9. En de mensen werden verhit met grote hitte en lasterden de naam van God, die macht heeft over deze plagen, dat Hij ze ook weer kan wegnemen als Hij wil, evenzeer als Hij ze beschikken kan en zij bekeerden zich niet om Hem heerlijkheid te geven, waardoor Hij toch alleen zou hebben kunnen worden bewogen tot wegneming van de plagen.
Door de uitstorting van deze schaal in de zon en verhitting van de mensen daardoor, verstaan enigen zeer grote hitte, droogte en onvruchtbaarheden, mitsgaders hongersnoden en sterften, die daarop plegen te volgen, zoals ten tijde van Elia onder de Israëlieten is geschied, die op de landen en rijken, het beest toegedaan, nog op bijzondere wijze in toekomende tijden zullen worden gezonden. Maar omdat zulke straffen zelden in een land de overhand nemen of het andere deelt mee en deze plagen eigenlijk de aanbidders van het beest worden gedreigd, zo verstaan het anderen van het licht van het heilige Evangelie, waarop deze schaal wordt uitgegoten, om het meer kracht te geven tot overtuiging en ontsteking van de harten van de mensen, waardoor nog meer tot bekering zullen worden gebracht, ook zelfs de Joden Christus met hopen zullen aannemen (Romeinen 11:25, 26) en de andere hardnekkige aanbidders van het beeld van het beest tot meer spijt en lastering zullen worden verwekt, omdat zij zullen zien, dat hun rijk daardoor eindelijk tot ondergang zal worden gebracht. Daarover zullen zij zelf de naam van God lasteren, als zij de Heilige Schrift van duisterheid, onvolmaaktheid en onzekerheid zullen beschuldigen en die een fundament van alle ketterijen durven noemen.
Niets verwoest zozeer de hele aarde en de mensen als de verschroeiende hitte van de zon, waaruit verbranding en onvruchtbaarheid van de velden en landerijen met honger en sterfte van de beesten, pestilentie en jammerlijke ondergang van de mensen voortvloeien. Bij de overvloedige bloedstorting komen dus nog onvruchtbaarheid, honger, pest en andere dergelijke rampen, die dit rijk inwendig zullen verwoesten, terwijl het antichristisch Babel, reeds aan dolle razernij en godslasteringen schuldig (Hoofdstuk 13:6), zich met zijn inwoners niet bekeren zal. Zeker, zoals Jeruzalem voorheen deze zware zonnebrand in de Romeinse oorlog gevoeld heeft, zo is er het antichristisch Rome tot heden op verschillende tijden niet meer vrij van geweest als van bloedige oordelen, dat men als voorspel van zwaarder plagen moet aanmerken.
De zon is in de taal van de profeten een zinnebeeld van koningen, die van majesteit en heerlijkheid schitteren. Ik ben van gedachte, dat hier met levendige verven worden afgemaald de overgrote rampen en verbazende ellenden, die Italië, de ware stoel van het beest, overstroomd hebben bij gelegenheid van de oorlogen, die de machtige koningen van Frankrijk (Karel VIII en Lodewijk XII) hebben verwekt, terwijl die eerst naar het rijk van Napels, daarna ook naar het hertogdom Milaan stonden en die Italië vele jaren lang heeft moeten doorworstelen; met zo zichtbare bewijzen van Gods strenge gerechtigheid, dat de hele wereld over de rechtvaardige oordelen van God verbaasd stond.
Hierin zien wij Gods soevereiniteit in het besturen van alle oordelen. Het wordt hier als een verzwaring van hun zonde aangemerkt, omdat zij God veracht en zichzelf niet vernederd hebben voor Die, die hen geslagen had (Jesaja 9:12). Door de lasteringen hebben wij te verstaan een meer verwoed en uitzinnig najagen van hun godslasterlijke dwalingen en afgodische wegen.