7. a) Waarin wij hebben de verlossing van onze overtredingen (
Hebreeën 9:15) door Zijn bloed (
Handelingen 20:28.
Hebreeën 9:12), namelijk om de voortgaande werking, van dit Zijn werk, dat eens voor altijd aan ons geschied is nader aan te wijzen, de vergeving van de misdaden (
Romeinen 3:25.
Colossenzen 1:14) naar de rijkdom van Zijn genade.
a) 1 Petrus 1:18.
Kon er in enige taal liefelijker woord zijn, dan het woord vergeving, als het in het oor van een schuldige zondaar klinkt, zoals de zilveren tonen van het jubelfeest de gevangen Israëliet? Gezegend, voor eeuwig gezegend zij die vriendelijke ster van de vergeving, die in de cel van de veroordeelde schijnt en de stervende in de donkere nacht van de wanhoop een straal van hoop geeft! Kan het mogelijk zijn dat zonde, zulke zonde als de mijne, vergeven, geheel en voor eeuwig vergeven kan worden? De hel is mijn deel. Omdat ik een zondaar ben, is er geen mogelijkheid haar te ontkomen, als de zonde op mij blijft. Kan het gewicht van de schuld weggenomen, de scharlaken vlek uitzekert worden? Kunnen de onbuigzame stenen van mijn gevangenis ooit uit hun voegen losgerukt, of de deuren uit haar hengsels gelicht worden. Jezus zegt mij dat ik nog rein kan zijn. Eeuwig gezegend zij de openbaring van schuldverzoenende liefde, die mij niet alleen zegt, dat de vergeving mogelijk is, maar dat zij verzekerd wordt aan allen, die in Jezus rust hebben gevonden. Ik heb geloofd in de aangewezen verzoening, in de gekruisigde Jezus en daarom zijn mijn zonden nu en voor eeuwig vergeven, uit hoofde van Zijn plaats bekledende smarten en Zijn dood. Wat een vreugde is dit! Wat een zegen voor de ziel van een volkomen vergeving verzekerd te zijn! Mijn ziel draagt al haar krachten aan Hem op, die uit liefde mijn Borg werd en verlossing door Zijn bloed voor mij teweeg bracht. Welk een rijkdom van genade stelt vrije vergeving ten toon! Alles te vergeven, geheel te vergeven, vrij te vergeven, voor immer te vergeven. Hierin is een opeenstapeling van wonderen en als ik bedenk hoe groot mijn zonden waren, wie mij er van reinigde en hoe genadig de manier was, waarop de vergeving aan mij verzegeld werd, dan ben ik in een doolhof van bewonderende, aanbiddende liefde. Ik buig mij neer voor de troon, die mij vrijspreekt; ik omvat het kruis, dat mij verlost, ik die van nu aan de mens geworden God, door wie ik heden een nieuwe verzekering van de vergeving van mijn zonden ontvang.