10. Lijdt smart en arbeid, dien de Heere u oplegt, om voort te brengen, o dochter Zions! Gij zult die dodelijke smarten, die over u komen, moeten lijden, al kromt gij u van smart als ene barende vrouw; want, het kan niet bespaard worden, nu zult gij wel zeker uit de stad henen uitgaan, als zij door den vijand zal worden veroverd, en op het veld wonen, aan storm en onweder prijs gegeven, en tot in Babel komen, maar aldaar zult gij gered worden 1). De Heere zal u zowel uit het eigenlijke Babel als ook uit de macht der wereld, wier beeld het is, verlossen; aldaar zal u de HEERE verlossen uit de hand uwer vijanden.
1) De Heere spreekt hier het in lijden zijnde volk aan met den tederen naam van dochter Zions en roept het toe om niet alleen de ellende te aanvaarden, maar om uit die ellende de vrucht der gerechtigheid te plukken. Door de verdrukking zal het volk heen moeten, door het lijden tot heerlijkheid. Dit geldt ook op geestelijk gebied. Eerst de geboorteweeën van het nieuwe leven en dan de tijd van heerlijkheid en verlossing. Wie de smart over de zonde niet kent, weet ook niet van de blijdschap der zaligheid te spreken.
1) Onnodig hebben de uitleggers zich veel hieraan gestoten, dat Micha hier de verwoesting der stad door de Chaldeën en de wegvoering van het volk van Israël (dat na de verwoesting van het rijk der tien stammen door de Assyriërs in Zion zijn middelpunt had) naar Babel voorzegt. Het Chaldeeuwse rijk met zijne hoofdstad Babel was toch zelfs nog niet eens zelfstandig en van enige betekenis, het Assyrische rijk met de hoofdstad Nineve begon eerst gevaarlijk te worden. Micha wijst dan ook op andere plaatsen duidelijk op de gerichten door Assur. Wel voorzegde Jesaja, die gelijktijdig leefde, de wegvoering naar Babel, maar deze heeft toch ten minste de vernietiging van de Assyrische legermacht voor de muren van Babel beleefd, en daarin een aanknopingspunt voor het ophouden der Assyrische macht en de verheffing van Babel gehad, terwijl Micha die vernietiging van het Assyrische leger niet meer beleefde. Hoewel nu een zo bijzonder en ver reikend profetisch oog op zich zelf niet voor onmogelijk kan worden gehouden, zo heeft toch de voor ons liggende profetie nog ene andere verklaring. Zeker bedoelt de Profeet hier, even als in Hoofdstuk 3:12, vooreerst de verwoesting der stad en de verbanning des volks door de Chaldeën. Met deze katastrofe is echter de voorzegging van Micha niet vervuld, evenmin als de volgende belofte door het terugkeren uit de Babylonische ballingschap vervuld is. Micha plaatst zich met dezen naam "Babel" in de beschouwingswijze der geschiedenis van het rijk Gods, welke op den Pentateuch (de 5 boeken van Mozes) steunt. Deze wordt in de Heilige Schrift met voorliefde onder het gezichtspunt der tegenstelling geplaatst, namelijk aan de ene zijde de heilige stad Jeruzalem (met den heiligen koning David), aan de andere zijde de stad Babel (met den God trotserenden koning Nimrod). De reden, waarom voor de Gode vijandige wereld juist dit Tyrus, waarvan het gebruik tot aan het einde der Schrift doorgaat (Openbaring 6:19; 17:5; 18:21), gekozen werd, ligt in het bericht (Genesis 11), dat juist hier de mensheid zich tot de tegen God gerichte onderneming van den torenbouw verstoutte. Het gaf alzo te kennen, dat de bedreiging op onze plaats niet minder betekende, dan dat voor de komst der zaligheid, door vreselijke katastrofen, de gemeente Gods aan het rijk der wereld moest worden overgegeven.
Het is dus niet genoeg, de bedreigingen van Micha alleen tot Sanheribs inval, of ook maar alleen tot de wegvoering naar Babel door Nebukadnezar te beperken. maar wij moeten die tevens toepassen op de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen en de daarmee zamenhangende verstrooiing der Joden in de gehele wereld, terwijl de beloofde verlossing uit Babel tevens ziet op de redding van Israël, welke nu, wat de hoofdzaak aangaat, nog in de toekomst ligt. In de typische betekenis van Babel, als de haardsteden van den menselijken hoogmoed en van goddeloze machtsontwikkeling, en als aanslag van het wereldrijk, hebben wij zowel de oorzaak te zoeken voor het goddelijk raadsbesluit, om het volk Gods, dat in de macht van het rijk der wereld moet worden overgegeven, naar Babel te verbannen, als het aanknopingspunt bij de verwezenlijking van dit raadsbesluit, in het profetisch bewustzijn voor de verkondiging daarvan. Micha voorzegt alzo de wegvoering der dochter Zions naar Babel, en hare redding uit de macht harer vijanden, niet omdat Babel naast Nineve, die hoofdstad van het wereldrijk in zijnen tijd, een hoofdstad van dit rijk is, maar omdat Babel van zijn oorsprong af, type en zinnebeeld was van de macht der wereld.