Maleachi 4:1-3..
De grote en vreselijke dag des Heren wordt hier geprofeteerd. Gelijk de wolk- en vuurkolom, zal die een donkere zijde hebben, naar de Egyptenaars gewend, die tegen God strijden, en een lichtzijde, naar de gelovige Israëlieten toegekeerd. De dag komt, dat is: de Here komt, de dag des Heren komt. En dit heeft betrekking zowel op Zijn eerste als op Zijn wederkomst, beide dagen zijn bepaald, en beide beantwoorden aan de hier gegeven schildering.
I. In beide is Christus een verterend vuur voor die tegen Hem opstaan. De dag van Zijn komst "zal branden als een oven, het zal een dag van de wrake, van de hitte des vuurs zijn", Hebreeën 10:27. Dit wordt voorzegd aangaande de Messias, Psalm 21:9, Uwe hand zal Uw vijanden vinden Gij zult ze zetten als een vurige oven ter tijd Uws toornigen aangezicht. Het zal een dag van verschrikking en verwoesting zijn als de brand ener stad of liever van een bos, welks bomen verdord en verdroogd zijn, want daarop schijnen die woorden te zinspelen, gelijk ook Jesaja 10:17, 18,. "Want het licht van Israël zal tot een vuur zijn, en Zijn Heilige tot een vlam, welke in brand steken en verteren zal zijn doornen en zijn distelen. Merk hier nu op
1. Wie voedsel voor dat vuur zullen zijn: alle hoogmoedigen van harte, wier woord tegen God heeft gesproken, wier hals stijf is en onbekwaam, zich te buigen onder het juk van Zijn geboden, allen goddelozen, die, gelijk zij hun neus omhoog steken, niet onderzoeken, hun gedachten zijn, dat er geen God is, Psalm 10:4.. Zij onderwerpen zich niet aan de genade en de heerschappij van Christus, in hun trots zeggen zij, dat zij niet willen, dat Deze koning over hen zal zijn. Het zijn al degenen, die goddeloos handelen in hun genegenheid en wandel die willens in de zonde volharden, de wet Gods verachten en overtreden en goddeloos handelen tegen het verbond, gelijk een andere profeet het reeds vroeger had gezegd, Daniël 11:32.. God, die ieders bestaan ten volle kent, weet wie die hoogmoedigen zijn en al hun daden, weet wie goddeloos handelen. Zij zullen zijn als stoppelen voor het vuur, er door verteerd worden, ten enenmale vergaan. En het is geheel aan hen zelf te wijten, dat dit lot hen treft, want zij hebben zich zelf tot stoppelen en voedsel voor het vuur gemaakt. Als ze geen stoppelen waren, zouden ze niet verbranden, want het vuur doet met ieder, naar zijn werk zal zijn: hout, hooi en stoppelen worden verteerd, maar goud, zilver, kostelijke stenen gereinigd, 1 Corinthiers 3:13- 15, . zij zijn bestand tegen het vuur. Zij, die zich door hun ongeloof tegen Christus verzetten, stellen zich daardoor tot doornen en distelen, die het vuur verbrandt, Jesaja 27:4, 5..
2. Wat zal de kracht en wat de uitwerking van dat vuur zijn? De toekomstige dag zal ze in vlam zetten, ze zowel verschrikken als verteren en hun wortel noch tak laten, zoon noch neef (gelijk de Chaldeeuwse paraphrase luidt), noch zij noch hun geslacht zal gespaard worden, zij zullen ten enenmale uitgeroeid en afgesneden worden. Wie kent de sterkte van Gods toorn? De hoogmoedigen en die goddelooslijk handelen zullen die trotseren, maar Zijn sterkte ervaren. Waar zijn ze nu, die de hoogmoedigen gelukzalig achtten, wanneer alle ellende over hen wordt uitgegoten, wanneer hun geen tak van hun geluk voor het tegenwoordige, noch wortel van geluk voor de toekomst gelaten wordt? Dit is vervuld,
a. Toen Christus door Zijn leer schrik en oordeel over de Farizeeën en andere Joden, die goddeloos handelden, uitsprak, toen Hij dat vuur op de aarde zond, die het kaf van de overleveringen van de ouden en hun omtuining van Gods wet verbrandde.
b. Toen Jeruzalem door de Romeinen ingenomen en verwoest werd, en de Joden als volk ophielden, onder de hemel te bestaan, wortel noch tak overhoudende. Dat schijnt hier hoofdzakelijk bedoeld te zijn, onze Zaligmaker zegt, dat die dagen dagen van wrake zouden wezen, "opdat alles vervuld worde, dat geschreven is," Lukas 21:22.. De ongelovige Joden waren als stoppelen voor het verterend vuur van Gods oordelen, die om hen samenpakken gelijk roofvogels om een dood lichaam samenkomen.
c. Het past ook en moet ook toegepast worden op de oordeelsdag, op het oordeel des doods. Sommige Joodse doctoren zien erin de straf, die de ziel des goddelozen aangrijpt, zodra die ziel het lichaam verlaten heeft. Maar het ziet toch vooral op het algemene oordeel, op de jongste dag, wanneer Christus zal geopenbaard worden in een vlammend vuur, om te oordelen alle hovaardigen en die goddeloos handelen. De ganse wereld zal dan branden als een oven, en alle kinderen van deze wereld, die daarop hun hart zetten en daarin hun deel hebben, zullen met haar vergaan, het vuur, dat dan aangestoken wordt, zal nimmer geblust worden.
II. In beide is Christus een verblijdend licht voor hen, die Hem getrouw dienen, die Zijn naam vrezen en Hem de ere geven, die Hem toekomt, vers 2,. die ontzag tonen voor die Naam, welke door de goddelozen veracht en vertreden wordt. Barmhartigheid en troost worden bewaard voor allen, die de Here vrezen en Zijns naams gedenken.
Merk op
1. Vanwaar deze genade en troost hun toekomen: Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon van de gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen. Gelijk de toekomstige dag voor de goddelozen een dag van storm zal zijn, een dag waarop God "strikken, vuur en zwavel op hen zal regenen en een geweldige stormwind het deel huns bekers zijn," Psalm 11:7,. "een dag van duisternis en donkerheid en geen licht," Amos 5:18, 20, zo zal het een heerlijke en blijde dag wezen voor hen, die God vrezen, een dag van herleving als de rijzende zon aan de aarde bereidt. Nadruk wordt gelegd op de over Zoar opgaande zon, welke stad genadig gespaard werd voor het lot van de andere steden, die het vuur verteerde, Genesis 19:23.. zo wordt degenen, die God vrezen, troost toegesproken. Wanneer de harten van de anderen smelten van vreze, dan heffen zij hun hoofd opwaarts van vreugde omdat hun verlossing nabij is, Lukas 21:28.. Onder de Zon van de gerechtigheid hebben wij niets en niemand anders te verstaan dan de Here Jezus Christus, die op Zich heeft genomen, het gelovig overblijfsel te redden, ten dage van der Joden ondergang, opdat het niet met de anderen omkome, en het te troosten met Zijn troost in de dagen van smart en verbaasdheid. Hij heeft degenen, die in Judea waren, aangezegd, dat "ze vlieden zouden op de bergen," Mattheus 24:16.. Dat hebben zij gedaan en zijn veilig geweest in Pella. Maar de toepassing kan ook algemener zijn.
a. Op de komst van Christus in het vlees om te zoeken en zalig te maken die verloren zijn, toen de Zonne der gerechtigheid over deze duistere wereld opging. Christus is het Licht van de wereld, het ware licht, het grote licht, dat de dag maakt en beheerst, Johannes 8:12,. als de Zon. Hij is het Licht des mensen, Johannes 1:4,. voor der mensen zielen wat de zon voor de zichtbare wereld is, die zonder zon een hol zou zijn. De mensheid zou de duisternis zelf zijn, zonder het licht van de heerlijkheid Gods, schijnende in het aangezicht van Jezus Christus. Christus is de Zon, die in zichzelf het licht heeft en is de bron des lichts, Psalm 19:5-7.. Hij is de Zonne der gerechtigheid, want Hij is zelf een rechtvaardige Heiland. Rechtvaardigheid is beide het licht en de warmte van de zon, ze leidt, onderricht en maakt levend, Zijn woord is evenzo in warmte en licht. Hij heeft een eeuwige gerechtigheid aangebracht. Hij is ons van God geworden rechtvaardigheid, Hij is de Here van onze gerechtigheid, en wordt daarom terecht de Zonne van de gerechtigheid geheten. Door Hem worden wij gerechtvaardigd en geheiligd en zo geleid om het licht te zien. In de volheid des tijds ging de Zonne van de gerechtigheid over de wereld op, en daarmede kwam het Licht in de wereld, Johannes 3:19,. een groot licht, Mattheus 4:16.. In Hem heeft ons bezocht de Opgang uit de hoogte, om te verschijnen dengenen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods, Lukas 1:78, 79.. Rechtvaardigheid betekent soms barmhartigheid of goedwilligheid, en het was in Christus, dat de goedertierenheden onzes Gods ons bezocht hebben.
b. Het is toepasselijk op de genade en de troost des Heiligen Geestes, die in de zielen van de mensen wordt uitgestort. Hugo de Groot ziet erin, dat Christus Zijn Geest geeft, om in hun harten te schijnen, om hun een trooster en zon en schild te zijn. Hun, die bezield zijn met en geleid worden door een heilige vrees voor God en ontzag voor Zijn majesteit, zal ook Zijn liefde in het hart uitgestort worden door de Heilige Geest. Dan kan gezegd worden, dat de zon daarbinnen verrijst, een heerlijke dag aanbreekt en een levende bron in hen ontspringt.
c. Christus' wederkomst zal een glorievolle en welkome zonsopgang zijn voor allen, die Zijn Naam vrezen, dat zal die morgen van de opstanding wezen, wanneer de oprechten over de dwazen zullen heersen, Psalm 49:15.. Die dag, die voor de goddelozen een brandende oven zal zijn, zal voor de rechtvaardigen een heerlijke morgen wezen, daarop wachten ze, meer dan de wachters op de morgen.
2. Wat deze genade en troost hun zal brengen. Hij zal verrijzen met genezing onder Zijn vleugelen, of: in Zijn stralen, die als de vleugelen van de zon zijn. Christus kwam als de Zon, niet alleen om de donkere wereld licht te brengen, maar ook genezing aan een kranke aarde. De Joden (zegt Dr. Pocock) hebben een spreekwoord: Naarmate de zon stijgt, nemen de krankheden af, de bloemen, die de hele nacht treurig omlaag hingen en kwijnden, herleven in de morgen. Christus kwam in de wereld om de grote Heelmeester te zijn, ja en tegelijk de universele artsenij, beide heelmeester en balsem van Gilead. Toen Hij op aarde verkeerde ging Hij rond als de zon, goed doende, Hij genas alle ziekten en kwalen onder het volk, Hij genas er velen, zoals de zon ook doet. Hij zal opgaan met genezing in Zijn zomen (zoals sommigen lezen, met zinspeling op de vrouw, die slechts de zoom van Zijn kleed aanraakte en gezond werd, terwijl Hij bekende, dat kracht van Hem was uitgegaan, Markus 5:28-30.. Maar dat genezen van lichamelijke kwalen was een beeld van Zijn grote plan, komende in de wereld, om der mensen zielen te genezen, ze gezond te maken, opdat zij God mochten dienen en zich in Hem verblijden.
3. Welke goede uitwerking dat op hen zal hebben.
A. Hij zal hun innerlijke kracht geven: "Gij zult uitgaan, gelijk de genezenen naar buiten gaan en tot uw arbeid wederkeren." De ziel verlaat bij de dood het lichaam, en het lichaam bij de opstanding het graf, gelijk gevangenen hun kerker, en beide om het licht te zien en de vrijheid te herkrijgen. "Gij zult uitgaan, als planten uit de aarde schieten, wanneer de lentezon ontwaakt." Sommigen zien daarin de uittocht van de Christenen uit Jeruzalem, om haar ondergang niet mee te maken. zo gaan de zieken, voor wie deze Zonne der gerechtigheid opgaat, uit de wereld, uit Babel, en worden waarlijk vrijgemaakt. "Gij zult insgelijks toenemen, tot gezondheid en vrijheid weergekeerd zult gij toenemen in kennis en genade en geestelijke kracht." De zielen, over wie de Zonne der gerechtigheid opgaat, groeien op tot een volkomen man, die door de genade Gods wijs en goed zijn gemaakt, worden door dezelfde genade wijzer en beter, en hun pad, gelijk dat van de opgaande zon, "voortgaande en lichtende tot de volle dag toe," Spreuken 4:18.. Hun toenemen wordt vergeleken met dat van mestkalveren, een snelle, krachtige, nuttige groei. "Gij zult toenemen, niet gelijk de bloemen des velds, die tenger en teer en tot weinig nut zijn, die spoedig verdorren als zij bloeien, maar als mestkalveren", dat is, gelijk een rabbijn het uitlegt, toenemen in vlees en vet, waarmede Gods altaren en `s mensen tafel gevuld worden. Zo is de groei van de heiligen, over wie de Zonne der gerechtigheid opgaat, een eer voor God en mensen. Sommigen lezen, inplaats van "Gij zult toenemen", Gij zult u bewegen en van vreugde opspringen, even vrolijk als kalveren uit de stal (Engelse vertaling voor ons mestkalveren) wanneer zij naar de weide losgelaten worden. Het spreekt dan van de blijdschap van de heiligen, die zich in Jezus Christus verheugen, ook zij zullen opspringen van vreugd en altijd triumferen.
B. Het zal hun de overwinning geven over hun vijanden, vers 3.. Gij zult de goddelozen vertreden. Er is een tijd geweest, dat de goddelozen hen vertraden en tot hun ziel zeiden: Buigt u neder, dat wij over u gaan, maar eens komt de dag, dat zij de goddelozen vertreden. De goddelozen, tot Christus' voetbank gemaakt, zullen ook hun voetbank zijn, Psalm 110:1. en komen en aanbidden voor hunne voeten, Openbaring 3:9.. De meerdere zal de mindere dienen. Wanneer de gelovigen door het geloof de wereld overwinnen, wanneer zij hun eigen verdorven begeerten en hartstochten bedwingen, dan verbrijzelt God de Satan onder hun voeten, en vertreden zij de goddelozen. Toen de beurt aan de Christenen kwam om over de Joden te triumferen, die hen gelasterd hadden, werd deze belofte vervuld: zij zullen as worden onder de zolen uwer veten, gij zult ze vertreden, zelfs tot as. Wanneer de dag, die komt, hen zal verbrand hebben, zult gij ze tot as vertreden. Wanneer de rechtvaardigen ten eeuwigen leven zullen opstaan, zullen de goddelozen tot eeuwige afgrijzing verrijzen, en hoewel genen zich niet verblijden over dezen, ze zullen toch zich verheugen, dat God in hun verderf verheerlijkt wordt. De verheerlijkte heiligen wordt voorspeld, dat ze macht zullen hebben over de volken, zij zullen ze hoeden met een ijzeren staf, Openbaring 2:26, 27. Dat zult gij doen te dien dage, die Ik maken zal, zegt de Here der heirscharen. Zie, de triumf van de heiligen is te danken aan Gods triomf, niet zij doen het, maar Hij doet het. Hij zegt. "Komt en zet uw voet op de nek van deze koningen." De Engelse vertaling luidt hier: Ten dage, dat Ik dit doen zal, dat Ik u die triumf bereid. Het zal die dag zijn, waarvan gij met blijdschap zult getuigen: Dit is de dag, die de Here gemaakt heeft, laat ons op hem ons verheugen en verblijd zijn, Psalm 118:24. De dag van de verwoesting van Jeruzalem wordt Handelingen 2:20, de grote en doorluchtige dag des Heren genoemd. En wanneer onze Heiland die verwoesting voorzegt, maakt Hij van soortgelijke uitdrukkingen gebruik, die evengoed toepasselijk zijn op het einde van de wereld en het laatste oordeel. Die verwoesting van de heilige stad was zulk een ontzettende openbaring van Gods toorn van de hemel, en veroorzaakte op aarde zo'n afschuw en ellende, dat ze als type kan gelden van de heerlijke overgang, die aan het einde der dagen in de eeuwigheid zal overbrengen. Door de vervulling van deze profetieën in de ondergang van de Joodse natie vinden wij de bevestiging van ons geloof in de verzekeringen, die Christus ons heeft geschonken aangaande de oplossing aller dingen. Zie, Ik kom haastelijk, zegt Christus de Here der heirscharen, Wien alle macht in hemel en op aarde gegeven is.