Numeri 27:12-14
I. God spreekt Mozes hier van zijn verkeerdheden, van zijn onbedachtelijk spreken bij de twistwateren, waar hij zich niet zo behoedzaam had uitgedrukt ter ere van God en van Israël als hem betaamd had, vers 14. Hoewel Mozes een dienstknecht des Heeren was een getrouw dienstknecht, is hij toch eenmaal weerspannig geweest tegen Gods gebod, is hij tekort gekomen in zijn plicht, en hoewel hij zeer eervol God gediend had en in hoge gunst bij Hem stond, zal hij nu toch horen van zijn verkeerdheid, ook de gehele wereld zal ervan horen, telkens en nogmaals, want God zal Zijn misnoegen tegen de zonde tonen, zelfs in hen die Hem het naast en het liefst zijn. Zij, die kostelijk zijn van wijsheid en van eer, hebben het nodig om voortdurend te letten op hun woorden en wegen, opdat zij niet te eniger tijd zeggen of doen, wat nog lang daarna schadelijk is aan hun welzijn, of aan hun eer, of wel aan beide.
II. Hij spreekt Mozes van zijn dood. Zijn dood was de straf van zijn zonde, en toch wordt hem zijn dood aangekondigd op zo'n wijze, dat het oordeel er van verzacht, ja lieflijk gemaakt wordt, en hem er mee kan verzoenen.
1. Mozes moet sterven, maar eerst zal hij de voldoening hebben van het land van de belofte te zien, vers 12. God heeft met hem dit gezicht er op te geven niet bedoeld hem er mee te tergen, of hem zijn dwaasheid te verwijten door datgene te doen wat hem belette er in te komen, ook werd er zo'n indruk niet door teweeggebracht op hem, maar God bedoelde het, en Mozes nam het aan, als een gunst. Zijn gezichtsvermogen werd (naar wij reden hebben te denken) wonderbaarlijk versterkt, zodat hij er zo helder en duidelijk een gezicht op kreeg, dat zijn onschuldige nieuwsgierigheid er geheel door werd voldaan. Dit gezicht op Kanaän betekende zijn gelovig vooruitzicht op het betere land, dat is: het hemelse, hetgeen voor stervende heiligen zeer troostrijk is.
2. Mozes moet sterven, maar de dood roeit hem niet uit, doch verzamelt hem slechts tot zijn volken, brengt hem ter ruste met de heilige aartsvaders, die hem zijn voorgegaan, Abraham, en Izak en Jakob waren zijn volken, de volken van zijn keuze en van zijn liefde, en tot hen wordt hij door de dood verzameld.
3. Mozes moet sterven, doch slechts zoals Aäron vóór hem stierf, vers 13. En Mozes had gezien hoe gemakkelijk en blijmoedig hij eerst het priesterschap, en daarna het lichaam heeft afgelegd. Laat Mozes dus niet vrezen te sterven, het is slechts een verzameld worden tot zijn volken, zoals Aäron tot zijn volken verzameld is. Zo behoren wij van de dood van onze naaste en dierbaarste bloedverwanten gebruik te maken:
a. Als een aansporing voor ons om dikwijls aan ons sterven te denken. Wij zijn niet beter dan onze vaderen of broederen, als zij zijn heengegaan, zullen wij ook heengaan, indien zij nu reeds verzameld zijn tot hun volken, zullen wij weldra er ook toe verzameld worden.
b. Als een aanmoediging voor ons om zonder verschrikking aan de dood te denken, en er zelfs met welbehagen aan te denken, het is slechts te sterven zoals die en die gestorven zijn, indien wij leven zoals zij geleefd hebben, en hun einde was vrede, zij hebben met blijdschap de loop geëindigd waarom zouden wij dan in het dal van de schaduw des doods kwaad vrezen?