49 Dat is, zijn portie die hij genieten zal, Pred. 2:24; 3:12; 5:18. Alsof hij zeide: De mens stervende zal niets met zich nemen; hij zal ook na zijn dood niet weten wat hier op aarde omgaat. Daarom is het het best dat hij zichzelven niet kwelle met onnutte zorg, hoe het na hem zal gaan, wat erfgenaam hij hebben zal, of hoe zij het met zijn goederen maken zullen; of hoe zij hun leven aanstellen zullen; maar dat hij met een gerust en vrolijk hart (in de vreze Gods) gebruikt hetgeen dat hij bezit, want hij zal daar niets anders van hebben. Zie Pred. 2:3.
SV, Prediker 2:24 SV, Prediker 3:12 SV, Prediker 5:18 SV, Prediker 2:3