter gekend worden, zoals ook Christus gekend werd.
1. Zie hoe ootmoedig Hij God erkende door te komen om van Johannes gedoopt te worden, aldus betaamde het Hem alle gerechtigheid te vervullen. Aldus is Hij gekomen in gelijkheid des zondigen vlezes, opdat Hij, hoewel volmaakt rein en onbevlekt, toch gewassen werd alsof Hij verontreinigd was, en heeft Hij om onzentwil zich zelven geheiligd, opdat ook wij geheiligd mogen zijn en met Hem gedoopt zijn, Johannes 17:19.
2. Zie, op hoe eervolle wijze God Hem erkende, toen Hij zich aan den doop van Johannes onderwierp. Zij, die God rechtvaardigen, gelijk diegenen gezegd worden te doen, die met den doop van Johannes gedoopt waren, zal Hij verheerlijken, Lukas 7:29, 30,
a. Hij zag de hemelen opengaan. Aldus werd Hij erkend te zijn de Heere van den hemel, en had Hij een blik op de heerlijkheid en de vreugde, die Hem voorgesteld en verzekerd was als het loon voor Zijne onderneming. Mattheus zegt: de hemelen werden Hem geopend. Markus zegt: Hij zag de hemelen opengaan. Voor velen zijn de hemelen geopend om hen te ontvangen, maar zij zien dit niet. Christus had niet slechts een heldere voorwetenschap van Zijn lijden, maar ook van Zijne heerlijkheid.
b. Hij zag den Geest gelijk ene duive op Hem nederdalen. Wij kunnen de hemelen voor ons geopend zien, als wij den Geest bespeuren nederdalende en in ons werkende. Gods goed werk in ons is het stelligste blijk van Zijn goeden wil jegens ons, en Zijne toebereidingen voor ons. Justin Martyr zegt, dat toen Christus gedoopt werd een vuur werd ontstoken in de Jordaan, en een oude overlevering spreekt van een groot licht, dat rondom de plaats scheen, want de Geest brengt licht en warmte teweeg.
c. Hij hoorde ene stem, die bestemd was om Hem aan te moedigen om met Zijne onderneming voort te varen, en daarom wordt zij hier uitgedrukt als gericht tot Hem: Gij zijt Mijn geliefde Zoon. God doet Hem weten: dat Hij Hem om den lagen staat, waartoe Hij zich thans had vernederd, niet minder liefhad. Hoewel Hij zich zelven ontledigd en vernietigd heeft, toch is Hij nog Mijn geliefde Zoon. En dat Hij Hem wegens de heerlijke en liefderijke onderneming, waartoe Hij zich had begeven, nog zoveel te meer liefhad. God heeft een welbehagen in Hem als Middelaar tussen Hem en den mens, en Zijn welbehagen in Hem is zo groot, dat Hij in Hem, ook een welbehagen heeft in ons.
II. Zijne verzoeking. De goede Geest, die op Hem nederdaalde, dreef Hem uit in de woestijn, vers 12. Paulus maakt er melding van als een bewijs, dat hij zijne leer van God had, en niet van den mens-dat, zodra hij geroepen was, hij niet ging naar Jeruzalem, maar naar Arabië, Galaten 1:17. Afzondering van de wereld geeft een goede gelegenheid van vrijer gemeenschapsoefening met God, en daarom moet zij soms gekozen worden zelfs door hen, die tot den gewichtigsten en druksten arbeid geroepen worden. Markus tekent bij Zijn verblijf in de woestijn aan, dat Hij er bij de wilde gedierten was. Het was een voorbeeld van des Vaders zorg over Hem, dat Hij er voor bewaard bleef om door die wilde dieren verscheurd te worden, hetgeen Hem ene bemoediging te meer was voor het geloof, dat Zijn Vader voor Hem zal zorgen, ook wanneer Hem zal hongeren. Bijzondere voorbeelden van bescherming en bewaring zijn het teken en onderpand van voorziening in onze behoeften. Het was ook ene aanduiding voor Hem van de wreedheid der mensen van dat geslacht, onder hetwelk Hij moest leven-zij waren niet beter dan de wilde dieren in de woestijn, ja zeer veel erger. In die woestijn:
1. Hebben de boze geesten zich met hem bezig gehouden, Hij was verzocht van den Satan. Niet door inwerking naar binnen-de overste dezer wereld had in Hem niets, dat tot aanknopingspunt kon dienen-maar door aanzoeken van buiten af. Eenzaamheid verschaft den verleider dikwijls een voordeel, daarom zijn twee beter dan een. Christus zelf is verzocht geworden, niet slechts om ons te leren dat het gene zonde is verzocht te worden, maar om ons te tonen werwaarts wij ons hebben te wenden als wij verzocht worden, namelijk tot Hem, die geleden heeft, verzocht zijnde, en opdat Hij uit eigen ervaring medelijden kunne hebben met ons, als wij verzocht worden.
2. De goede geesten waren bezig met Hem, de engelen dienden Hem, voorzagen Hem van hetgeen Hij behoefde, en deden dienst bij Hem. De dienst der goede engelen is een grote vertroosting bij de gedachte aan de boze raadslagen der boze engelen tegen ons, maar nog veel weldadiger is het voor ons om den Geest in ons hart te hebben, en die Hem alzo hebben, zijn uit God geboren, en- voorzover zij dit zijn vat de boze hen niet, en nog veel minder zal hij over hen triomferen.