28. Dewelke mijne ziel nog zoekt, maar ik heb haar niet gevonden. Volgens den Duitsen tekst: En mijne ziel zocht nog verder, om te weten, of er toch niet veel mensen waren, die door de vreze Gods van zulke vleselijke lusten rein bleven, en zij heeft het niet gevonden: éénen man, zoals hij wezen moet, uit duizend heb ik wel gevonden, die als een godvrezende en wijze zijn lichaam niet besmette, maar ene vrouw, zoals zij wezen moet, onder die allen heb ik niet gevonden, en ik moest alzo de opmerking maken, dat het vrouwelijk geslacht tegenover de verleiding tot zonde, in het bijzonder die van den vleselijken lust, nog veel zwakker is dan de man (
Genesis 3:16.
2 Corinthiërs 11:3.
1 Timotheus 2:12,
De Talmud (die de verklaring der Wet door de Joodse geleerden uit de eerste eeuw n. Chr. bevat) heeft dezelfde overtuiging van de meerdere zwakheid van het vrouwelijk hart en van deszelfs sterkere neiging tot het kwaad. Wij vinden daarin o.a. de volgende uitdrukkingen: Het is beter enen leeuw dan ene vrouw te volgen. Die den raad zijner vrouw volgt, komt in de hel. Vier eigenschappen kent men aan de vrouw toe: zij zijn weelderig, nieuwsgierig, lui, jaloers. De vrouw is lichtzinnig van aard. Die veel met vrouwen omgaat, wordt van de beoefening der wijsheid afgehouden. Bij de heidenen heeft er een spreekwoord bestaan: Tria mala mala pessima, ignis, aqua, femina, d.i. Het kan niet erger worden, dan deze drie het kunnen maken: het vuur, het water en de vrouw. Maar dit en nog veel meer heeft de duivel tegen het vrouwelijke geslacht en alzo tegen God en Zijn werk uit enkel haat en nijd uitgespogen, opdat hij een ieder van het huwelijk en van Gods woord afkerig en het daardoor nog erger zou kunnen maken..
Het behoort mede tot de gevolgen van den zondeval vóór de verschijning van Jezus Christus, dat de vrouw onder de Oude bedeling, terwijl zij meer onderdrukt en veronachtzaamd werd, ook bepaaldelijk zwakker was in een standvastig, heilig streven naar de goddelijke dingen..