Colossenzen 4:5-6
De apostel vermaant hen verder tot een voorzichtig en betamelijk gedrag jegens allen, met welke zij omgingen, jegens de heidenen en jegens de niet-leden van de Christelijke gemeente. Wandelt met wijsheid bij degenen, die buiten zijn, vers 5. Weest voorzichtig in al uw omgang met hen, dat zij u geen schade doen en gij een hunner gewoonten navolgt, want kwade samensprekingen bederven goede zeden, en dat gij hun geen schade doet, of hun gelegenheid geeft om hun tegenzin tegen uw godsdienst te doen blijken en te versterken. Doet hun zoveel goeds als gij kunt, en beveelt hun uw godsdienst aan door de geschiktste middelen en op de beste tijden. Den tijd uitkopende, dat is: elke goede gelegenheid aangrijpende om hun goed te doen en het beste gebruik van den tijd makende in dezen plicht, aangezien naarstigheid in het uitkopen van den tijd anderen een goeden dunk van onzen godsdienst geeft. Of: wandelende voorzichtig en zonder aanstoot, om hun geen voordeel op u te geven en u niet bloot te stellen aan hun kwaadaardigheid en onwil, Efeze 5:15, 16: Wandelt voorzichtiglijk, den tijd uitkopende, omdat de dagen boos zijn, dat is, gevaarlijk, of vol moeite en lijden, En jegens anderen, hen die binnen zowel als hen die buiten zijn: Zij uw woord te allen tijde in aangenaamheid, vers 6. Laat al uw gesprekken zijn zoals Christenen betaamt, in overeenstemming met uw belijdenis, kalm, bescheiden, gepast. Ofschoon uw woord niet altijd aangenaam zal zijn, het moet in aangenaamheid wezen, en ofschoon het onderwerp van uw gesprek zeer alledaags kan zijn, het moet het stempel van godsvrucht dragen en altijd Christelijk zijn, met zout besprengd. Genade is het zout, dat onze gesprekken geschikt en smakelijk maakt, en ze voor verderf bewaart.
Opdat gij moogt weten hoe gij een iegelijk moet antwoorden. Voor ieder is slechts een bepaald antwoord geschikt, Spreuken 26 : 4, 5.. Er is een grote mate van wijsheid en genade nodig om ieder het voor hem geschikte antwoord te geven, vooral wanneer het gaat over antwoorden op de vragen en tegenwerpingen van de bestrijders van onzen godsdienst, in het rekenschap geven van ons geloof en aantonen van de onredelijkheid van hun bestrijdingen, tot het meeste voordeel van onze belijdenis en het minste gevaar voor ons zelven. Zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk, die rekenschap van u afeist van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en vreze, 1 Petrus 3:15.