Lukas 13:18-22
Hier is:
I. De voortgang van het Evangelie voorzegd in twee gelijkenissen, die wij tevoren gehad hebben in Mattheus 13:31-33. Het koninkrijk van den Messias is het koninkrijk Gods, want het bevordert Zijne eer. Dit koninkrijk was nu nog ene verborgenheid, en over het algemeen waren de mensen er nog in duisternis over, verkeerden zij er in dwaling over. Als wij nu iets willen aanduiden of beschrijven aan hen, die er niets van weten, doen wij dit gaarne door gelijkenissen. "Zo en zo iemand kent gij niet, maar ik zal u zeggen op wie hij gelijkt". Evenzo wil Christus hier tonen, waaraan het koninkrijk Gods gelijk is, vers 18.
"Waarbij zal Ik het koninkrijk Gods vergelijken? vers 20. Het zal geheel anders zijn dan gij denkt, en het zal werken en zijn doel bereiken op een gans andere wijze dan gij verwacht."
1. "Gij denkt dat het groot zal zijn, en plotseling tot volkomenheid zal geraken, maar gij dwaalt, het is gelijk aan een mostaardzaad, iets heel kleins, dat weinig plaats inneemt, weinig of geen vertoning maakt, en zeer weinig belooft, maar wanneer het in aarde gezaaid is, die er voor geschikt is, dan wordt het tot een groten boom", vers 18. Velen zijn wellicht bevooroordeeld geweest tegen het Evangelie en wilden niet tot gehoorzaamheid er aan gebracht worden, omdat zijn aanvang zo gering was. Zij waren gereed van Christus te zeggen: "Zou deze ons kunnen behouden?" En van Zijn Evangelie: "Zou daar ooit iets goeds van kunnen komen?" Nu wil Christus dit vooroordeel wegnemen, door hun te verzekeren dat, hoewel het begin gering is, het laatste toch zeer vermeerderd zal worden, zodat velen zullen komen, gevlogen als een wolk, om in zijne takken te nestelen en er veiliger te zijn dan in Nebukadnezars boom, Dan, 4:21.
2. "Gij denkt dat het zich baan zal breken door uitwendige middelen, door de natiën te onderwerpen en legerscharen te overwinnen, maar het zal werken als zuurdesem, stil en onmerkbaar, zonder enigerlei kracht of geweld, vers 21. Een weinig zuurdesem doorzuurt het gehele deeg, zo zal de leer van Christus op verwonderlijke wijze haar geur in de wereld van het mensdom verspreiden, hierin triomfeert zij, dat de reuk der kennis er van op onverklaarbare wijze openbaar wordt in alle plaatsen, boven hetgeen men verwacht zou hebben, 2 Corinthiërs 2:14. Maar gij moet het tijd geven, wacht op den uitslag van de prediking des Evangelies aan de wereld, en gij zult bevinden dat het wonderen doet, en verandering brengt in de eigenschap van de zielen der mensen. Langzamerhand zal het "geheel gezuurd zijn, zullen zo velen den geur des Evangelies ontvangen, als er, gelijk het meel voor den zuurdesem, toe bereid zijn."
II. Wordt Christus' reis naar Jeruzalem vermeld: Hij reisde van de ene stad en vlek tot de andere, lerende, vers 22. Hier vinden wij Christus rondtrekkend, maar als een rondtrekkende prediker, reizende naar Jeruzalem, voor het feest der vernieuwing des tempels, dat in den winter gevierd werd, als het reizen bezwarend is, maar desniettemin wilde Hij het werk Zijns Vaders gaan doen, en daarom, welke steden of vlekken er ook op Zijn weg lagen, overal heeft Hij gepredikt, in de vlekken of dorpen, zowel als in de steden. Overal waar Gods voorzienigheid ons heenbrengt, moeten wij er naar streven om al het goed te doen dat wij kunnen.