1 Corinthiërs 4:17-21
Hier:
I. Zegt de apostel dat hij hun Timotheus gezonden heeft, welke u indachtig zal maken mijne wegen, die in Christus zijn, gelijkerwijs ik alom in alle gemeenten leer, vers 17. Om hun zijn wegen indachtig te maken, om hun herinnering te verlevendigen aan zijne prediking en zijn wandel, hoe hij onderwees en in hun midden leefde. Merk op: Ook zij, die het beste onderwijs genoten hebben, zijn geneigd dat te vergeten en hebben nodig dat hun geheugen verfrist wordt. Dezelfde waarheid, opnieuw onderwezen, geeft nieuw licht en maakt nieuwen en juisteren indruk. Hij zegt hun ook dat hij hen leerde, gelijkerwijs hij alom in alle gemeenten leerde. Hij had niet voor de ene plaats deze leer, en voor de andere een andere. Hij hield zich nauwgezet aan zijn lastbrief. Wat hij van den Heere ontvangen had, heeft hij hun overgegeven, Hfdst, 11:23. Dat was de openbaring des Evangelies, die voor alle mensen dezelfde is en in zich zelve geen verschillen heeft. Hij onderwees daarom dezelfde dingen in alle gemeenten, en leefde op dezelfde wijze in alle plaatsen en omstandigheden. De waarheid van Christus is een en onveranderlijk. Wat de ene apostel onderwees, leerden zij allen. Wat een apostel op zekeren tijd en in zekere gemeente onderwees, leerde hij altijd en op alle plaatsen. Christenen kunnen zich vergissen en onderling verschillen in hun opvattingen, maar Christus en de Christelijke waarheid zijn dezelfde gisteren, en heden en tot in eeuwigheid, Hebreeën 13:8. Om hun eerbied voor Timotheus te versterken, duidt hij hem aan als zijn lieve en getrouwe zoon, zijn geestelijk kind zoals zij ook waren. De geestelijke broederschap moet evenals de gewone natuurlijke toegenegenheid wekken. De kinderen van dezelfden vader behoren een hart te hebben. Maar hij voegt er bij: Hij is een getrouwe zoon in den Heere, vertrouwenswaard als iemand, die den Heere vreesde. Hij zal getrouw zijn in den bepaalden dienst, welke hem nu door den Heere opgedragen is, de bijzondere boodschap, die hij komt brengen, niet alleen van mij, maar van Christus. Hij weet wat ik onderwezen heb, hoe ik mij in alle plaatsen gedraag, en ge kunt er op rekenen dat hij een getrouw verslag zal uitbrengen. Het is een grote aanbeveling voor een dienaar, dat hij getrouw is aan den Heere, aan eigen ziel, aan zijn licht, aan zijn geloof in God, dat helpt hem veel om zijn boodschap ingang te doen vinden bij hen, die God vrezen.
II. Hij bestraft de ijdelheid van hen, die zich verbeelden dat hij niet tot hen komen zal, door hun te kennen te geven dat dit wèl zijn voornemen is, ofschoon hij Timotheus gezonden had. Maar ik zal haast tot u komen, ofschoon sommigen uwer zich inbeelden dat ik niet komen zal. Doch hij voegt er bij: Zo de Heere wil. Het schijnt dat de apostelen in de gewone dingen des levens niet meer wisten dan andere mensen, en daaromtrent geen ingeving hadden. Want indien de apostel in dit opzicht den wil Gods gekend had, dan zou met zekerheid gesproken hebben. Maar hij geeft ons hierin een goed voorbeeld. Al onze voornemens moeten opgevat worden in afhankelijkheid van de Voorzienigheid en onder voorbehoud van Gods andere beschikking. Zo de Heere wil en wij leven, zullen wij dit en dat doen, Jakobus 4:15.
III. Hij deelt hun mede wat het gevolg zal zijn van zijn komen tot hen. Ik zal dan verstaan niet de woorden dergenen, die opgeblazen zijn, maar de kracht, vers 19. Hij zou de grote snoevers onder hen op de proef stellen, weten wat zij waren, niet door hun redekunst en wijsbegeerte, maar door het gezag en de juistheid van hetgeen zij leerden, hetzij ze dat door wonderen konden staven, hetzij het vergezeld was van goddelijken invloed tot bekering der zielen. Want, voegt hij er bij, het koninkrijk Gods is niet gelegen in woorden, maar in kracht. Het wordt in de harten der mensen niet opgericht, of bevorderd, of gesticht door diepzinnige redeneringen en schone woorden, maar door de uitwendige kracht des Heiligen Geestes, vooreerst in wonderen, en den machtigen invloed der goddelijke waarheid op de zielen en de levenswijze der mensen. De goede wijze over het algemeen om te oordelen over de leer van een prediker is te zien welken invloed zij door goddelijke waarheid op de harten der mensen heeft. Dat zal het meest zich betonen van God te zijn, wat in zijn eigen natuur het meest geschikt blijkt om den mens goddelijk te maken, godsvrucht en deugd te verwekken, en de harten en levenswijze der mensen te veranderen.
IV. Hij geeft hun in de keuze hoe hij tot hen zal komen: Zal ik met de roede tot u komen of in liefde en in den geest der zachtmoedigheid? vers 21, dat is: zoals hij hen bij zijn komst vinden zou. Zo zij voortgingen tegen elkaar en tegen hem op te staan, dan zou het nodig zijn dat hij met de roede kwam, dat is zijn apostolisch gezag uitoefende om hen te kastijden, door enige voorbeelden te stellen en enkele lichamelijke straffen toe te passen, of op andere wijzen hun misslagen te kastijden. Kwaadwillige overtreders moeten met strengheid behandeld worden. Soms zullen in het gezin en in Christelijke gemeenten vaderlijke tederheid en liefde, Christelijke barmhartigheid en liefde, het gebruik van de roede nodig maken. Maar dit is ver van verkieslijk, het moet zo mogelijk voorkomen worden. En daarom voegt de apostel erbij dat het in hun eigen keus stond of hij zou komen met de roede, dan wel in geheel andere wijze: in liefde en in den geest der zachtmoedigheid. Het is zoveel alsof hij zei: Neemt u in acht, staakt uw onchristelijke twisten, herstelt de misbruiken onder u, keert terug tot uw plicht, en ge zult mij zo vriendelijk en zegenend vinden als ge slechts kunt wensen. Ik moet mij zelven geweld aandoen om u met strengheid te behandelen. Ik zal veel liever onder u de tederheid van een vader betonen dan met mijn gezag optreden. Maar doet uw plicht en ge hebt mijne tegenwoordigheid niet te vrezen. Merk op: Die leraar heeft het rechte karakter, die liefst in liefde en zachtmoedigheid handelt, maar ook zijn gezag weet te handhaven.