3. Uwe lippen over dit elpenbeenwit uwer tanden zijnzo helder rood en fijn besneden als een dicht scharlaken snoer, en uwe spraak, (beter: uwe mond a)) is lieflijk, vol vriendelijke, hartverkwikkende woorden; de slaap uws hoofds, uwe zachte rode wangen, welke zich aan de helder witte slapen aansluiten, is zo schoon, zo zuiver gewelfd als een stuk van een granaatappel 2) aan zijne buitenzijde, waar fris rood uit geel en wit te voorschijn komt; zo vertonen zij zich lieflijk tussen uwe vlechten (juister: van achter uwen sluier
Vers 1).
a) Psalm 147:1. Colossenzen 4:6.
1) Daar achtereenvolgens uitwendig zichtbare lichaamsdelen van Sulamith worden geschilderd, zo zal ook hier zulk een bedoeld worden, omdat de mond, de eenheid der vooraf genoemde lippen en tanden, als spraakorgaan een wezenlijken trek in het beeld van de schoonheid der bruid uitmaakt..
2) Slechts bij ene helft, een gedeelte van den granaatappel worden de wangen vergeleken, om hare zachte welving.
De granaatappel, de vrucht van den in het Oosten inheemsen granaatboom, had een gelijkmatig ronden vorm, uitwendig rood, van binnen geel, en werd voor zó schoon gehouden, dat men dien architectonisch bij den tempelbouw aanwendde. (Exodus 28:33 ).