11. Waarin, in welke nieuwe toestand van het leven, die volgens het zo even gezegde bij u moet worden gevonden, geen onderscheid is, geen afzonderingen om uitwendige zaken, daarom niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar, niet-Griek, staande buiten de ontwikkelde wereld en Scyth, barbaar van de ergste soort of wilde ("1Sa 31:10, dienstknecht en vrije, maar Christus is alles en in allen (
Galaten 3:28.
1 Corinthiërs 12:13 3. 28 1Co
Romeinen 10:12), Hij alleen is de enige Heere (
Efeze 4:5).
Bij de vorige vermaningen voegt Paulus nog deze: "lieg niet tegen elkaar; het verkeerde van de leugen voor de Christenen stelt Theophylactus voor met de woorden: "u heeft toch Christus aangedaan, die van Zich zegt: "Ik ben de waarheid. " Het is dus zeker juist, dat, nadat de apostel de Kolossensen heeft vermaand om enige zonden te vermijden, hij nog op het algemene wijst, zonder hetwelk ook dat nooit, ten minste niet in Christelijke zin, kan worden volbracht, door te schrijven: "u heeft de nieuwe mens aangedaan, die vernieuwd wordt tot kennis naar het evenbeeld van degene, die hem geschapen heeft. " Met het woord "tot kennis" wordt het deel van de vernieuwing aangegeven en wordt van die kennis gehandeld, waarvan in Hoofdstuk 2:2 sprake was, om echter tevens de vormen aan te geven, volgens welke de vernieuwing moest geschieden, wordt verder gezegd "naar het evenbeeld van degenen, die hem geschapen heeft". Dat Paulus bij deze uitdrukkingen zinspeelt op de scheppingsgeschiedenis, is onmiskenbaar.
Is nu het evenbeeld van God in de ziel hersteld, dan vallen de scheidsmuren onder de mensen weg. Allen staan God even na en dezelfde Heiland, die in allen alles is, verbindt hen onder elkaar.
De begrippen "Griek, Jood" doelen op de beide grondtypen in de geschiedenis van de volken, besnijdenis en voorhuid op het godsdienstig verschil, het "barbaar, Scyth" heeft betrekking op het onderscheid van de voor-Christelijke maatschappij. Al deze tegenstellingen en onderscheidingen bestaan in het Christelijk bewustzijn, of voor de kennis van het geheim van God principiëel niet meer. In de plaats van dat alles is getreden Christus als het "alles in alles. " Alles, wat voor de Christen nog een werkelijke betekenis heeft wat zijn belangstelling nog in een hogere richting trekt, is samengevat in de persoon van Christus; en Hij, Christus, is in allen, d. i. alle individuen zijn met Hem vervuld en door Hem doordrongen (Hoofdstuk 2:10 en 19). Hij is in de nieuwe, wedergeborene individualiteit het menselijke verenigingspunt, middelpunt en doel.
Absoluut is de eis voor elke mens Christen te worden, Christen te zijn; absoluut recht heeft de gemeenschap met Christus, maar ook alleen zij en de onderscheidingen naar nationaliteit, confessie, ontwikkeling en stand hebben tegen deze alleen relatief recht; maar dit zeker in zo verre dat absolute recht ongekrenkt blijft. EPISTEL OP DE VIJFDE ZONDAG NA EPIFANIEN
Het Evangelie van deze dag (Mattheus 13:24) handelt over het onkruid op de akker, over de vermenging van de kinderen van God met de kinderen van Belial in de wereld; als dan de wereld een vermenging is van kinderen van God en kinderen van Belial en de vijand van de zaligheid het allerliefst onder het zaad van de Heere, onze God, zijn kinderen inzaait, dan is er voor de kinderen van God een groot gevaar. Het boze steekt aan, omdat het in alle mensen plaats kan vinden, omdat ook in de kinderen van God vatbaarheid ervoor aanwezig is. Het zuurdeeg verzuurt het zoete deeg, het goede deeg maakt het zuurdeeg niet zoet. Zo hebben ten allen tijde de kinderen van God te vrezen, dat zij door de boze verslonden worden; en welke raad, welke vermaning zal nu uit dit gevaar voor hen voortvloeien. Zonder twijfel geen andere raad, dan dat zij zich te nauwer aansluiten, om zich des te vlijtiger en ijveriger te gedragen en op de gemeenschappelijke grond van hun allerheiligst geloof elkaar te dragen en op te bouwen. Juist dat is het, waartoe de apostel in de tekst van het epistel vermaant, zodat men het verband en de zin van de beide teksten van deze zin zou kunnen samenvatten in dit woord: omdat de kerk van God midden onder de menigte van Belialskinderen door deze wereld moet gaan, moeten haar leden zich met alle ernst aan elkaar sluiten en, in getrouwe zielenzorg voor elkaar, daarnaar zoeken, dat zij ongedeerd en ongescheiden tot de poorten van het eeuwige leven komen.
Het dulden van de bozen in het midden van de goeden, waarop het Evangelie wijst, heeft zijn grond in de geduldige, lankmoedige liefde van de Verlosser, die tijd geeft tot bekering en op verbetering wacht. In zo'n geduldige en verschonende liefde openbaart zich de heerlijkheid van de Heere. In het epistel wordt deze geduldige en lankmoedige liefde jegens de naaste de Christen op het hart gedrukt en de heerlijkheid van de Heere, zoals die in de wederkerige gemeenschap van de liefde, die de Zijnen onder elkaar voeden en in de godsdienstige gemeenschap, waardoor zij elkaar stichten, haar weerklank vindt, is de toon van Epifaniën, die zich verheft. - Wat is het sieraad van Gods kinderen? 1) hartelijke liefde, 2) kostbare vrede 3) heilige oefening. Ons kindschap van God; wij beschouwen 1) de grond, waaruit het voortkomt, 2) de wijze, waarop het zich vertoont, 3) het middel, waardoor het krachtiger wordt.
Wat is een Christen 1) volgens zijn goddelijke staat, 2) volgens zijn heilig wezen, 3) volgens zijn zegenrijke invloed. (EIG. ARB.).
Het leven van de Christen een heilige godsdienst: 1) waarom het dit moet zijn; 2) wat ertoe behoort.
Uw Evangelie zij overeenkomstig uw waardigheid: 1) bent u door de Vader verkoren, heilig u dan voor Hem; 2) bent u door de Heilige Geest geheiligd, verdiep u dan in het woord; 3) bent u in Christus bemind, doe dan alles in Zijn naam!
Wanneer woont het woord van Christus overvloedig in een gemeente? Als in deze 1) de openbare godsdienst getrouw wordt waargenomen, 2) de huiselijke godsdienst veel wordt geoefend, 3) het gebruik van beide goede vruchten draagt.
Hoe kunnen al onze dagen tot ware Zondagen worden? Als wij 1) alle dagen het juiste Zondagsgewaad aandoen? 2) door ware Zondagsvrede ons laten besturen, 3) de ware Zondagsgast bij ons herbergen, 4) het ware Zondagsgesprek voeren, 5) op alle dagen de juiste Zondagswijding weten over te dragen.