2 Samuël 17:15-21
Wij moeten nu Davids vijanden verlaten terwijl zij zich streelden met de gedachte aan een stellige overwinning door Husai's raad te volgen, en ongetwijfeld een oproep zonden aan al de stammen Israëls, om op een aangewezen plaats van bijeenkomst te verschijnen, ingevolge van die raad, en nu vinden wij Davids vrienden met elkaar beraadslagende hoe hem kennis te geven van dit alles, ten einde dienovereenkomstig zijn gang te richten. Husai zegt aan de priesters wat in de raad was voorgevallen, vers 15. Maar hij schijnt er niet zeker van geweest te zijn, of Achitofels raad niet gevolgd zou worden, en daarom vreesde hij, dat de koning, zo hij geen spoed maakte om weg te komen, en al het volk dat met hem is, verslonden zal worden, vers 16. Misschien werd hij, gelijk hij binnengeroepen werd om zijn advies te geven, weggezonden voordat zij tot het besluit kwamen om zijn raad te volgen, vers 14. Of misschien vreesde hij dat zij later nog van besluit zouden veranderen. Hoe het zij, het was goed om tegen het ergste gewapend te zijn, en daarom haast te maken om die kostbare levens buiten het bereik van deze verdervers te brengen.
Zo strenge wacht heeft Absalom op al de toegangen van Jeruzalem gehouden, dat het hun grote moeite kostte om David dit noodzakelijke bericht te doen toekomen.
1. De jeugdige priesters, die de boden moesten zijn, waren genoodzaakt om heimelijk uit de stad te gaan naar de fontein Rogel, die naar sommigen zeggen, betekent: de fontein van een verspieder. Voorzeker stond het slecht met Jeruzalem, als twee zulke getrouwe priesters als zij waren, niet in de stad gezien mochten worden.
2. Er werden hun instructies gezonden door middel van een eenvoudige dienstmaagd, die waarschijnlijk naar die fontein ging onder voorwendsel van water te halen, vers 17. Als zij de boodschap mondeling moest overbrengen dan was er gevaar, dat zij haar door de een of andere vergissing verkeerd zou overbrengen, maar Gods voorzienigheid kan van een onwetende dienstmaagd een getrouwe bode maken en door het dwaze van de wereld Zijn wijze doeleinden dienen.
3. Door de waakzaamheid van Absaloms spionnen werden zij echter ontdekt, en werd aan Absalom bericht gegeven van hun bewegingen. Een jongen zag hen en zei het Absalom aan, vers 18.
4. Bespeurende dat zij ontdekt waren, verscholen zij zich in het huis eens vriends te Bahurim, waar David zich even tevoren verkwikt had, Hoofdstuk 16:14. Gelukkig werden zij verborgen in een put, die nu, in de zomer, misschien droog was, vers 18. De vrouw des huizes bedekte heel vernuftig de mond des puts met een deksel, waarop zij gort strooide om te drogen, zodat de vervolgers niet bemerkten dat daar een put was, want anders hadden zij hem wel doorzocht, vers 19. Zover heeft de vrouw welgedaan, maar wij weten niet hoe haar verder verbergen van hen door een leugen gerechtvaardigd kan worden, vers 20. Wij moeten geen kwaad doen opdat er goed uit zal voortkomen. De boden zijn er echter door beschermd en de vervolgers teleurgesteld, zodat zij zonder hun prooi naar Absalom terugkeerden. Het was goed dat Absalom hierop hun beide vaders niet is aangevallen, Zadok en Abjathar, zoals Saul Achimelech is aangevallen om zijn vriendelijkheid voor David, maar God heeft beslag op hem gelegd. Aldus bewaard zijnde, brachten zij hun boodschap getrouwelijk over aan David, vers 21, met de raad van zijn vrienden om niet te wachten met de Jordaan over te trekken, in welks nabijheid hij nu geweest schijnt te zijn. Daar heeft hij, naar sommigen denken, de 42sten en 43sten psalm geschreven, terugziende op Jeruzalem uit het land van de Jordaan, Psalm 42:9.