2 Timotheus 2:22-26
Hier vermaant Paulus Timotheus om zich te behoeden tegen de begeerlijkheden der jonkheid, vers 22. Ofschoon hij een heilig, goed man was, in hoge mate der wereld afgestorven, vond Paulus het noodzakelijk hem te waarschuwen tegen de begeerlijkheden der jonkheid.
Vlied die, neem alle mogelijke voorzorgen om u daarin rein te houden. De lusten des vlezes zijn begeerlijkheden der jonkheid, waartegen jonge lieden zorgvuldig moeten waken, en de beste mag zich niet veilig achten. Hij geeft een uitnemend voorschrift tegen de begeerlijkheden der jonkheid. Jaag na rechtvaardigheid, geloof, liefde, vrede.
1. Begeerlijkheden der jonkheid zijn zeer gevaarlijk, en daarom moeten ook veelbelovende jonge lieden er tegen gewaarschuwd worden, want zij strijden tegen de ziel, 1 Petrus 2:11.
2. De opwekking van onze genaden zal de uitblussing van onze lusten zijn, hoe meer wij volgen hetgeen goed is, des te verder zullen wij vlieden van hetgeen kwaad is. Rechtvaardigheid, geloof en liefde zijn uitnemende middelen tegen begeerlijkheden der jonkheid. Heilige liefde zal genezen van onreine lusten.
Vrede met degenen, die den Heere aanroepen uit een rein hart. Het zoeken van de gemeenschap der heiligen zal ons afhouden van alle deelgenootschap aan de werken der duisternis. Het kenmerk der Christenen is, dat zij den Heere aanroepen uit een rein hart. Christus moet aangeroepen worden. Het is een kenmerk van alle Christenen, dat zij tot Hem roepen, maar onze gebeden tot God en Christus zijn niet aangenaam en vinden geen verhoring indien ze niet komen uit een rein hart.
II. Hij waarschuwt hem tegen twistgierigheid en, ten einde die te voorkomen, waarschuwt hij hem tegen de vragen, die dwaas en zonder lering zijn, vers 23, want die dienen niet tot stichting maar tot woordenstrijd. Zij, die zulke vragen voordroegen en er op ingingen, hielden zich zelven voor wijs en geleerd, maar Paulus noemt hen dwaas en zonder lering. Het kwaad dat ze doen is twisting voortbrengen, dat ze woordenstrijd en tegenspreking aanstichten tussen Christenen en dienaren. Het is zeer opmerkelijk hoe dikwijls en met hoeveel ernst Paulus Timotheus waarschuwt tegen godsdienstige twistgesprekken, en zonder twijfel was de bedoeling daarvan onder anderen ook aan te tonen, dat de godsdienst meer bestaat in geloven en beleven wat God eist, dan in fijn gesponnen redeneringen.
Een dienstknecht des Heeren moet niet twisten, vers 24. Niets is slechter dan dat voor een dienstknecht van den Heere, die zelf niet twistte of riep, Mattheus 12:19, maar een voorbeeld was van zachtmoedigheid en vriendelijkheid voor allen. De dienstknecht des Heeren moet vriendelijk zijn jegens allen, en daardoor tonen dat hij zelf onderworpen is aan de gebiedende macht van den heiligen godsdienst, dien hij geroepen is te onderwijzen en te bevorderen.
Bekwaam om te leren. Zij, die niet bekwaam zijn om te leren, zijn bekwaam om te twisten, zij zijn hoogmoedig en lichtgeraakt. Dienaren moeten geduldig zijn, het kwade kunnen verdragen, met zachtmoedigheid onderwijzen, vers 25, niet alleen degenen, die zich onderwerpen, maar ook degenen, die tegenstaan. 1. Zij, die de waarheid tegenstaan, moeten onderwezen worden, want onderwijs in de Schrift is de wijze om met dwalenden om te gaan, en zal meer kans hebben van hen te overtuigen dan vurige tegenspraak, hij leert ons niet hun lichamen te verwoesten om de zielen te behouden.
2. Zij, die tegenstaan, moeten met zachtmoedigheid onderwezen worden, want de Heere is zachtmoedig en nederig van hart, Mattheus 11:29, en dit komt overeen met het kenmerk van den dienstknecht des Heeren. Hij moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te leren en die de kwaden kan verdragen, vers 24. Dit is de weg om de waarheid in haar licht en macht te tonen en het kwade door het goede te overwinnen, Romeinen 12:21.
3. Hetgeen dienaren moeten beogen met het onderwijzen van hen, die tegenstaan, is hun bekering of hun God te eniger tijd bekering gave tot erkentenis der waarheid. Merk hier op:
A. Berouw is een gave Gods.
B. Het is een gave met een voorbehoud in het geval van hen, die tegenstaan, en daarom, ofschoon wij nooit mogen wanhopen aan de genade Gods, moeten wij zorgen er niet op vooruit te lopen. Of God hun bekering gave!
C. Dezelfde God, die ons tot ontdekking der waarheid brengt, geeft ons door Zijne genade haar te erkennen, anders zouden onze harten tegen haar in opstand blijven, want wij moeten met den mond belijden zowel als met het hart geloven, Romeinen 10:9, 10. En daardoor bekeren zondaars zich uit den strik des Satans. Zie hier:
a. De ellende der zondaren, zij zijn in den strik des duivels, en daaronder gevangen tot zijnen wil. Zij zijn slaven van den slechtsten meester, want hij is de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid, Efeze 2:2. Zij zijn in een strik gevangen, en wel in den ergsten strik, want het is die des duivels, zij zijn als de vissen, die gevangen worden in het boze net, als de vogels, die in het garen verward zijn. Zij zijn onder den vloek van Cham, een knecht der knechten zij hij zijnen broederen, Genesis 9:25, zij zijn slaven van hem, die ook niet meer dan een slaaf is.
b. Het geluk van hen, die tot berouw komen, zij ontwaken wederom uit den strik, als een vogel uit den strik des vogelaars, de strik is gebroken en zij zijn ontkomen, en hoe groter het gevaar des te groter de bevrijding. Wanneer zondaren berouw gevoelen, worden zij, die tevoren door den duivel naar zijnen wil gevangen geleid werden, geleid in de heerlijke vrijheid van de kinderen Gods, en hebben hun wil verenigd met dien van den Heere Jezus. Deze goede Heere verlosse ons uit alle strikken!