Jozua 17:7-13
Wij hebben hier een kort bericht van het erfdeel van deze halve stam. Het strekte zich uit van de Jordaan in het oosten, tot aan de grote zee in het westen, ten zuiden paalde het aan Efraïm, maar ten noorden grensde het aan Aser en Issaschar, Aser lag ten noordwesten, en Issaschar ten noord- oosten, hetgeen de betekenis schijnt te zijn van hetgeen gezegd is in vers 10, dat zij (dat is Manasse en Efraïm daar beide tezamen de stam van Jozef vormden) aan het noorden aan Aser stieten, en aan het oosten aan Issaschar, want Efraïm zelf grensde niet aan deze stammen.
Er worden betreffende dit lot sommige bijzonderheden opgemerkt.
1. Dat er veel gemeenschap was tussen deze stam en die van Efraïm. De stad Tappuah behoorde aan Efraïm, maar het omliggende land aan Manasse, vers 8. Er waren ook vele steden van Efraïm, die binnen de grenzen van Manasse lagen, vers 9, Hoofdstuk 16:9.
2. Dat evenzo Manasse steden met haar onderhorigheden had in de stammen Issaschar en Aser, vers 11. God had het zo beschikt, dat iedere stam wel zijn bijzonder erfdeel had dat er niet van vervreemd mocht worden, maar dat zij toch zich derwijze met elkaar zouden mengen dat er onderlinge bekendheid en gemeenschap tussen hen zouden blijven bestaan, en er gelegenheid zou zijn om elkaar goede diensten te bewijzen, zoals het betaamde aan hen, die wel van verschillende stammen waren, maar toch allen tot het een Israël behoorden, en verplicht waren elkaar lief te hebben als broeders.
3. Dat zij de Kanaänieten onder hen lieten wonen, in tegenspraak met het gebod van God hun eigen doeleinden dienende door hen oogluikend toe te laten, want zij maakten hen belastingplichtig, vers 12, 13. De Efraïmieten hadden hetzelfde gedaan, Hoofdstuk 16:10, en van hen hadden de Manassieten het misschien geleerd en zich met hun voorbeeld verontschuldigd.
De merkwaardigste persoon van deze halven stam is in latere tijden Gideon geweest, wiens grote daden binnen dit lot geschied zijn. Hij was van het geslacht van Abiezer. Cesarea was in dit lot, en Antipatris, vermaard in de latere eeuwen van de Joodsen staat.