Nehemia 6:1-9
Wij hebben hier een bericht van twee komplotten, die tegen Nehemia gesmeed werden hoe listig zijn vijanden ze hadden beraamd en hoe gelukkig zij door Gods goede voorzienigheid en zijn wijsheid verijdeld werden.
I. Een komplot om hem in een strik te lokken. De vijanden hadden bericht gekregen van de goede voortgang van het werk, dat al de scheuren in de muur dichtgemaakt waren zodat zij hem zo goed als voltooid beschouwden, hoewel toen de deuren nog niet in de poorten waren opgezet, vers 1. Daarom moeten zij, nu of nooit, door een stouter slag Nehemia ervan weg zien te krijgen. Zij hadden gehoord hoe goed hij op zijn hoede was, zodat het niet mogelijk was hem op die plaats zelf aan te vallen, daarom pogen zij hem door list en vleierij in hun midden te doen komen.
Merk op:
1. Met welk een helse list zij hem zochten te overreden om met hen samen te komen, niet in een stad, want dat zou aanleiding hebben gegeven om te vermoeden dat zij zich meester van hem wilden maken, maar in een dorp in de stam van Benjamin. "Kom, en laat ons tezamen vergaderen om te beraadslagen over de gemeenschappelijk belangen van onze gewesten." Of zij wilden hem doen denken dat zij aanzoek deden om zijn vriendschap, gaarne beter bekend met hem wilden worden, teneinde een goede verstandhouding tussen hen te vestigen. Maar zij bedoelden hem kwaad te doen. Waarschijnlijk had hij in het geheim bericht ontvangen dat hun plan was hem gevangen te nemen, of wel, hij kende hen zo goed dat hij, zonder aan de liefde tekort te doen, tot de gevolgtrekking kon komen dat zij het op zijn leven gemunt hadden, en daarom heeft hij, toen zij vriendelijk tot hem spraken, hen niet geloofd.
2. Zie, met hoe hemelse wijsheid hij hun voorstel afwees. Zijn God onderrichtte hem, om hun door zijn eigen boden dit voorzichtige antwoord te zenden. "Ik doe een groot werk en heb het zeer druk, ik zou niet gaarne willen dat het werk stilstond, als ik het verlaat om tot u af te komen," vers 3. Zijn zorg was: het werk niet te doen stilstaan, hij wist dat dit gebeuren zou, al zou hij het ook voor nog zo korte tijd verlaten, en waarom zou dit werk ophouden, terwijl ik het zou nalaten en tot ulieden afkomen? Hij zegt niets van zijn vermoedens, verwijt hun hun verraderlijke bedoeling niet, maar geeft hun een goede reden, een van de ware redenen-waarom hij niet wilde komen. Plichtplegingen moeten altijd wijken voor zaken, voor werk, dat gedaan moet worden. Laat hen, die door hun ijdele metgezellen in verzoeking gebracht worden om in vrolijke, ijdele gezelschappen te komen, aldus op de verzoeking antwoorden: Wij hebben werk te doen, en moeten dat niet verzuimen of veronachtzamen." Vier maal zijn zij met hetzelfde aanzoek tot hem gekomen, en even dikwijls heeft hij hun hetzelfde antwoord gegeven, dat hun, naar wij kunnen veronderstellen, zeer verdroot en ergerde, want het was juist het doen ophouden van het werk, dat zij bedoelden en het zal hun doen wanhopen om de onderneming te zien mislukken, als de ondernemer er zich zo met alle macht op toelegt, om haar tot een goed einde te brengen. Ik antwoordde hun, zegt hij, op dezelfde wijze, vers 4. Welke drang men ook op ons uitoefene om ons ertoe te brengen iets te doen, dat zondig of onvoorzichtig is, wij moeten voor die drang niet bezwijken, er ons niet door laten overwinnen maar met dezelfde redenen en dezelfde vastberadenheid aan de verzoeking weerstand bieden. II. Een komplot om hem van zijn werk weg te schrikken. Konden zij er hem slechts van wegdrijven, het werk zou als vanzelf ophouden. Hiertoe deed Sanballat nu een poging, maar tevergeefs.
1. Hij tracht Nehemia de vrees in te boezemen, dat zijn onderneming om de muren van Jeruzalem op te bouwen algemeen opgevat werd als een poging tot opstand en verraad, en als zodanig zeer euvel aan het Perzische hof werd opgenomen, vers 5-7. De beste mensen zijn, zelfs vanwege hun onschuldigste en voortreffelijkste daden, aldus onder verdenking gekomen. Dit wordt hem geschreven in een open brief als een zaak, die algemeen bekend was en overal besproken werd, dat dit bericht verspreid was onder de volken, en Gasmu zal er de waarheid van bevestigen, namelijk dat Nehemia zich tot koning wil doen uitroepen en het Perzische juk zal afschudden. Het is iets geheel gewoons, dat de bozen hun eigen begrippen voor de begrippen van het algemeen willen doen doorgaan. Nu wendt Sanballat voor Nehemia hiervan te verwittigen als zijn vriend, opdat hij zich heenspoede naar het hof om zijn onschuld te bewijzen, of wel zijn onderneming te staken, uit vrees dat men er zodanig een verkeerde voorstelling van zal geven, het is tenminste in die veronderstelling, dat hij hem dringt om met hem samen te komen. "Kom dan nu, en laat ons tezamen beraadslagen, hoe dit gerucht te smoren, " hopende hem door dit middel weg te krijgen, of tenminste hem weg te krijgen van zijn werk. Zo was zijn mond gladder dan boter, maar was zijn hart krijg, en hoopte hij, evenals Judas, hem met een kus te verraden en te doden. Maar zeker, het net wordt vergeefs gespreid voor de ogen van allerlei gevogelte, Nehemia begreep spoedig wat de bedoeling was, namelijk hun handen van het werk te doen aflaten, vers 9, en dus ontkende hij niet slechts dat deze dingen waar waren, maar ook dat zij bericht waren, dat het gerucht ervan verspreid was, hij was te goed bekend om aldus verdacht te worden.
2. Aldus ontkwam hij aan de strik, en bleef hij standhouden, en wilde hij door geen winden en wolken van zaaien en oogsten worden weggeschrikt. Gesteld eens, dat dit gerucht verspreid was, dan moeten wij toch nooit de ons bekende plicht nalaten, uit vrees dat men er een verkeerde voorstelling van zal geven, maar zolang wij een goede consciëntie bewaren, aan God de zorg voor onze goede naam overlaten. Maar dit gerucht was ook werkelijk niet verbreid. Hoewel Gods volk genoegzaam overladen wordt met smaad en laster, hebben zij toch in werkelijkheid niet zo'n slechten naam, als sommigen het willen doen voorkomen.
Temidden van zijn klagen over hun boosaardigheid in hun poging om hem te willen verschrikken, om aldus zijn handen slap te maken, heft hij zijn hart op tot God in dit korte gebed: Nu dan, o God, sterk mijn handen, vers 9. Het is de steun en hulp van Godvruchtige mensen, dat zij in al hun benauwdheden en moeilijkheden een goede God hebben tot wie zij zich kunnen wenden, van wie zie door geloof en gebed genade kunnen verkrijgen, om hun vrees tot zwijgen te brengen en hun handen te sterken, als hun vijanden pogen hun schrik en angst in te boezemen en hun handen te verslappen. Als wij in onze Christelijke arbeid en strijd een bijzondere dienst hebben te verrichten en een zeer bijzondere strijd hebben te strijden, dan is dit een goed gebed om tot God op te zenden: "Ik heb een plicht te volbrengen, zo en zo een verzoeking te weerstaan, nu dan, 0 God, sterk mijn handen." Sommigen lezen dit niet als een gebed, maar als een heilig besluit (want de woorden: o God zijn in onze vertaling ingelast), nu dan ik zal mijn handen sterken. Christelijke kloekmoedigheid zal opgewekt en versterkt worden door tegenstand. Elke verzoeking om ons af te leiden van onze plicht moet ons aansporen om met zoveel te meer ijver onze plicht te betrachten.