Ruth 4:13-22
Hier is:
1. Ruth een huisvrouw. Boaz nam haar met de gebruikelijke plechtigheden in zijn huis, en zij werd hem ter vrouwe, vers 13.. De gehele stad heeft ongetwijfeld de verhoging toegejuicht van een deugdzame vrouw, zuiver en alleen om haar deugd. Wij hebben reden te geloven dat Orpa, die van Naomi naar haar volk en haar goden is teruggekeerd, lang niet zo bevorderd is geworden als Ruth. Hij, die alles verlaat voor Christus, zal meer dan alles in Hem vinden, het zal veelvoudig beloond worden in deze tijd. Nu kon Orpa wel wensen ook met Naomi te zijn gegaan, maar, evenals de andere nabestaande, stond zij zichzelve in het licht. Boaz had gebeden dat deze vrome bekeerlinge het volkomen loon zou ontvangen voor haar standvastigheid en moed van de God Israëls, onder wiens vleugelen zij gekomen is om toevlucht te nemen, en nu werd hij het werktuig hiervoor, hetgeen een verhoring was van zijn gebed, en er toe bijdroeg om zijn eigen woorden te doen uitkomen. Nu had zij te gebieden over de dienstmaagden, met wie zij zich vergezeld had, en over de velden, waar zij aren had opgelezen. "Zo is het dat God soms de geringe uit het stof opricht om te doen zitten bij de prinsen," Psalm 113:7, 8.
2. Ruth een moeder. De Heere gaf haar dat zij zwanger werd, want de vrucht des buiks is Zijn beloning, Psalm 127:3. Het is een van de sleutelen, die Hij in Zijn hand heeft, en soms maakt Hij de onvruchtbare, die dit lang geweest is, een blijde moeder van kinderen, Psalm 113:9, Jesaja 54:1.
3. Ruth nog een schoondochter, en dezelfde die zij altijd geweest is, voor Naomi, die zo weinig vergeten was, dat zij de voornaamste deelgenote was in deze nieuwe blijdschap. De goede vrouwen, die bij de geboorte van het kind tegenwoordig waren, wensten er haar nog meer geluk mee dan aan Boaz of Ruth, omdat zij het huwelijk tot stand heeft gebracht, en het het geslacht van haar man was, dat er door opgebouwd werd. Zie hier evenals tevoren, welk een waas van Godsvrucht er toen verspreid lag over de gewone uitdrukkingen van beleefdheid onder de Israëlieten! Gebed tot God vergezelde het sluiten van het huwelijk, vers 11,. en lof aan God de geboorte van het kind. Hoe jammer dat deze vrome spreekwijze in onbruik is onder de Christenen of ontaard is in formalisme. "Geloofd Zij de Heere, die u deze kleinzoon gezonden heeft vers 14, 15.
a. Die de bewaarder is van de naam van het geslacht, en die, hoopten zij, vermaard zou worden, omdat zijn vader dit was.
b. Die haar later, naar zij hoopten, gehoorzaamheid en vriendelijkheid zou bewijzen, omdat zijn moeder dit gedaan heeft. Indien hij op haar ging gelijken, dan zou hij een troost wezen voor zijn oude grootmoeder, een verkwikker van haar ziel en zou zo dit nodig mocht wezen, haar ouderdom onderhouden. Het is zeer troostrijk voor hen, die op jaren komen, om diegenen, die uit hen zijn voortgekomen, te zien opgroeien, en die door de zegen van God hun tot steun zullen wezen, als de jaren komen, wanneer zij die steun nodig zullen hebben, en waarvan zij zullen zeggen: wij hebben geen lust in dezelf.
Merk op: zij zeggen van Ruth, dat zij Naomi heeft liefgehad, en haar daarom beter was dan zeven zonen. Zie, hoe God in Zijn voorzienigheid soms het gebrek en het verlies vergoedt van die bloedverwanten, van welke wij de meesten troost hebben verwacht, van diegenen, in wie wij het minst verwacht hebben. De banden van de liefde blijken sterker dan die van de natuur, en er is een vriend, een liefhebber, die meer aankleeft dan een broeder, en zo was hier een schoondochter beter dan een eigen kind. Zie wat wijsheid en genade al niet doen zullen!
Nu wordt hier:
a. Aan het kind een naam gegeven door de naburinnen, vers 17.. De goede vrouwen wilden, dat hij Obed, een dienstknecht, genoemd zou worden, hetzij ter gedachtenis aan de geringheid en armoede van de moeder, of in het vooruitzicht dat hij later een trouw en ijverig dienstknecht zo worden van zijn grootmoeder.
Het is voor degenen, die van nog zo goede geboorte zijn, geen oneer om dienstknechten te zijn van God, van hun vrienden, en van hun geslacht. Het motto van de prins van Wales is: "Ich die-Ik dien."
b. Het kind wordt verzorgd door de grootmoeder, door haar gekoesterd, toen het door zijn moeder gespeend werd, vers 16.. Zij zette het op haar schoot ten teken van haar tedere liefde en van haar zorg. Grootmoeders zijn soms zeer gehecht aan kleinkinderen.
4. Hierdoor komt Ruth op de lijst van de voorouders van David en Christus, hetgeen de grootste eer voor haar was. De geslachtslijst gaat hier van Perez door Boaz en Obed, tot David, en leidt aldus tot de Messias, en is bijgevolg geen eindeloze geslachtsrekening.