15. Als een mens door overtreding overtreden, iets ontvreemdt, of de wet verkracht en door afdwaling gezondigd zal hebben, wat ontwendende van de heilige dingen van de HEERE, door achteloosheid en vergeetachtigheid de Heere die gaven onthoudende, welke hij naar de wet verplicht is aan het heiligdom of aan de priesters te brengen (
Exodus 23:19;
30:12,
Numeri 18:11, ), zo zal hij tot Zijn schuldoffer, voor zijn schuldbetaling, waartoe hij nu verplicht is, de HEERE brengen een volkomen ram 1) uit de kudde, met uwschatting aan zilveren sikkels, 2) die tenminste twee zilvers sikkelen waard is, naar de sikkel van het heiligdom (zie "
Exodus 30:13) ten schuldoffer, opdat daardoor zijn zonde verzoend wordt.
1) Het onderscheid in het offerdier toont duidelijk, dat hier een ander soort van overtreding wordt aangeroerd, omdat God nu in plaats van een wijfje een mannelijk offerdier eist. Eerder was Hij tevreden met een lam of bok, omdat echter de prijs van een ram groter is, daaruit volgt, dat de straf wordt opgelegd voor een zwaardere overtreding. De zwaarte van de straf nu hangt af van de hoedanigheid van de zaak, wanneer iemand niet slechts een sterfelijk mens heeft beledigd, maar God zelf, en niet eenvoudig één van de geboden van de eerste tafel heeft overtreden, maar, wanneer hij zijn belofte niet heeft vervuld, of een kreupele offerande had gebracht; of in welk offerande ook, hij God, krachtens zijn persoonlijk recht, had bedrogen. Vandaar ook de uitdrukking: "Van de heilige dingen van de Heere." Met welke uitdrukking Mozes op het oog heeft, zowel de gelofte vrijwillig gedaan, als de wettig voorgeschreven offeranden, zoals de tienden, de eerstelingen, de aanbieding van de eerstgeborenen, omdat in al deze dingen de Israëlieten streng bevolen waren, om God naar hun beste weten te dienen. Indien nu de gierigheid iemand had verblind, zodat hij, door eigen voordeel te zoeken, God minder betaalde, dan hij gehouden was, eiste de zorgeloosheid, naar verdienste, een zwaardere straf. Men moet echter weten, dat hier een overtreding wordt getekend, wanneer bedrog en kwade trouw niet in het spel waren, omdat, indien iemand met opzet en listig van het heilige tot eigen voordeel had aangewend, de zonde van heiligschennis niet zo gemakkelijk kon verzoend worden. Maar, omdat het dikwijls gebeurde, dat vasthoudende mensen en gierigaards ter behartiging van eigen zaken al te spaarzaam zijn heeft God; voor dat geval, deze offerande opgelegd, indien uit onbedachtzaamheid huiselijk voordeel meer had gewogen, dan de zorg voor de vervulling van de godsdienstplichten..
Het is zeer opmerkelijk, dat wij in Jesaja 53, na de vermelding dat Jezus om onze ongerechtigheden in het algemeen is verbrijzeld, ook lezen, dat Hij Zijn ziel zou stellen tot een dergelijk (ash'am) schuldoffer; want in die woorden worden wij erop gewezen, dat er waarlijk in al onze noden hulp besteld is bij een volkomen Held, die verlossen kan. God wilde niet dat Israël zich vergenoegen zou met een algemene overtuiging van de verzoening, die bij Hem is; maar dat de gelovigen zouden stilstaan bij de overweging van de bepaalde kracht van het offer, tot wegneming en reiniging van bijzondere zonden. Niet zelden gebeurt het, dat wij in bijzondere omstandigheden, en gebogen onder bepaalde zonden zodanig worden geslingerd en in verwarring gebracht, alsof daarvoor geen vergeving besteld was, vooral wanneer die zonden opzicht hebben op Gods majesteiten de bepaalde instellingen van Zijn dienst. Daartoe wordt Christus als het schuldoffer aan ons voorgesteld. God is in Hem voldaan, en wij moeten arbeiden om van Hem zo'n geloofsgezicht te verwerven, dat ook wij voor ons zelf met Hem voldaan worden, dat is, dat wij tot reiniging van al onze zonden aan Hem genoeg hebben. Dat voldaan zijn met Christus als het offer, is het eten van Zijn offervlees, dat aan de priesters bij het schuldoffer ten deel viel; want Christus, door het geloof aangenomen, is niet slechts onze verzoening bij God, maar evenzeer onze spijs en drank tot het eeuwige leven..
2) De prijs is onbestemd gelaten omdat deze in verband stond met de zwaarte van de overtreding. De schatting werd aan de priester overgelaten. Minstens moest de ram twee sikkels waard zijn. Volgens de mening van sommigen moest bij de ram nog een bedrag in sikkels zelf als een bijzondere belasting gevoegd worden. O.i. ten onrechte..