1 Kronieken 3:1-9
Wij hadden een bericht van Davids zonen in 2 Samuël 3:2 vv. en 5:14 vv.
1. Hij had vele zonen, en zeker heeft hij geschreven wat hij dacht: "Welgelukzalig is de man, die zijn pijlkoker met deze gevuld heeft", Psalm 127:5.
2. Sommigen van hen zijn een smart voor hem geweest, zoals Amnon, Absalom en Adonia. En van geen hunner lezen wij dat hij in de voetstappen van zijn vader heeft gewandeld, behalve Salomo, die echter ver bij hem achterbleef.
3. Een hunner, die Bathseba hem gebaard heeft, noemde hij Nathan, waarschijnlijk ter ere van Nathan, de profeet, die hem bestraft heeft voor zijn zonde in deze zaak, en het middel is geweest om hem tot berouw er over te brengen.
Hij schijnt er hem te meer om liefgehad te hebben, zolang als hij leefde. Het is verstandig om diegenen onze beste vrienden te achten, die getrouw jegens ons zijn. Van deze zoon van David is onze Heere afgestemd, zoals blijkt uit Lukas 3:31.
4. Hier zijn twee Elisama's en twee Elifelets, vers 6, 8. Waarschijnlijk zijn de eerste twee gestorven, en heeft David twee anderen, die hij later kreeg, naar hun namen genoemd, hetgeen hij niet gedaan zou hebben indien daar, gelijk sommigen wanen, een kwade voorbeduidenis in is.
5. David had vele bijvrouwen, maar haar kinderen worden niet met name genoemd, als zijnde deze eer niet waardig, vers 9, te meer omdat de bijvrouwen trouweloos met David gehandeld hebben in de zaak van Absalom.
6. Uit al de zonen van David werd Salomo gekozen om hem op te volgen, misschien niet om zijn persoonlijke verdiensten-zijn wijsheid was Gods gave-maar: "Vader, alzo is geweest het welbehagen voor U".