2 Koningen 19:35-37
Soms duurde het lang eer het woord van de profetie tot vervulling kwam en wat beloofd was geschiedde, maar hier was niet zodra het woord gesproken of het werk was gedaan.
I. Het leger van de Assyriërs werd geheel verslagen. In de nacht, welke onmiddellijk volgde na het zenden van deze boodschap aan Hizkia juist toen de vijand zich voor de stad had nedergeslagen en zich gereed maakte om zoals wij nu zeggen-de loopgraven te openen, in die nacht werd het gros van hun leger verslagen door een engel, vers 35.
Hizkia had geen genoegzame krijgsmacht tot zijn beschikking om een uitval op hen te doen en hun legerkamp aan te vallen, en God wilde ook niet dat dit door zwaard of boog geschieden zou, maar in het holle van de nacht zond Hij om hen aan te vallen Zijn engel, een verderfengel, die hun schildwachten, hoe waakzaam ook, konden ontdekken noch weerstaan. Het was niet door het zwaard van een machtige, noch door het zwaard van een geringe-dat is, niet door het zwaard van enig mens maar van een engel, dat het Assyrische leger vallen moest, Jesaja 31:8, van zo'n engel als die de eerstgeborenen van Egypte verslagen heeft.
Josefus zegt dat het geschiedde door een pestilentie, die hen terstond dood neervelde. Het aantal van de verslagenen was zeer groot, honderd vijf en tachtig duizend mannen onder wie ook waarschijnlijk Rabsake was. Toen de belegerden zich des morgens vroeg opmaakten, zie, die allen waren dode lichamen, er was nog nauwelijks een levende onder hen te bespeuren.
Sommigen denken dat bij die gelegenheid de 76ste psalm werd geschreven, waarin wij lezen dat de stouthartigen beroofd zijn geworden en hun slaap gesluimerd hebben, hun laatsten, hun langdurigen slaap, vers 6.
Zie hoe groot in kracht en vermogende heilige engelen zijn, als een engel in een nacht zo'n slachting kan aanrichten. Zie hoe zwak de machtigsten van de mensen zijn voor de almachtige God. Wie heeft ooit zijn hart tegen Hem verhard en is voorspoedig geweest? De hoogmoed en de Godslastering van de koning zijn gestraft door de verdelging van zijn leger. Al deze levens opgeofferd aan de heerlijkheid van God en de veiligheid van Zion. De profeet toont aan dat die grote vergadering aldaar werd toegelaten om "als garven te zijn tot de dorsvloer," Micha 5:12, 13.
II. De koning van Assyrië werd hierdoor tot de uiterste beschaming en verlegenheid gebracht, beschaamd om zich aldus na al zijn trots roemen en grootspreken verslagen te zien, niet instaat om zijn veroveringen voort te zetten en zich wat hij had te verzekeren-want wij kunnen onderstellen dat dit de bloem was van zijn leger-en in voortdurenden angst om zelf ook door zo'n slag geveld te worden. Hij vertrok en toog heen en keerde weer, die wijze van uitdrukking toont de grote beroering en verbijstering aan, waarin hij verkeerde, vers 36, en het duurde niet lang voordat God ook hem afsneed door de handen van twee van zijn zonen, vers 37.
1. Zij, die het deden, waren zeer slecht om hun eigen vader te doden (dien zij verplicht waren te beschermen) en dat terwijl hij zijn god aanbad! Het was een afschuwelijke misdaad! Maar: 2. God was er rechtvaardig in. Rechtvaardiglijk wordt aan de zonen toegelaten om tegen hun vader, die hen teelde, te rebelleren, toen hij rebelleerde tegen de God, die hem gemaakt heeft. Zij, wier kinderen ongehoorzaam en oneerbiedig jegens hen zijn, moeten eens bedenken en nagaan of zij zelf dit niet geweest zijn jegens hun Vader in de hemel. De God Israëls heeft genoeg gedaan om hem er van te overtuigen dat Hij de enig ware God is, die hij dus behoorde te aanbidden, maar hij volhardt in zijn afgoderij en zoekt bescherming bij zijn valse god tegen een God van onweerstaanbare macht.
Rechtvaardiglijk is zijn bloed gemengd met zijn offerande, die door zo'n klaar, duur verkregen bewijs van zijn dwaasheid om afgoden te aanbidden, niet overtuigd wil worden.
Aan zijn zonen, die hem vermoord hadden, werd toegelaten te ontkomen, er werd geen vervolging tegen hen ingesteld, zijn onderdanen waren misschien de regering moede van zo hoogmoedig een man en blijde hem kwijt te wezen. En zijn zonen kunnen temeer verschoonlijk door hen geacht zijn in hetgeen zij gedaan hebben, indien het waar is (wat bisschop Patrick gist) dat hij nu de gelofte deed van hen aan zijn god te offeren, zodat het tot eigen lijfsbehoud was dat zij hem opofferden. Zijn opvolger was een andere zoon van hem, Esar-Haddon, die niet, zoals zijn vader, zijn veroveringen scheen te willen uitbreiden, maar er veeleer een goed gebruik van wilde maken, want hij was de eerste die kolonies van Assyriërs gezonden heeft om het land van Samaria te bewonen, hoewel dit tevoren al vermeld is Hoofdstuk 17:24, zoals blijkt uit Ezra 4:2, waar de Samaritanen zeggen: het was Esar-Haddon, die ons herwaarts heeft doen optrekken.