Markus 1:23-28
Zodra Christus begon te prediken, begon Hij ook wonderen te doen ter bevestiging van Zijne leer, en zij waren van zulk een aard, dat er het doel en de strekking van Zijne leer door aangeduid werden, namelijk Satan ten onder te brengen en zieke zielen te genezen. In deze verzen zien wij:
I. Christus, den duivel uitwerpende uit een bezetene in de synagoge te Kapernaum. Dit voorval wordt niet meegedeeld door Mattheus, maar wèl vinden wij het vermeld in Lukas 4:34.
Er was in hun synagoge een mens met een onreinen geest, en pneumati akathartoo -in een onreinen geest, want de geest had den mens in zijn bezit en leidde hem gevangen naar zijn wil. Zo wordt de gehele wereld gezegd te liggen in het boze, of in den boze, en tooi ponerooi. En sommigen hebben gedacht dat het juister is te zeggen: Het lichaam is in de ziel, omdat het er door geregeerd wordt, dan de ziel is in het lichaam. Hij was in den onreinen geest, zoals men zegt, dat iemand in koorts is, of in razernij, dat is: hij is er gans door overweldigd. De duivel wordt hier een onreine geest genoemd, omdat hij al de reinheid van zijn oorspronkelijke natuur heeft verloren, in lijnrechte tegenstelling handelt met den Heiligen Geest Gods, en omdat hij door zijne inblazingen den geest der mensen verontreinigt. Deze mens was in de synagoge, hij kwam er noch om onderwezen noch om genezen te worden, maar, gelijk sommigen denken, om zich tegen Christus te stellen en het volk te verhinderen om in Hem te geloven. Nu hebben wij hier:
1. De woede van den onreinen geest tegen Christus. Hij riep uit, als iemand die in doodsbenauwdheid is om de tegenwoordigheid van Christus, en bevreesd om uitgedreven te worden. Aldus geloven de duivelen en sidderen, zij hebben een afschuw van Christus, maar gene hoop op Hem, noch eerbied voor Hem. Er wordt ons meegedeeld wat hij zei, vers 24, hij onderhandelt niet met hem, spreekt van gene voorwaarden -zo ver was het er vandaan dat hij in verbond met Hem was-maar hij spreekt als iemand, die zijn vonnis kent. Hij noemt Hem Jezus, Nazarener. Voor zoveel blijkt was hij de eerste, die Hem zo noemde, en hij deed het voorbedachtelijk om het volk geringe gedachten van Hem in te blazen, omdat uit Nazareth niets goeds werd verwacht, om hen tegen Hem te bevooroordelen, door Hem voor te stellen als een bedrieger, daar iedereen wist dat de Messias van Bethlehem moest zijn. Toch wordt hem ene belijdenis ontwrongen, namelijk dat Hij is de Heilige Gods, zoals aan de dienstmaagd, die een waarzeggenden geest had, de bekentenis werd ontwrongen, dat de apostelen dienstknechten waren van God den Allerhoogste, Handelingen 16:16, 17. Zij, die van Christus slechts het begrip hebben, dat Hij de Heilige Gods is, maar toch geen geloof in Hem noch liefde voor Hem hebben, gaan niet verder dan de duivel. In werkelijkheid erkent hij dat Christus hem te machtig is, dat hij voor Zijne macht niet kan bestaan. Laat af, want als Gij ons bestraft, zijn wij verloren, Gij kunt ons verderven. Dat is de rampzaligheid van die boze geesten, die zij volharden in hun rebellie, en toch weten dat het einde er van hun verderf zal zijn. Hij begeert niets van doen te hebben met Jezus Christus, en vreest verdaan, verdorven door Hem te worden. Wat hebben wij met U te doen? Indien Gij van ons aflaat, ons met rust laat, dan zullen wij ook van U aflaten. Zie dan wiens taal zij spreken, die tot den Almachtige zeggen: Wijk van ons. Deze, een onreine geest zijnde, haatte en vreesde Christus, omdat hij Hem kende als den Heilige, want het bedenken des vlezes is vijandschap tegen God, inzonderheid tegen Zijne heiligheid.
2. De overwinning, door onzen Heere Jezus Christus behaald over den onreinen geest. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels zou verbreken. Dit doet Hij ook hier blijken, en door vleierij noch bedreiging laat Hij er zich van terughouden dezen krijg voort te zetten. Het is tevergeefs dat Satan bidt en smeekt: Laat van ons af, zijne macht moet gebroken worden, en die arme mens moet geholpen en verlicht worden, en daarom gebiedt Jezus. Gelijk Hij leerde, zo heeft Hij ook genezen, als machthebbende. Jezus bestrafte hem, Hij dreigde hem en legde hem het zwijgen op, Zwijg stil, phimoothêti wees gemuilband. Christus heeft een muilband voor dien onreinen geest, als hij vleit evengoed als wanneer hij blaft. Zodanig ene erkenning van Hem veracht Christus, zo verre is Hij er vandaan van haar aan te nemen. Sommigen belijden Christus de Heilige Gods te zijn, ten einde onder den dekmantel dier belijdenis hun boosaardige plannen te volvoeren, maar hun belijdenis is in dubbelen zin een verfoeisel voor den Heere Jezus, daar zij in Zijn naam om vrijheid vraagt om te zondigen, en daarom zullen zij tot zwijgen en schande worden gebracht. Maar dit is niet alles, hij moet niet slechts zwijgen, maar ook uitgaan van den mens. Dit was het wat hij vreesde, weerhouden te worden van nog verder kwaad te doen. Doch de onreine geest wijkt, want daartoe was hij genoodzaakt, vers 26. Hij scheurde hem, veroorzaakte hem hevige stuiptrekkingen, zodat men gedacht zou hebben, dat hij hem in stukken gescheurd had. Christus wilde hij niet aanraken, maar in zijne woede tegen Hem heeft hij dien armen mens ten uiterste gekweld. Als Christus door Zijne genade arme zielen verlost uit de macht van Satan, dan gaat dit ook niet zonder heftige schuddingen en beroering in de ziel, want de vijand zal hen, die hij niet kan verderven, tenminste ontrusten. Hij riep met een grote stem, om de toeschouwers te verschrikken en zich ontzagwekkend voor te doen, alsof hij wilde doen denken dat, hoewel hij voor het ogenblik overwonnen was, hij toch de verloren macht hoopte te herkrijgen.
II. De indruk, dien dit wonder teweegbracht op het gemoed des volks, vers 27, 28.
1. Het verbaasde hen, die het zagen, Zij werden allen verbaasd. Het was blijkbaar voor iedereen, dat de man bezeten was-getuige zijn gescheurd worden, en de grote stem, waarmee de geest uitriep. Het was dus ook blijkbaar, dat hij door de macht van Christus was uitgeworpen. Dit was ene verrassing voor hen, en bracht hen er toe om bij zich zelven te overleggen en elkaar af te vragen: Wat nieuwe leer is deze? Want zij moet gewis van God zijn, daar zij aldus bevestigd wordt. Hij heeft voorzeker macht om ons te gebieden, die de macht heeft ook den onreinen geesten te gebieden, en zij kunnen Hem niet weerstaan, maar zijn genoodzaakt Hem te gehoorzamen. De Joodse duivelbezweerders gaven voor, dat zij door toverij of bezwering de boze geesten uitdreven, maar dit was gans wat anders, met macht gebiedt Hij hen. Voorzeker is het dus in ons belang Hem tot onzen vriend te hebben, die de helse geesten bedwingen kan.
2. Zijn roem werd nu verbreid onder allen.
Zijn gerucht ging terstond uit in het gehele omliggende land van Galilea, dat een derde deel uitmaakte van het land Kanaän. Het verhaal ging weldra van mond tot mond, en de mensen schreven het aan hun vrienden in het gehele land met de opmerking: Wat nieuwe leer is deze? Zodat men algemeen tot de gevolgtrekking kwam, dat Hij een leraar was van God gezonden, en in die hoedanigheid schitterde Hij met helderder glans, dan indien Hij in de uitwendige praal en pracht was verschenen, waarin de Joden den Messias verwachtten. Aldus bereidde Hij zich zelven den weg, nu Johannes, die Zijn voorloper of heraut was, in de gevangenis zat. En de roem van dit wonder verspreidde zich des te verder, daar de Farizeeën, die Zijn roem benijdden en zich beijverden hem te verduisteren, hun lasterlijke bedenksels nog niet hadden uitgesproken, dat Hij de duivelen uitwierp door een verbond met den overste der duivelen.