21. Daar, waarheen hij vermoedelijk tot zijn veiligheid, toen Jeruzalem bedreigd werd, zich had teruggetrokken, en dat hij vanwege zijn wonden niet weer had kunnen verlaten, achterhaalde hem de goddelijke wraak. Want, zoals boven verteld is, Jôzacar, of kortaf Zabat, de zoon van de Ammonitische Simeath, en Jozabad, de zoon van de Moabitische Somer, of Simrith, zijn knechten, sloegen hem dat hij stierf; 1) en zij begroeven hem met zijnvaderen in de stad van David 2) maar niet in de graven van de koningen, maar op de aangrenzende akker (
1 Koningen 2:10); en Amazia, zijn zoon, werd koning in zijn plaats 3) ( 14:1vv.). 1) Koning Joas was volstrekt niet een door geest en kracht uitstekend regent. Gebrek aan zelfstandigheid en zedelijke zwakheid waren de hoofdtrekken in zijn karakter. In Jojada vond hij de steun, die hij behoefde; na de dood van deze opvoeder en raadsman raakte hij, ofschoon op vergevorderde leeftijd, op erge dwaalwegen. Grote zwakheid was het, dat hij, die het verbond met de HEERE vernieuwd en de tempel hersteld had, aan de beden van de Groten in Juda, die hem door hun onderworpenheid vleiden, gehoor gaf, en hun de verboden, weelderige en ontuchtige Aschera- en Astartedienst toestond (
2 Kronieken 24:17vv.). Meer dan zwakheid was het, dat hij, toen de zoon van zijn vaderlijke raadgever Jojada, de profeet Zacharia, tegen deze wanorde getuigde en ongeluk profeteerde, deze stenigen liet (
2 Kronieken 24:20vv.). Niet minder zwak bewees hij zich ook tegenover de heidense Hazaël; in plaats van deze met een slechts klein leger naderende vijand, zoals een Hizkia ( 19), in vertrouwen op de Heere dappere tegenstand te bieden, geeft hij hem, om hem tot de aftocht te bewegen, zowel de schatten, die zijn voorvaderen hadden verzameld, als alles, wat hij zelf sinds jaren aan het heiligdom had geschonken, onvoorwaardelijk over (
Vers 18vv.;
2 Kronieken 24:24). Dit alles kan oorzaak hebben gegeven tot grote verbittering onder het volk, en aanleiding tot de samenzwering, die zijn dood ten gevolge had. De zevenjarige koning werd, toen hij de troon besteeg, door het volk toegeroepen: De koning leve! en het jubelen en het trompetten wist van geen ophouden. Samenzwering van zijn eigen dienaren, opstand en moord zijn het besluit van zijn veertigjarige regering. Sic transit gloria mundi..
2) Hij was de eerste koning in Juda, die een geweldige dood door de hand van zijn onderdanen vond, en zo groot was de verbittering, dat hij niet eens in de koninklijke graven ter aarde besteld werd. Zo smadelijk liep het af met dit wonderkind..
3) Hieruit blijkt wel, dat het een bijzondere wraakneming was en volstrekt geen poging, om zich van de troon van Juda meester te maken, zoals vroeger Baësa en Zimri in het rijk van Israël hadden gedaan. Josefus zegt, dat zij bijzondere vrienden waren van Zacharia, de zoon van Jojada, die Joas had laten stenigen. De schrijver van de Kronieken deelt ook opzettelijk mede, dat het was, om de moord aan die profeet begaan. Hierdoor trof Joas het oordeel van God, al kwam aan deze mannen de wraak niet toe..