Numeri 28:9-15
De nieuwe manen en sabbaten worden dikwijls tezamen genoemd als grote plechtigheden in de Joodse kerk, zeer troostrijk voor de toenmalige heiligen, en in type de Evangelie-genade voorstellende. Nu hebben wij hier de bepaling voor de offers:
1. Op de sabbatdagen. Op iedere sabbatdag moet het offer verdubbeld worden, behalve de twee lammeren als dagelijks brandoffer, moeten er nog twee geofferd worden, een waarschijnlijk toegevoegd aan het morgenoffer, en het andere aan het avondoffer, vers 9, 10. Dit leert ons op de sabbatdagen onze oefeningen van de Godsvrucht te verdubbelen, want dit eist de plicht van de dag. De sabbatsrust moet gehouden worden, opdat wij ons te meer kunnen toeleggen op het sabbatswerk, dat geheel onze sabbatstijd moet innemen. In Ezechiëls tempeldienst, die op Evangelie-tijden wijst, moesten de offeranden op de sabbat bestaan uit zes lammeren en een ram met hun spijsoffers en drankoffers, Ezechiël 46, om te kennen te geven, niet slechts de voortduring van de sabbatsheiliging, in de dagen van de Messias, maar ook de toeneming, de verhoging er van. Dit is het brandoffer van de sabbat in zijn sabbat, luidt het oorspronkelijke in vers 10. Wij moeten het werk van elke sabbat werken op zijn dag, er ons op toeleggende om iedere minuut van de sabbatstijd uit te kopen, als degenen die geloven dat hij kostbaar is, er niet aan denken om het werk van de ene sabbat naar de anderen te verschuiven, want iedere sabbat is genoeg voor deszelfs dienst.
2. Voor de nieuwe maanden. Sommigen opperen het denkbeeld dat gelijk de sabbat gehouden werd met het oog op de schepping van de wereld, de nieuwe maanden geheiligd werden met het oog op de Goddelijke voorzienigheid, want God heeft de maan gemaakt tot de gezette tijden, Hij leidt de wentelingen destijds naar haar wisselingen, en bestuurt de ondermaanse dingen (naar velen denken) door haar invloeden. Hoewel wij nu geen feesten van de nieuwe maanden vieren, moeten wij toch niet vergeten aan God de eer te geven van al de kostelijke dingen door de nieuwe maan tevoorschijn gebracht die eeuwiglijk bevestigd is in de hemel, Psalm 89:38. In de nieuwe maanden waren de offers zeer aanzienlijk, twee varren, een ram en zeven lammeren met de spijsoffers en de drankoffers, die er mee gepaard moesten gaan, vers 11 en verv, behalve nog een zondoffer, vers 15. Want als wij eer geven aan God door Zijn zegeningen te erkennen, dan moeten wij Hem ook eer geven door onze zonden te belijden. En als wij ons verblijden in de gaven van Zijn gewone voorzienigheid, dan moeten wij het offer van Christus, die grote gave van bijzondere genade, tot de bron en oorsprong maken van onze blijdschap. Sommigen hebben betwijfeld, of de nieuwe maanden tot hun feesten gerekend moesten worden, maar waarom zouden zij er niet toe gerekend worden, als zij, behalve de bijzondere offers, die dan geofferd moesten worden, ook geen dienstwerk. verrichtten, Amos 8:5, "de trompetten" "bliezen," Hoofdstuk 10:10, en tot de profeten gingen "om" "het woord te horen", 2 Koningen 4:23. En de aanbidding bij de nieuwe manen wordt als type gesteld van de aanbidding in de tijden van het Evangelie, Jesaja 66:23.