Ruth 3:1-5
I. Naomi's zorg voor het welzijn harer dochter is ongetwijfeld zeer prijzenswaardig en is geschreven ter navolging. Zij dacht zelf aan geen huwelijk, Hoofdstuk 1:12.. Maar hoewel zij. die oud was, tot een altijddurend weduwschap was besloten, was het toch verre van haar, om er haar schoondochter toe te verbinden, die nog jong was. De ouderdom moet zich van de jeugd niet tot maatstaf steller. Integendeel, zij zint op middelen om haar goed gehuwd te krijgen. Haar wijsheid beraamde een plan voor haar dochter, waaraan de dochter in haar zedigheid niet voor zichzelve gedacht zou hebben, vers 1. Dit deed zij:
1. In gerechtigheid jegens de doden, om zaad te verwekken aan hen, die gestorven zijn en aldus het geslacht voor uitsterven te bewaren.
2. In vriendelijkheid en dankbaarheid jegens haar schoondochter, die zich zo gehoorzaam en eerbiedig jegens haar had gedragen. "Mijne dochter" (zei zij, daar zij haar in ieder opzicht als de hare beschouwde) "zou ik u geen rust zoeken?" dat is: een vestiging in de huwelijksstaat, zal ik geen goed echtgenoot voor u zien te krijgen, dat het u welga? Dat is: "opdat gij aangenaam en in overvloed kunt leven, en niet al uw dagen zult doorbrengen in de geringe en treurige omstandigheden, waarin wij ons nu bevinden". De gehuwde staat is, of behoort te wezen, een staat van rust voor jonge lieden. Omzwervende genegenheden worden dan tot een voorwerp bepaald, en het hart komt tot rust, het is tot rust in het huis van een echtgenoot, en in zijn hart, Hoofdstuk 1:9. Diegenen zijn wel zeer onbezonnen en wispelturig, die door het huwelijk tot geen bestendigheid komen. Wat begeerd en bedoeld moet wezen door hen, die zich in het huwelijk begeven, is: dat het hun wel zal gaan, en daartoe is nodig, dat zij een goede keuze doen, want anders zal het instede van een rust voor hen te wezen, de grootste onrust zijn. Ouders moeten, als zij over hun kinderen beschikken dit op het oog hebben: dat het hun wel zal gaan. En laat het steeds in gedachten worden gehouden: Datgene is het beste voor ons, wat het beste is voor onze ziel. Het is de plicht van de ouders deze rust voor hun kinderen te zoeken en te die einde alles te doen wat hun betaamt te doen. En hoe meer gehoorzaam en eerbiedig de kinderen zich jegens hen betonen, hoe meer de ouders zich alle moeite moeten geven om hen aldus gevestigd te zien, al is het ook dat het hun hard valt om van zulke kinderen te scheiden.
II. Het middel, dat zij te baat nam om haar dochter tot dat huwelijk te doen komen, was zeer buitengewoon en ziet er verdacht uit. Indien er iets onbetamelijke in was, dan lag de schuld daarvan bij Naomi, die er haar dochter toe aanzette, en die de wetten en zeden van Israël beter kende of behoorde te kennen dan Ruth.
1. Het was waar, dat Boaz, naverwant zijnde aan de overledenen, en (voorzoveel Naomi niets wist van het tegendeel) de naastverwante van allen, die nog in leven waren, door de wet Gods verplicht was de weduwe te huwen van Machlon, die de oudste zoon was van Elimelech, en gestorven was zonder kinderen na te laten, vers 2. Is niet Boaz van onze bloedvriendschap, en daarom in gemoede verplicht voor onze zaken te zorgen? Waarom zouden wij hem niet herinneren aan zijn plicht?" Het kan ons aanmoedigen om ons door het geloof aan Christus' voeten neer te leggen dat Hij onze nabestaande is, daar Hij onze natuur heeft aangenomen is Hij been van ons been, en vlees van ons vlees. 2. Het was een geschikte tijd om hem er aan te herinneren, nu hij door Ruths voortdurende aanwezigheid bij zijn maaiers gedurende de hele oogst, die nu voleindigd was, zo bekend met haar was geworden, en nu hij ook door zijn vriendelijkheid jegens Ruth in mindere aangelegenheden Naomi aangemoedigd had te hopen, dat hij ook in deze grotere zaak niet onvriendelijk, en nog veel minder onrechtvaardig zou wezen. En zij dacht dat het een goede gelegenheid was om zich tot hem te wenden, nu hij een feest gaf voor het wannen op zijn dorsvloer, vers 2, om daar en te dier stonde de oogstvreugde te besluiten, en als een goede en vriendelijke meester zijn werklieden te onthalen. Hij zal deze nacht gerst wannen, dat is: hij viert vannacht dit feest, zoals Nabal en Absalom een feest hadden bij het scheren van de schapen, zo had Boaz een feest bij het wannen.
3. Naomi dacht dat Ruth de geschiktste persoon was om dit zelf te doen, en misschien was dit het gebruik in dat land, dat de vrouw in zo'n geval de eis zou doen, zoveel wordt tenminste te kennen gegeven door de wet in Deuteronomium 25:7-9. Naomi beveelt haar dochter dus zich zindelijk en net te kleden, niet zich op te schikken, vers 3. Baad u en zalf u, niet blanket u zoals Isebel, doe uw klederen aan, geen hoerenversiersel, en ga af naar de dorsvloer", waar zij waarschijnlijk genodigd was om aan de avondmaaltijd deel te nemen, maar zij moet zich niet bekend maken, dat is: haar boodschap niet bekend maken (zij zelf meest wel zeer bekend zijn onder de maaiers van Boaz) totdat het gezelschap uit elkaar was gegaan, en Boaz zich had teruggetrokken. En bij die gelegenheid kon zij gemakkelijker afzonderlijk toegang tot hem verkrijgen dan in zijn eigen huis. En zover was nu alles wel en goed. Maar:
4. In haar komen om zich aan zijn voeten neer te leggen, als hij sliep in zijn bed, was zo'n schijn van kwaad, was zo'n naderen tot het kwaad, en zou er zo'n aanleiding toe hebben kunnen wezen, dat wij niet goed weten hoe het te rechtvaardigen is, inzonderheid is de uitnemende Dr. Poole van die mening. Wij moeten geen kwaad doen opdat er goed uit zal voortkomen. Het is gevaarlijk om de vonk en het tonder tot elkaar te brengen, want hoe groten hoop houts zal een klein vuur niet aansteken! Allen komen overeen dat het niet als precedent gesteld mag worden. Noch onze wetten, noch onze tijd zijn gelijk aan die van toen. Toch wil ik gaarne die zaak in een gunstig licht beschouwen.
Indien Boaz, zoals zij dachten, de naaste bloedverwant was, dan was zij voor God zijn vrouw (zoals wij zeggen) en dan waren er slechts weinige ceremoniën nodig om de bruiloft te voltooien, en Naomi heeft niet bedoeld, dat zij anders dan als zijn vrouw tot hem zou naderen. Zij wist dat Boaz niet alleen een oud man was (daarop alleen zou zij niet gewaagd hebben om haar schoondochter zo dicht tot hem te laten naderen) maar ook een ernstig, sober man, een deugdzaam en Godsdienstig man, een, die God vreesde. Zij wist dat Ruth een zedige jonge vrouw was, "kuis en het huis bewarende," Titus 2:5.
Wèl waren de Israëlieten eens door de dochteren Moabs verleid en verdorven, Numeri 25:1, maar deze Moabietische was niet als een van deze dochteren. Naomi zelf bedoelde niets dan wat eerlijk en eerbaar was, en haar liefde (die alle dingen gelooft, en alle dingen hoopt) verbande alle boze achterdocht, dat hetzij Boaz of Ruth iets anders zouden willen, dan wat eerlijk en eerbaar was. Indien hetgeen Naomi aanried toen even onbetamelijk en onzedig was (overeenkomstig het gebruik des lands) als het ons thans toeschijnt, dan kunnen wij niet denken dat-indien Naomi zo weinig deugd had, (en wij hebben geen reden haar deugd te verdenken) zij. zo weinig wijsheid had om haar dochter hiertoe te bewegen, daar dit alleen het huwelijk in de weg zou gestaan hebben, en de genegenheid van zo ernstig en goed een man als Boaz was van haar vervreemd zou hebben.
Naomi verwees haar schoondochter naar Boaz voor verdere instructies. Als zij hem aldus haar eis gesteld heeft, zal Boaz, die meer bekend en vertrouwd was met de wetten, haar zeggen wat zij doen moet. Zo moeten wij ons nederleggen aan de voeten van onze Verlosser, om van Hem ons lot te vernemen: Heere! wat wilt Gij dat ik doen zal, Handelingen 9:6. Wij kunnen er zeker van zijn dat Ruth, indien zij enig kwaad gevreesd had van hetgeen haar moeder haar aanried een vrouw was van te veel deugd en te veel gezond verstand om te beloven wat zij beloofd heeft vers 5. Al wat gij tot mij zegt, zal ik doen. Aldus moeten de jongen zich onderwerpen aan de ouderen, en aan hun ernstigen en wijzen raad, als zij er niets van belang tegen inbrengen kunnen.