13. Uwe scheuten zijn een paradijs van granaatappelen (
Vers 3 ), met edele vruchten, cyprus, cyprusbloemen (
Hoofdstuk 1:14), die te zamen geplant zijn met nardusplanten, waaruit men ene zo fijne zalfolie bereidt (
Hoofdstuk 1:12). 14. Nardusplanten en saffraanbloemen, 1) kalmus uit Gelukkig Arabië, en kaneel, met allerlei bomen, welker geurige hars tot bereiding van den edelsten wierook dient, mirre (
Hoofdstuk 1:13) en aloë (
Numeri 24:6),mitsgaders alle voornaamste specerijen, 2) alle overige planten, die tot balsem worden aangewend, (zo als b.v.
Exodus 30:23 enz.
Psalm 45:9).
1) De echte saffraan, crocus sativus, is ene plant, die in het Oosten en in de Levant in `t wild groeit, en tegenwoordig ook in Zuid-Europa op akkers gebouwd wordt. Het is een bolgewas met rechtopstaande, grassoortige bladeren, dat in den herfst onmiddellijk uit den wortel ene bleek violetkleurige bloem van den vorm ener lelie en de grootte ener kleine tulp doet opschieten. De in `t midden van deze bloem aanwezige stengel eindigt in drie vezelige zaadjes van roodgele kleur en sterken geur, die gedroogd de bekende saffraan geven. De ouden maakten een zeer groot gebruik van dit product; voornamelijk bereidde men daaruit een zeer geliefkoosd reukwater, waarmee men zalen en schouwtonelen besprengde, spijzen, in `t bijzonder koeken en confituren begoot, en waarvan men zelfs gehele kleine fonteinen maakte. Ook zalf maakte men uit crocus, en bij de spijzen mocht deze specerij niet ontbreken. De kalmus calamus odoratus, die zich door zijnen welriekenden naar specerij smakenden wortel onderscheidt, wast ook wel in Europa; meer getrokken evenwel is de Aziatische, en bovenal wordt de Indische en Arabische op hogen prijs gesteld. Men bereidde uit den wortel, gelijk tegenwoordig nog, zalf, olie en reukwerk..
Onder uwe scheuten is niet anders te verstaan, dan wat in den hof zooeven genoemd uitspruit. En als nu hier geestelijk verstaan de Kerk wordt bedoeld, dan kunnen onder scheuten niet anders begrepen worden dan de gelovigen, de geestelijke scheuten der genade. Een hof zooeven genoemd, wel afgezonderd, wel voorzien met water, brengt vruchten voort en die vrucht wordt aanschouwd in de planten, die er in groeien en bloeien. Planten, allen onderscheiden opgesomd, van onderscheidene waarde, maar daarom ook zinnebeelden van de enkele leden der Kerk.
2) Salomo noemt hier de voortreffelijkste, edelste planten van het binnen- en buitenland op, die zijne uitgebreide kennis van het plantenrijk hem aangeeft, en die tot bereiding van edele, welriekende oliën en wateren, goede zalven en wierook worden aangewend, om voor te stellen, dat in Sulamiths heerlijke eigenschappen het heerlijkste, wat Gods schepping voortbrengt, zijne gelijkenis en evenbeeld windt. Wellicht had Salomo ook al deze buitenlandse planten in zijne tuinen te Etham zuidelijk van Bethlehem (1 Samuël 9:5) aangekweekt, en kende Sulamith ze van daar..