Leviticus 20:10-21
Hier wordt bevel gegeven om zonden tegen het zevende gebod ten strengste te straffen. Dat zijn zonden, waarmee dwazen het meest geneigd zijn te spotten, maar God zou deze het gruwelijke van hun schuld doen verstaan door de uiterste strengheid van de straf, die er niet op andere wijze van onderricht zouden worden.
I. Overspel met de vrouw van een ander wordt tot een halsmisdaad gemaakt, de overspeler en de overspeelster, die in de zonde gedeeld hebben, vallen onder hetzelfde vonnis, beide moeten zij gedood worden. vers 10. Reeds lang tevoren, in de tijd van Job, werd dit als "een schandelijke daad" geacht, een "misdaad bij de" "rechters," Job 31:11 Het is een moedwillig minachten van een inzetting Gods, een verbreken van Zijn verbond, Spreuken 2:17. Het is een onherstelbaar onrecht, gepleegd aan de beledigde echtgenoot, en verderft het gemoed en het geweten van beide schuldigen. Het is een zonde, waartoe ongebreidelde hartstochten de mensen voortdrijven, derhalve er zo'n sterk bedwang als dit voor nodig is. Het is een zonde, die een land verontreinigt, en Gods oordelen er over brengt, huisgezinnen ontrust en beroert, ten verderve strekt van alle deugd en Godsdienst, en daarom is het voegzaam dat de bewaarders van de openbare vrede haar veroordelen en straffen, maar zie Johannes 8:3-11.
II. Bloedschendige verbintenissen, het zij al of niet door huwelijk.
1. Sommigen er van moesten met de dood gestraft worden, zoals een man, die bij de vrouw van zijn vader gelegen heeft, vers 11. Ruben zou wegens deze misdaad ter dood zijn gebracht, Genesis 35:22, indien deze wet er toen geweest was. Het was de zonde van de bloedschendige Corinthier, om welke hij "de Satan meest overgegeven worden," 1 Corinthiërs 5:1-5. Evenzo moest ontucht, bedreven met een schoondochter, een schoonmoeder, of een zuster met de dood gestraft worden, vers 12, 14, 17.
2. Anderen zullen door God gestraft worden met de vloek van de onvruchtbaarheid, zoals wanneer een man zijn tante, of de vrouw van zijn broeder verontreinigt, vers 19-21, zij zullen kinderloos sterven. Zij, die zich niet binnen de door God gestelde regelen voor het huwelijk houden, verbeuren de huwelijkszegen "zij zullen hoereren, maar niet uitbreken in menigte," Hosea 4:10. Ja, er wordt gezegd: "Zij zullen hun ongerechtigheid" "dragen," dat is: al worden zij ook niet terstond om deze zonde door de hand van God of de mens uitgeroeid, zal de schuld er van toch op hen blijven rusten, waarvan zij door geen slacht- of spijsoffer gereinigd zullen worden.
III. De tegennatuurlijke zonden van sodomie en beestachtigheid (die niet zonder afgrijzen genoemd kunnen worden) moesten met de dood gestraft worden, zoals zij ook nu nog door onze wetten met de dood gestraft worden, 1) vers 13, 15, 16. Zelfs het beest, dat aldus misbruikt werd, moest gedood worden met de zondaar, die aldus openlijk nog meer te schande werd gemaakt, en de laagheid voorgesteld werd als in de hoogste mate afschuwelijk en verfoeilijk, elke gelegenheid om haar te gedenken of te noemen moest weggenomen worden. Zelfs het ontijdig gebruiken van het huwelijksbed, indien het moedwillig en in minachting van de wet geschiedde, zal de overtreders aan het rechtvaardig oordeel Gods blootstellen, zij zullen uitgeroeid worden, vers 18. Want dit is de wil Gods, dat een ieder wete zijn vat (en de vrouw wordt het zwakkere vat genoemd) te bezitten in heiligmaking en ere, gelijk het heiligen betaamt.