Markus 16:19-20
Hier is:
1. Christus verwelkomd in de wereld hierboven, vers 10. De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, aan de discipelen gezegd had wat Hij hun te zeggen had, is opgenomen in den hemel, in een wolk, waarvan wij het bijzondere bericht hebben in Handelingen 1:9, en Hij werd niet slechts toegelaten, maar Hem is rijkelijk toegevoegd de ingang in Zijn koninkrijk aldaar. Hij is opgenomen, met plechtige majesteit ontvangen, onder het luid gejuich der hemelse heirscharen, en Hij is gezeten aan de rechterhand Gods. Zitten is een houding der rust, want nu had Hij Zijn werk volbracht, en een houding der heerschappij, want nu heeft Hij bezit genomen van Zijn koninkrijk. Hij is gezeten aan de rechterhand Gods, hetwelk de soevereine waardigheid aanduidt, waartoe Hij bevorderd is, en het algemene Middelaarswerk, dat Hem is toebetrouwd. Al wat God ons betreffende doet, al wat Hij ons geeft, of van ons aanneemt, geschiedt door Zijn Zoon. Thans is Hij verheerlijkt met de heerlijkheid die Hij had eer de wereld was.
2. Christus verwelkomd in de wereld hier beneden. Dat Hij "geloofd is in de wereld" wordt samengevoegd met Zijn "opgenomen wezen in de heerlijkheid", 1 Timotheus 3:16. Wij zien hier hoe de apostelen naarstiglijk voor Hem arbeidden, Zij uitgegaan zijnde, predikten overal, heinde en ver. Hoewel de leer, die zij predikten, geestelijk en hemels was, in lijnrechten strijd met den geest der wereld, hoewel zij zeer veel tegenstand ontmoette, en volkomen ontbloot was van elke wereldlijken steun en alle wereldlijk voordeel, zijn toch de predikers er van noch verschrikt noch beschaamd geweest. Zij waren zo ijverig in de verbreiding van het Evangelie, dat binnen weinige jaren het geluid er van over de gehele aarde is uitgegaan, Romeinen 10:18.
b. Wij zien hier hoe God krachtiglijk met hen mede gewrocht heeft, ten einde hun arbeid voorspoedig te doen zijn, door het woord te bevestigen door tekenen, die daarop volgden, deels door de wonderen, gewerkt op het lichaam der mensen en het die Goddelijk zegel waren op de Christelijke leer, en deels door den invloed, dien het uitoefende op den geest en het gemoed der mensen door de werking van den Geest Gods, Hebreeën 2:4. Dit waren de eigenlijke tekenen, die volgden op het woord: -de hervorming of vernieuwing der wereld, de vernietiging der afgoderij, de bekering van zondaren, de vertroosting der heiligen, en deze tekenen volgen nog altijd op het woord. En opdat dit al meer en meer moge wezen tot eer van Christus en tot welzijn van het mensdom, bidt de evangelist en leert ons Amen te zeggen. Vader in den hemel, laat aldus Uw naam worden geheiligd en Uw koninkrijk komen.