Leviticus 9:8-22
Daar dit de eerste offeranden waren, die ooit door de Levietische priesterschap naar de pas ingestelde wet op de offeranden geofferd waren, wordt de wijze, waarop dit geschiedde, zeer omstandig beschreven, opdat zou blijken hoe nauwkeurig het voorschrift er bij gevolgd was.
1. Met eigen handen heeft Aaron het kalf van het zondoffer geslacht, vers 8, en deed toen het werk van de mindere priesters, want groot als hij was, moest hij toch geen dienst beneden zich achten, die hij ter ere Gods doen kon, en gelijk Mozes hem getoond had hoe het werk bekwamelijk en naar behoren te verrichten zo toonde hij het nu aan zijn zonen, opdat zij evenzo zouden doen, want dat is de beste manier van onderwijzen, en aldus behoren ouders door hun voorbeeld hun kinderen te onderwijzen. Daarom heeft Aaron nu gelijk Mozes tevoren, sommige van ieder van de verschillende offers, die voorgeschreven waren en waarvan de ritus verschillend was, geofferd opdat zij tot alle goed werk volmaakt toegerust zouden zijn.
2. Hij offerde die behalve het morgenbrandoffer, vers 17, dat iedere dag het eerst geofferd werd. Onze gewone oefeningen van de Godsvrucht `s morgens en `s avonds, afzonderlijk en met ons gezin, moeten onder generlei voorwendsel verzuimd of nagelaten worden, neen, ook niet als er buitengewone diensten verricht moeten worden, wat er ook aan toegevoegd moge worden, daarvan mag niets worden afgenomen.
3. Het is niet duidelijk of, als er gezegd wordt, dat hij deze of die delen van de offers op het altaar verbrandde, vers 10-20, bedoeld is, dat hij ze terstond en met gewoon vuur verbrand heeft, zoals tevoren, of dat hij ze op het altaar gelegd heeft, gereed om met het vuur van de hemel verbrand te worden, dat zij verwachtten, vers 24, of dat hij, gelijk de mening is van bisschop Patrick, de offeranden voor zichzelf met gewoon vuur verbrandde, maar toen deze verbrand waren, de offeranden van het volk op het altaar legde, welke door het vuur van de Heere verteerd werden. Ik voor mij vermoed veeleer dat hij, wijl er van al deze offers gezegd is, dat hij ze verbrandde (behalve van het brandoffer van het volk, waarvan gezegd is, dat hij het offerde naar het recht, vers 16, het vuur niet aangestoken heeft om ze te verbranden, maar dat het vuur van de Heere er op kwam, en het vuur uitdoofde, dat hij aangestoken had (wij weten dat een groter vuur een kleiner vuur uitdooft) en plotseling het overblijvende verteerde, dat door het vuur, hetwelk hij had ontstoken, langzaam verteerd zou zijn.
4. Toen Aaron alles gedaan had wat hij voor de offers te doen had, hief hij zijn handen op tot het volk en zegende hen, vers 22. Dit was een deel van het werk van de priesters, waarin hij een type was van Christus, die in de wereld gekomen is om ons te zegenen, en toen Hij bij Zijn hemelvaart scheidde van Zijn discipelen, hief Hij Zijn handen op en zegende hen, en in hen, geheel Zijn kerk, waarvan zij de oudsten en vertegenwoordigers waren, als de grote Hogepriester van onze belijdenis. Aaron hief zijn handen op als hij hen zegende, om aan te duiden vanwaar hij wenste en verwachtte, dat de zegen komen zou, namelijk van de hemel, die Gods troon is. Aaron kon slechts vragen om een zegen, het is Gods kroonrecht de zegen te gebieden. Toen Aaron hen gezegend had, kwam hij af, toen Christus zegende, voer Hij op.