1 Thessalonicenzen 1:6-10
In deze woorden hebben wij het bewijs van den zegen op des apostels werk onder de Thessalonicenzen, die bekend en beroemd was in verscheidene plaatsen. Want:
I. Zij waren zorgvuldig in hun heiligen wandel om het voorbeeld van de apostelen en van de goede dienaren van Christus na te volgen, vers 6. De apostel droeg zorg dat hij zich wel gedroeg, niet alleen voor zijn eigen goeden naam, maar ook ten zegen van anderen, en dat zijn wandel met zijn leer overeenkwam, opdat hij niet met de andere hand zou afbreken wat hij met de ene gebouwd had. En de Thessalonicenzen, die bemerkten welke mannen onder hen verkeerden, hoe hun leven sloot op hun prediking, toonden grote zorg om hun navolgers te zijn en hun goede voorbeeld na te leven. Hierdoor werden zij ook navolgers des Heeren, die het volmaakte voorbeeld is, hetwelk wij allen moeten trachten te volgen, en wij mogen geen navolgers van anderen zijn dan voorzover dezen den Heere volgen, 1 Corinthiërs 11:1. De Thessalonicenzen handelden alzo, niettegenstaande hun verdrukking, de vele verdrukkingen, waaraan de apostelen en zij zelven blootgesteld waren. Zij waren gewillig om in de beproevingen te delen, die de aanneming en belijdenis van het Christendom vergezellen. Zij onderhielden het Evangelie, ongeacht de moeiten en kwellingen, die zijn verkondigers en belijders wachten. Wellicht maakten die hun het Woord des te dierbaarder, duur- gekocht, en het voorbeeld der apostelen straalde heerlijk onder hun verdrukkingen, zodat de Thessalonicenzen hun woord gaarne aannamen, en met blijdschap het voorbeeld van de lijdende apostelen volgden, met blijdschap des Heiligen Geestes, die deugdelijke, geestelijke, blijvende blijdschap, waarvan de Heilige Geest de bewerker is, en die, wanneer onze droefenissen overvloedig zijn, onze vertroostingen nog meer overvloedig maakt.
II. Hun ijver groeide zo aan, dat zij zelven voorbeelden geworden waren voor allen rondom hen, vers 7, 8. Merk hier op:
1. Hun voorbeeld was zeer nuttig om goeden indruk op anderen te maken. Zij waren tupoi, stempels of werktuigen om indrukken mede te maken. Zij hadden zelf een goeden indruk ontvangen van de prediking en den wandel der apostelen, en nu maakten zij een goeden indruk en hun voorbeeld had invloed op anderen. Christenen behoren zo goed te zijn, dat hun voorbeeld invloed op anderen heeft.
2. Dat was zeer uitgebreid en reikte buiten de grenzen van Thessalonica, zelfs tot de gelovigen van geheel Macedonië, ja verder, in Achaje. De Filippensen en anderen, die het Evangelie vroeger ontvangen hadden dan de Thessalonicenzen, werden door hun voorbeeld gesticht. Sommigen, die het laatst in den wijngaard gehuurd zijn, munten uit boven hen, die er voor hen waren en worden de voorbeelden van die vroegere.
3. Het was zeer luidbaar. Het Woord des Heeren en zijn merkwaardige uitwerking op de Thessalonicenzen was luidbaar, klonk ver, was wèl bekend, in alle omstreken van die stad, en in alle plaatsen, niet stipt genomen alle plaatsen, maar hier en daar, over `t algemeen door `t gehele land, zodat door den goeden loop des Evangelies onder hen velen aangemoedigd werden om het aan te nemen en, indien zij daartoe geroepen werden, gewillig gemaakt om er voor te lijden. Hun geloof was rondom bekend. A. De bereidheid van hun geloof was allerwegen beroemd. Deze Thessalonicenzen namen het Evangelie aan zodra het hun verkondigd werd, zodat het de aandacht trok van allen welke ruime deur den apostel daar geopend was, bijvoorbeeld geheel anders dan te Filippi, waar het geruimen tijd duurde alvorens veel vrucht gezien werd.
B. De uitwerking van hun geloof was beroemd.
a. Zij verlieten de afgoderij, zij keerden hun afgoden den rug toe en verlieten allen valsen godsdienst, waarin zij opgevoed waren.
b. Zij gaven zich zelven aan God, aan den levenden God en wijdden zich aan Zijn dienst.
C. Zij verwachtten den Zoon van God uit den hemel, vers 10. Dit is een van de bijzonderheden van onzen heiligen godsdienst, de wederkomst van Christus te verwachten, als mensen die geloven dat hij komen zal en tot hun vreugde komen zal. De gelovigen onder het Oude Testament wachtten op de komst van den Messias, en de gelovigen van deze bedeling wachten op Zijn wederkomst, Hij is wederkomende. En er is goede reden om te geloven dat Hij wederkomen zal, want God heeft Hem van de doden opgewekt en daardoor verzekering gegeven aan alle mensen dat Hij ten gerichte komen zal, Handelingen 17:31. En wij hebben goede reden om te hopen en te wachten op die wederkomst, omdat Hij ons van den toekomenden toorn verlost heeft. Hij kwam om verlossing te verwerven, en zal bij Zijne wederkomst verlossing medebrengen, gehele en volkomen bevrijding van zonden en dood, en hel, en van den toorn, die is op de ongelovigen en die eens gekomen op hen blijft, want het is een eeuwig vuur, dat den duivel en zijnen engelen bereid is, Mattheus 25:41.