1 Kronieken 14:8-17
Dit verhaal van Davids triomf over de Filistijnen is ongeveer gelijk aan dat in 2 Samuël 5:17 en verv..
1. Laat de aanval van de Filistijnen op David ons er van weerhouden om zorgeloos en gerust te zijn in enigerlei bevestiging of bevordering, en ons doen gedenken dat wij overlast en kwelling te verwachten hebben in deze wereld. Als wij het meest gerust en op ons gemak zijn, dan kan er het een of ander komen, dat een verschrikking of kwelling voor ons is. Christus' koninkrijk kan aldus aangerand worden door het zaad van de slang, inzonderheid als het voorspoedig is en vooruitgaat.
2. Laat Davids vragen aan God eenmaal en nogmaals, bij gelegenheid van van de Filistijnen aanval op hem, ons er toe leiden om Hem te erkennen in al onze wegen, tot Hem onze toevlucht te nemen als wij in benauwdheid zijn, op Hem ons te beroepen als ons onrecht wordt aangedaan, en als wij ten einde raad zijn Hem om raad te vragen door Zijn orakelen, ons onder Zijn hoede te stellen, en Hem te bidden ons de rechten weg te wijzen.
3. Laat Davids voorspoed ons aanmoedigen om onze geestelijke vijanden te weerstaan in opvolging van de aanwijzingen Gods en steunende op de kracht Gods. Wedersta de duivel, en hij zal van u vlieden, zoals de Filistijnen voor David gevloden zijn.
4. Laat het geruis van een gang in de toppen van de moerbeziënbomen er ons toe leiden om op Gods bewegingen te letten in Zijn voorzienigheid en in de invloed Zijns Geestes. Als wij bespeuren dat God voor ons heengaat, zo laat ons onze lenden gorden, onze wapenrusting aangorden, en Hem volgen.
5. Laat Davids verbranden van de goden van de Filistijnen, toen zij hem in handen vielen, ons leren een heiligen toorn te koesteren tegen afgoderij en al de overblijfselen er van.
6. Laat Davids dankbare erkenning van de hand Gods in zijn voorspoed ons leiden om al onze offeranden des lofs op Gods altaar te brengen. Niet ons, o Heere! niet ons, maar Uwen naam geef eer.
Eindelijk.
Laat de naam van David, niet alleen in zijn eigen koninkrijk, maar ook onder zijn buren, beschouwd worden als een type van de verhoogde eer van de Zone Davids vers 17.
Alzo ging Davids naam uit in al die landen. Overal werd van hem gesproken, door iedereen werd hij bewonderd, en de Heere gaf Zijn verschrikking over al die heidenen.
Allen zagen op hem als op een geduchter vijand en een begerenswaardiger bondgenoot. Aldus heeft God onze Verlosser uitermate verhoogd, en Hem een naam gegeven, welke boven allen naam is.