1 Kronieken 27:1-15
Wij hebben hier een bericht omtrent de krijgsmacht des lands en haar regeling. David was zelf een krijgsman, en had met het zwaard grote dingen gedaan, hij had grote legers te velde gebracht, nu wordt ons hier gezegd, hoe hij ze gerangschikt heeft, nadat God hem rust had gegeven van al zijn vijanden. Hij heeft die gehele krijgsmacht niet voortdurend op de been gehouden, want dat zou voor de krijgslieden en voor het land een bezwaar geweest zijn, toch heeft hij haar ook niet geheel ontbonden, want dan zou hij het rijk bloot hebben gelaten, en zijn volk zou de krijgskunst verleerd hebben, daarom bedacht hij om een gedurige krijgsmacht op de been te houden zonder daarom een staand leger te hebben. Dit plan is zeer verstandig.
1. Vier en twintig duizend man hield hij gedurig onder de wapenen, verenigd en gedisciplineerd in een corps, dat zich dan hier of daar in het rijk bevond, de bezitters van een vrij goed droegen hun eigen wapenen en bekostigden zichzelf, zolang zij dienst deden. Deze krijgsmacht was voldoende om de openbare rust en de veiligheid te bewaren. Zij, die waarlijk Israëlieten zijn, moeten de krijg leren, want er zijn vijanden met wie wij te worstelen hebben en tegen wie wij voortdurend op onze hoede moeten zijn.
2. Iedere maand wisselde hij hen af, zodat de gehele krijgsmacht uit twee honderd acht en tachtig duizend man bestond, misschien een vijfde van al de valide mannen des rijks. Door aldus verdeeld te zijn in twaalf afdelingen werden zij allen onderwezen in en gewend aan militaire oefeningen, en toch werd niemand tot meer dan een maand van het jaar tot dienen en onkosten verplicht, waartoe zij zeer goed instaat konden zijn, behalve bij buitengewone gelegenheden, wanneer zij allen tezamen snel opgeroepen konden worden. Hier is de wijsheid van regeerders, en zeer tot hun lof, als zij voorziende in de openbare veiligheid, het zo aanleggen dat, terwijl die veiligheid goed verzekerd is, er toch zo weinig mogelijk lasten door opgelegd worden aan het volk, en de dienst zo gemakkelijk mogelijk wordt gemaakt.
3. Aan het hoofd van iedere afdeling stond een opperbevelhebber, behalve de mindere officieren, die oversten waren over duizenden, en honderden, en vijftigen, was er een opperbevelhebber over iedere afdeling of legioen. Al deze twaalf grote bevelhebbers zijn genoemd onder Davids helden en kampioenen in 2 Samuël 23 en in 1 Kronieken 11. Zij hadden zich eerst onderscheiden door grote daden, en toen werden zij bevorderd tot die hoge posten. Het staat goed met een land, waar verdienste aldus geëerd en beloond wordt. Benaja wordt hier een hoofdpriester genoemd, vers 5, maar "kohen" betekent zowel priester als vorst, en daarom zou het beter vertaald kunnen zijn door hoofdbestuurder of voornaamste beambte. Dodai had Mikloth, vers 4, tot plaatsvervanger als hij afwezig of ongesteld was, of wel tot opvolger toen hij gestorven was. Benaja had zijn zoon onder hem, vers 6.
Asahel had zijn zoon na hem, vers 7, en hieruit blijkt dat dit plan voor de regeling van de krijgsmacht in het begin van Davids regering gemaakt was, want Asahel werd door Abner gedood toen David nog te Hebron regeerde. Toen zijn oorlogen voorbij waren, heeft hij deze methode weer in werking gebracht, en liet dus de militaire zaken in goede orde voor de vreedzame regering van zijn zoon Salomo. Als wij denken het meest veilig te zijn, moeten wij ons toch, zolang wij nog hier in het lichaam zijn, gereed houden voor geestelijken strijd. Die zich aangordt beroeme zich niet als die zich losmaakt.