2 Koningen 8:7-15
I. Wij mogen hier wel vragen: wat heeft Elisa naar Damascus, de hoofdstad van Syrië gevoerd? Was hij tot iemand anders dan tot de verloren schapen van het huis Israëls gezonden? Dat schijnt zo. Misschien ging hij een bezoek brengen aan Naäman, zijn bekeerling, om hem te bevestigen in zijn keus van de ware Godsdienst, hetgeen nu zoveel nodiger was, omdat hij niet meer in zijn betrekking aan het hof schijnt geweest te zijn, want Hazaël wordt nu verondersteld krijgsoverste te zijn, hetzij, dat hij zelf de post had opgegeven, of dat hij er uit ontzet was, omdat hij zich niet, of niet van harte, wilde buigen in het huis van Rimmon. Sommigen denken dat hij naar Damascus ging vanwege de hongersnood, of liever, hij ging er heen in gehoorzaamheid aan de orders, die God aan Elia had gegeven, 1 Koningen 19:15. Ga naar Damascus en zalf Hazaël tot koning, gij of uw opvolger.
II. Benhadad, een groot, rijk en machtig koning, was ziek. Geen eer of aanzien, geen rijkdom of macht zal de mensen beveiligen tegen de gewone kwalen en ziekten en rampen van het menselijk leven, paleizen en tronen zijn even toegankelijk voor ziekte en dood als de armoedigste hutten.
III. Het kan ons verwonderen dat de koning van Syrië in zijn ziekte Elisa tot zijn orakel aannam. Er werd hem spoedig bericht gebracht, dat de man Gods (bij die titel was hij sedert de genezing van Naäman welbekend in Syrië) te Damascus was gekomen, vers 7. "Hij kon op geen gelegener tijd gekomen zijn," zegt Benhadad, "ga en vraag door hem de Heere." Toen hij gezond was, boog hij zich in het huis van Rimmon, maar nu hij ziek is, mistrouwt hij zijn afgod en zendt heen om de God Israëls te vragen. Beproeving brengt diegenen tot God, die in voorspoed Hem gering achtten, ziekte opent de ogen van de mensen wel eens, en doet hen hun dwalingen inzien. Dit is des te meer opmerkelijk:
1. Omdat niet lang geleden een koning van Israël in zijn ziekte gezonden had om de god van Ekron te vragen, Hoofdstuk 1:2, alsof er geen God was in Israël. Soms verkrijgt God van vreemden de eer, die Hem door Zijn eigen volk onthouden wordt.
2. Omdat het niet lang geleden is dat deze Benhadad een grote krijgsmacht had gezonden om Elisa als vijand te behandelen Hoofdstuk 6:14, maar nu zoekt hij hem als profeet. Onder andere voorbeelden van de verandering die door ziekte en beproeving in der mensen gemoed teweeggebracht wordt, is dit er een, dat zij er dikwijls andere gedachten door krijgen van de dienstknechten Gods en dat zij er door leren de raadgevingen en gebeden op prijs te stellen van hen, die zij gehaat en veracht hebben.
Om de profeet eer te bewijzen. zond hij tot hem, niet om hem, alsof hij, evenals de hoofdman over honderd, zich niet waardig achtte dat de man Gods onder zijn dak zou komen. Hij zond tot hem door Hazaël, zijn eerste staatsminister, en niet door een gewone bode. Het is voor de grootsten en aanzienlijksten geen verkleining om tot de profeten van de Heere te gaan. Hazaël moet tot hem gaan naar de plaats waar hij zijn vrienden bescheiden had. Hij zond hem een kostbaar geschenk van alle goed van Damascus, een gift van veertig kamelen vers 9, hiermede zijn genegenheid betuigende voor de profeet, hem welkom hetende te Damascus, en in zijn onderhoud voorziende gedurende zijn verblijf aldaar. Elisa heeft dit geschenk waarschijnlijk aangenomen (waarom niet?) hoewel hij dat van Naäman had afgewezen. De koning beveelt Hazaël hem zijn zoon Benhadad te noemen, volgens het spraakgebruik van de Israëlieten, die de profeten vaders noemden. Hij eerde hem als een man, die bekend was met de verborgenheden des hemels toen hij hem vroeg: Zal ik van deze ziekte genezen? Het is natuurlijk in ons om te willen weten wat er in de toekomst geschieden zal terwijl men aan de dingen van de eeuwigheid weinig denkt of er naar vraagt.
IV. Wat er voorviel tussen Hazaël en Elisa is zeer bijzonder merkwaardig.
1. De vraag des konings beantwoordt Elisa bevestigend: gij zoudt kunnen genezen. Hij leed aan geen dodelijke ziekte, maar hij zal op een andere wijze, door iets anders sterven, geen natuurlijke, maar een gewelddadige dood. Er zijn velerlei wegen om uit de wereld te komen, en soms gebeurt het dat de mensen de ene zoeken te vermijden, en vervallen op de anderen.
2. Hij zag Hazaël met ongewone zorg en belangstelling aan, totdat Hazaël bloosde en hij zelf weende, vers 11. Het was niet op Hazaëls gelaat, dat Elisa las wat hij doen zal, maar God heeft het hem toen geopenbaard, en het deed tranen uit zijn ogen vloeien, hoe meer inzicht de mensen hebben in de gebeurtenissen hoe meer smart zij hebben.
3. Toen Hazaël vroeg waarom hij weende zei hij hem, hoeveel kwaads hij voorzag, dat hij aan het Israël Gods doen zou, vers 12, welke verwoestingen hij zou aanrichten in hun sterkten, en welk een wrede slachting hij onder hun mannen, vrouwen en kinderen zou aanrichten. De zonden van Israël hebben God er toegebracht hen over te geven in de handen van hun wrede vijanden, maar Elisa weende bij de gedachte, dat Israëlieten ooit aldus mishandeld zullen worden, want hoewel hij de dodelijke dag heeft voorzegd, heeft hij hem toch niet begeerd. Zie welk een verwoesting de oorlog aanricht, welk een verwoesting de zonde teweegbrengt, en hoe de natuur van de mens veranderd is door de val, en zelfs van gewone menselijkheid ontbloot is geworden.
4. Hazaël is ten hoogste verwonderd over deze voorzegging, vers 15. Wat! zegt hij, is uw knecht een hond, dat hij deze grote zaak doen zou! Hij beschouwt deze grote zaak:
A. Als een daad van macht, die door niemand dan door een gekroond hoofd gedaan kan worden, het moet wel een machtige potentaat zijn, die er ook maar aan kan denken om zó de overhand te hebben over Israël, en dus kan ik dit niet zijn. Velen worden opgeheven tot een heerschappij, waaraan zij nooit gedacht hebben, en dikwijls blijkt het hun ten kwade te zijn, Prediker 8:9.
B. Als een daad van grote wreedheid, die niet gedaan kan worden dan door iemand, die alle eer en deugd afgelegd heeft, "en dus", zegt hij, zal ik het nooit van mij kunnen verkrijgen om mij daaraan schuldig te maken, is uw knecht een hond, om te scheuren en te verslinden? ik zou het niet kunnen, tenzij ik een hond zou zijn." Zie hier:
a. Welk een slechte dunk hij had van de zonde, hij beschouwde haar als een grote slechtheid, die eerder door een roofdier dan door een mens gedaan kon worden. Het is mogelijk, dat een goddeloos man onder overtuiging en bedwang van het natuurlijk geweten grote afschuw te kennen geeft van een zonde, die hij later toch zal plegen.
b. Welk een goede dunk hij had van zichzelf, hoeveel beter dan hij waard was. Hij dacht dat het onmogelijk was, dat hij zulke barbaarsheden kon doen, als de profeet voorzag. Wij zijn zeer geneigd te denken dat wij voldoende gewapend zijn tegen de zonden, door welke wij later toch overmeesterd worden, zoals Petrus, Mattheus 26:35.
Eindelijk. Als antwoord hierop zei Elisa hem slechts, dat hij koning zal zijn over Syrië, dan zal hij macht hebben om dit te doen, en dan zal hij het van zich kunnen verkrijgen om het te doen. Hoge eerambten brengen verandering in der mensen gezindheid en manieren, maar die verandering is zelden een verbetering. "Gij weet niet wat gij doen zult, als gij er toe komt om koning te zijn, maar ik zeg u, dat gij dit doen zult." Zij die klein en onbeduidend zijn in de wereld kunnen zich niet voorstellen hoe sterk de verzoekingen zijn van macht en voorspoed, en als zij ooit daartoe geraken, dan zullen zij bevinden hoe bedrieglijk hun hart was, en hoeveel slechter dan zij vermoed hebben.
V. Welk kwaad Hazaël hierop aan zijn meester gedaan heeft. Indien hij er aanleiding toe nam uit hetgeen Elisa gezegd had, dan lag de schuld bij hem, niet in het woord.
1. Laaghartig bedroog hij zijn meester en beloog hij de profeet, vers 14. Hij heeft tot mij gezegd: gij zult zeker genezen. Dit was een lage leugen, hij had hem gezegd dat hij zal sterven, vers 10, maar dat hield hij verborgen, dat verzweeg hij, hetzij omdat hij de koning niet uit zijn humeur wilde brengen door een slechte tijding, of omdat hij aldus beter zijn bloedig plan kon volvoeren, dat hij gevormd had toen hem werd gezegd, dat hij zijn opvolger zal zijn. De duivel brengt de mensen ten verderve, door hun te zeggen dat zij zeker genezen zullen en wèl zullen varen, hen aldus in slaap wiegende, zodat zij gerust zijn, terwijl er niets meer noodlottig is dan dat. Dit was een kwaad voor de koning, die er het voordeel door verloor van de waarschuwing om zich op de dood te bereiden, en een kwaad voor Elisa, die men daardoor voor een vals profeet zou houden.
2. Hij heeft zijn meester wreed vermoord en aldus het woord van de profeet in vervulling gebracht, vers 15. Hij doopte een deken in koud water, en spreidde hem uit over zijn gelaat onder voorwendsel van hem verkoeling en verfrissing te bezorgen, maar hij deed het zo, dat het hem de adem afsneed en hem dadelijk smoorde, daar hij zwak was en zich niet kon verweren, of misschien was hij in slaap. Zulk een zeepbel is het leven ook van de voornaamsten van de mensen, en zozeer zijn vorsten blootgesteld aan geweld. Hazaël, die Benhadads vertrouweling was, is zijn moordenaar, en sommigen denken dat hij er nooit van verdacht werd, en het niet anders aan het licht kwam dan door de pen van de gewijde geschiedschrijver. Wij vonden deze trotse monarch 1 Koningen 20 als schrik van de helden in het land van de levenden, maar "hij daalt ter helle neer met zijn ongerechtigheid op zijn beenderen", Ezechiël 32:27.