2 Samuël 11:6-13
Wij kunnen onderstellen dat Uria nu gedurende enige weken afwezig is geweest van zijn huisvrouw, de veldtocht tegen de Ammonieten medemakende, en niet voornemens zijnde om voor het einde er van terug te keren. De toestand van zijn vrouw zal aan het licht brengen hetgeen in de duisternis verborgen is, en als Uria bij zijn terugkomst bevindt hoe hij verongelijkt was, en door wien, dan was het te verwachten:
1. Dat hij, overeenkomstig de wet, een vervolging zou instellen tegen zijn vrouw, en haar zou laten stenigen, want jaloersheid is een grimmigheid des mans, inzonderheid van een man van eer, en hij, die aldus verongelijkt werd, zal in de dag van de wraak niet verschonen Spreuken 6:34. Dat was het, waar Bathseba voor vreesde, toen zij David liet weten dat zij zwanger was, te kennen gevende dat het in zijn belang was haar te beschermen, daar zij waarschijnlijk hem niet ter wille zou geweest zijn, indien hij haar dit niet beloofd had (aldus ellendig misbruik makende van zijn koninklijke macht). Hoop op straffeloosheid is een grote aanmoediging tot ongerechtigheid.
2. Het was ook te verwachten dat hij, geen vervolging naar de wet kunnende instellen tegen David voor een vergrijp van die aard, zich op een andere wijze op hem zou zoeken te wreken, een opstand tegen hem zou verwekken. Er zijn voorbeelden geweest dat koningen, die soortgelijke beledigingen hadden aangedaan aan machtige onderdanen, er hun kroon door verloren hebben.
Om dit dubbele kwaad te voorkomen, poogt David aan Uria het vaderschap toe te schrijven van het kind, dat geboren stond te worden. Daarom liet hij hem terugkomen, opdat hij een paar nachten in zijn huis zou vertoeven.
Merk op:
I. Hoe het komplot beraamd was. Uria moet terugkomen uit het leger om aan David bericht te geven omtrent de welstand des krijgs, en hoe het ging met de belegering van Rabba, vers 7. Zo wendt hij buitengewone, zorgende belangstelling in het leger voor, toen dat voor het ogenblik het minst in zijn gedachten was. Indien hij geen ander doel had gehad, dan zou een bode van veel mindere rang volstaan hebben om hem bericht te brengen omtrent de stand des krijgs. David, genoegzame bespreking met Uria gehad hebbende om zijn eigenlijk doel bedekt te houden, zond hem naar zijn huis en teneinde het er temeer aangenaam te hebben, zond hij hem een gerecht, om er zich en zijn vrouw op te onthalen, vers 8. Voor de eerste nacht is dit plan mislukt, Uria, vermoeid van de reis, had meer behoefte aan slaap dan aan spijs, legde zich neer in de wachtkamer, en bleef er de gehele nacht. De volgende nacht maakte hij hem dronken, vers 13, of maakte hem vrolijk, hem verleidende om meer te drinken dan goed was, teneinde hem zijn gelofte te doen vergeten, vers 11, en hij geneigd zou zijn om naar zijn huis en zijn eigen bed te gaan, waarheen David, indien het hem gelukt ware Uria smoordronken te maken hem wellicht had laten brengen. Wee dien, die dit doet, Habakuk 2:15, 16. God zal hun, die aan anderen de beker van de dronkenschap in de handen geven, de beker van de zwijmeling te drinken geven. Een mens van zijn verstand te beroven is erger dan hem van zijn geld te beroven, en hem tot zonde te brengen erger dan hem tot moeite, van welke aard ook, te brengen. Ieder Godvruchtig man, en inzonderheid ieder magistraat, moet die zonde pogen te voorkomen, door vermaning en terughouding, en door het glas te weigeren aan hen, die zij zich tebuiten zien gaan, maar haar te bevorderen, dat is het werk te doen van de duivel, dienst te doen als zijn agent.
II. Hoe dit komplot verijdeld werd door Uria's vast besluit, om niet naar zijn eigen bed te gaan. Beide nachten had hij met de lijfwacht geslapen, maar ging niet af in zijn huis hoewel zijn huisvrouw er hem waarschijnlijk even sterk toe drong als David, vers 9, 12.
1. Nu denken sommigen dat hij vermoedde wat er gaande was, bericht hebbende ontvangen dat zijn vrouw aan het hof is geweest, en daarom niet tot haar wilde naderen. Maar indien hij zodanig vermoeden had gehad, dan zou hij voorzeker de brief geopend hebben, die David hem voor Joab meegaf.
2. Hetzij hij nu al of niet iets vermoedde het was Gods voorzienigheid, die hem dit besluit in het hart gaf en hem er bij liet blijven tot ontdekking van Davids zonde, en opdat de verijdeling van zijn plan om haar te verbergen, Davids geweten zou doen ontwaken om haar te belijden en er berouw van te hebben.
3. De reden, die hij aan David opgaf voor dit zeldzaam voorbeeld van zelfverloochening was zeer betamend voor een dapper krijgsman, vers 11. Dat hij, zolang het leger in het open veld kampeerde, niet op zijn gemak wilde zijn in zijn huis. De ark is in een tent, of zij tehuis was in de tent die David voor haar had opgericht, of daarbuiten met Joab in het leger, is niet zeker. Joab en al de strijdbare mannen Israëls liggen hard en ongerieflijk, blootgesteld aan weer en wind en aan de vijand, en zal ik dan mijn gemak en genoegen gaan nemen in eigen huis? Neen, hij verklaart, dat hij dit niet doen zal. Dit nu was:
a. Een edel besluit op zichzelf en doet Uria kennen als een man, wie het openbare welzijn zeer ter harte ging, stoutmoedig en gehard, dood voor zingenot. In tijden van openbare moeilijkheid en gevaar betaamt het ons niet ons gemak te nemen in alle veiligheid, of ons over te geven aan vermaak, of zoals de koning en Haman neer te zitten en te drinken, terwijl "de stad Susan verward was," Esther 3:15. Wij moeten gewillig verdrukking en ontbering lijden, als de kerk Gods genoodzaakt is die te lijden.
b. Het zou hebben kunnen dienen om Davids geweten wakker te schudden, hebben kunnen maken dat zijn hart hem sloeg voor wat hij gedaan had:
a.a. Dat hij zo'n dapper en kloek man als Uria, die zo van harte de belangen was toegedaan van hemzelf en van zijn koninkrijk, en er zo kloek en krachtig voor streed, zo laaghartig had verongelijkt.
b.b. Dat hijzelf hem zo ongelijk was. De overweging van de ontberingen en het gevaar van het publiek, die Uria van geoorloofde genoegens terughield, kon David, hoewel hij er toch veel nader bij betrokken was, niet van onwettige genoegens terughouden. Uria's strengheid voor zichzelf had David beschaamd moeten maken wegens zijn toegeven aan zichzelf. De wet luidde: "Wanneer het leger uittrekt tegen uw vijanden dan zult gij u zeer bijzonder wachten voor alle kwade zaak," Deuter. 23:9. Uria heeft meer gedaan dan die wet eiste, maar David heeft haar geschonden.