Filippenzen 4:20-23
Met deze verzen besluit de apostel den brief.
1. Met lof aan God. Onzen God nu en Vader zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen. vers 20. Merk op:
A. God moet beschouwd worden als te zijn onze Vader. Onze God en Vader. Het is zeer neerbuigend en gunstrijk van God Zijne betrekking tot zondaren als Vader te erkennen, en ons te veroorloven te zeggen: Onze Vader, en het is een naam bepaald eigen aan de Evangeliebedeling. Het is een groot voorrecht en een grote aanmoediging voor ons, dat wij Hem als onzen Vader beschouwen mogen, als iemand, die zo nauw tot ons in betrekking staat en ons zo tedere liefde en genegenheid toedraagt. Wij moeten, bij al onze zwakheden en vrezen, op God zien niet als een dwingeland of vijand, maar als een Vader, die medelijden met ons heeft en ons helpt.
B. Wij moeten God verheerlijken als onzen Vader, en Hem de heerlijkheid geven van Zijn eigen volmaaktheden en voor al Zijn barmhartigheid jegens ons. Wij moeten dankbaar erkennen, dat wij alles van Hem ontvangen en Hem voor dat alles prijs en dank brengen. En onze dank moet aanhoudend en voortdurend zijn: in alle eeuwigheid.
2. Met groeten aan al zijn vrienden te Filippi.
"Groet al de heiligen in Christus Jezus, vers 21, mijn hartelijken groet aan al de Christenen in uw omgeving. Niet alleen aan de ouderlingen en diakenen, maar aan de gehele gemeente en aan iedere heilige in het bijzonder. Paulus had liefde voor alle ware Christenen.
3. Met groeten van allen, die te Rome waren.
U groeten de broeders, die met mij zijn, de dienaren en al de heiligen hier zenden u een liefdevollen groet. Meest die van het huis des keizers zijn, de tot Christus bekeerden, die aan het hof des keizers verbonden zijn. Er waren bekeerden in het huis des keizers. Ofschoon Paulus, om de verkondiging van het Evangelie, op bevel des keizers, te Rome gevangen zat, waren er sommige Christenen in diens gezin. Het Evangelie heeft reeds vroeg sommige rijken en aanzienlijken bereikt. Wellicht ging het Paulus beter en ontving hij enkele gunsten, door tussenkomst van zijne vrienden aan het hof. Vooral, meest, deze enz. Zij, die in hoofse kringen verkeerden, waren wellevender dan de overigen. Geheiligde beschaving is een sieraad voor onze belijdenis.
4. Als gewoonlijk, de apostolische zegen.
De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen! De vrije gunst en toegenegenheid van Christus zij uw deel en zaligheid.