Deuteronomium 30:15-20
Het slot van de rede van Mozes straalt als een helder, schitterend licht en heeft de gloed van een zeer sterk vuur, opdat, zo mogelijk, hetgeen hij gepredikt had door mocht dringen tot het verstand en het hart van dit onnadenkend volk. Wat zou gezegd kunnen worden dat treffender is en meer geschikt om een diepe indruk teweeg te brengen. De wijze, waarop hij met hen handelt, is zo redelijk en wijs, zo liefdevol en in alle opzichten zo geschikt om het doel te bereiken, dat er ten volle uit blijkt hoe ernstig hij meende wat hij hun heeft gezegd, en er geen verontschuldiging overbleef voor hun ongehoorzaamheid.
I. Hij stelt hun de zaak zeer duidelijk voor. Hij beroept er zich voor op henzelf, of hij hun de zaak niet zo helder en duidelijk heeft voorgesteld als zij slechts konden wensen.
1. Iedereen begeert het leven en het goede te verkrijgen, en aan dood en kwaad te ontkomen iedereen begeert geluk en vreest ellende. "Welnu, zegt hij, ik heb u de weg getoond om al het geluk te verkrijgen, dat gij slechts kunt begeren, en aan alle ellende te ontkomen. Wees gehoorzaam, en alles zal wel wezen, en niets verkeerd." Onze eerste ouders hebben de verboden vrucht gegeten in de hoop van er de kennis van goed en kwaad door te verkrijgen, maar het was een ellendige kennis, die zij verkregen hebben, van goed, door het te verliezen, en van kwaad, door de bewustheid er van. Maar zó groot is de ontferming Gods over de mens, dat Hij, inplaats van hem aan zijn eigen dwaling over te laten, hem het voorrecht heeft geschonken van Zijn woord met zo'n kennis van goed en kwaad, als die hem voor altijd gelukkig kan maken, indien hij dit niet door zijn eigen schuld verhindert.
2. Iedere mens wordt in zijn daden en handelingen bewogen door hoop en vrees, werkelijke of schijnbare. "Welnu," zegt Mozes, "ik heb beide beproefd, indien gij totgehoorzaambeid getrokken zult worden door het stellige vooruitzicht op voordeel er van, of gedreven wordt tot gehoorzaamheid door het niet minder stellige vooruitzicht op het verderf en ondergang in geval dat gij ongehoorzaam zijt, dan zal er op deze of die wijze op u gewerkt worden, gij zult dicht bij God en uw plicht worden gehouden, maar indien niet, dan zijt gij ten enenmale zonder verontschuldiging."
Horen wij dan nu de gevolgtrekking van geheel deze zaak.
a. Indien zij en de hunnen God wilden liefhebben en dienen, dan zullen zij leven en gelukkig zijn, vers 16. Indien zij God wilden liefhebben, en de oprechtheid hunner liefde tonen door Zijn geboden te houden, indien zij er een gewetenszaak van maken om Zijn geboden te houden, en dit doen uit een beginsel van liefde, dan zal God hun goed doen, en dan zullen zij zo gelukkig wezen als Zijn liefde en Zijn zegen hen maken kan.
b. Indien zij of de hunnen te eniger tijd zich van God afwenden, Zijn dienst verlaten en andere goden aanbidden, dan zal dit gewis hun verderf wezen, vers 17, 18.
Merk op: Het is niet om ieder gebrek, iedere tekortkoming in de bijzonderheden van hun plicht, dat verder wordt gedreigd, maar om afval en afgoderij, hoewel iedere overtreding van het gebod de vloek verdiende, zou toch de natie alleen te gronde gaan om hetgeen de schending is van het huwelijksverbond. De strekking van het Nieuwe Testament is tamelijk hieraan gelijk, dit stelt ons op dezelfde wijze leven en dood voor, goed en kwaad: Die gelooft zal zalig worden, die niet gelooft zal verdoemd worden, Markus 16:16. 6 En dat geloof omvat liefde en gehoorzaamheid. Aan hen, die met volharding in goeddoen, heerlijkheid en eer, en onverderfelijkheid zoeken, zal God het eeuwige leven geven, maar degenen die twistgierig zijn, en die van de waarheid ongehoorzaam, doch van de ongerechtigheid gehoorzaam zijn en dus in werkelijkheid andere goden aanbidden en dienen, zal verbolgenheid en toorn vergolden worden van een onsterflijken God, waarvan het gevolg verdrukking en benauwdheid moet wezen van een onsterflijke ziel, Romeinen 2:7-9.
II. De zaak aldus voorgesteld hebbende, laat hij net nu aan hun keus over, met een aanwijzing of bevel, om een goede keus te doen. Hij neemt hemel en aarde tot getuigen van zijn open en getrouw handelen met hen, vers 19. Zij konden niet anders dan erkennen dat, wat ook de uitkomst moge wezen, hij zijn ziel had bevrijd, en opdat zij nu ook hun ziel zullen bevrijden, zegt hij hun het leven te kiezen, dat Is: verkiezen om hun plicht te doen, hetgeen hun leven zijn zal. Diegenen zullen leven hebben, die het kiezen, zij, die de gunst van God kiezen en gemeenschap met Hem voor hun geluk, en hun keus naar behoren doorzetten zullen hebben wat zij verkiezen. Zij, die leven en geluk derven, hebben het zichzelf te wijten, Zij zouden het gehad hebben, indien zij het hadden gekozen toen het in hun keus gesteld was, maar zij sterven omdat zij willen sterven, dat is: omdat zij het beloofde leven niet op de gestelde voorwaarden willen hebben.
In het laatste vers:
A. Toont hij hun in het kort wat hun plicht is: God lief te hebben, Hem lief te hebben als de Heere, een Wezen, in de hoogste mate beminnenswaardig, en als hun God, een God in verbond met hen, en als blijk van deze liefde in alles van Zijn stem gehoorzaam te zijn, en, door standvastigheid in deze liefde en gehoorzaamheid, Hem aan te hangen en Hem in liefde en in hun uitwendig gedrag nooit te verlaten.
B. Hij toont welke reden er is voor deze plicht. In aanmerking:
a. Van hun afhankelijkheid van God, Hij is uw leven en de lengte van uw dagen. Hij geeft het leven, bewaart het het leven, herstelt het leven, en verlengt het door Zijn macht, al is het ook een broos leven, en door Zijn lankmoedigheid, al is het ook een verbeurd leven, en Hij is de vrijmachtige Heere des levens, in wiens hand onze adem is. Daarom moeten wij ons bewaren in Zijn liefde want het is goed Hem tot onze vriend te hebben, en kwaad Hem tot onze vijand te hebben.
b. Van hun verplichting aan Hem om de belofte van Kanaän gedaan aan hun vaderen, en bekrachtigd door een eed. En,
c. Van hun verwachtingen van Hem in de vervulling van die belofte: "Hebt God lief, en dient Hem, opdat gij moogt wonen in dat land van de belofte, waarvan gij zeker kunt zijn, dat Hij het u kan geven en voor u bewaren, die uw leven is en de lengte uwer dagen." Al deze dingen zijn redenen voor ons om te blijven in liefde en gehoorzaamheid aan de God aller genade en vertroosting.