Klaagliederen 4:21-22
Davids klaagpsalmen besluiten gewoonlijk met een of ander woord van troost, dat als het leven uit de dood en als licht schijnende uit de duisternis is, zo ook het klaaglied in dit hoofdstuk. Het volk van God is nu in grote ellende, hun aanzien jammerlijk, hun vooruitzichten zijn verschrikkelijk, en hun slechtgezinde naburen, de Edomieten, juichen over hen en doen al wat zij kunnen om hun verstoorders tegen hen te verbitteren. Zo groot was hun geweld tegen hun broeder Jakob, Obadja: 10 en hun wrevel tegen Jeruzalem, waarvan zij riepen: "Ontbloot het, ontbloot het", Psalm 137:7. Nu wordt hier voorspeld, tot bemoediging van Gods volk
I. Dat er een einde zal komen aan Zions ellende, vers 22 :De straf van uw ongerechtigheid is vervuld, o gij dochter Zions! niet de straf, die zij verdient, maar die welke God bestemd en besloten heeft uit te voeren, en die nodig was voor Gods doel, de verheerlijking van Gods rechtvaardigheid en de wegneming van hun zonde. De gevangenschap, die de straf is van uw ongerechtigheid, is vervuld, Jesaja 40:2, en "Hij zal u niet meer gevankelijk doen wegvoeren, of: Hij zal u niet langer in gevangenschap houden, " Hij zal uw gevangenis wenden en een heerlijke verlossing voor u werken. De ellende van Gods volk zal niet langer duren dan nodig is om haar werk te doen, waarvoor zij gezonden was.
II. Dat er een eind zal komen aan Edoms gejuich. Ironisch wordt hier gezegd: "Wees vrolijk en verblijd u, gij dochter Edoms," ga voort over Zion in haar ellende te juichen, totdat gij de maat van uw ongerechtigheid hebt vol gemaakt. Doe dat, verblijd u in uw tijdelijke vrijstelling van het gemeenschappelijk lot uwer naburen. Dit is iets dergelijks als wat Salomo zegt tot de jongeling in zijn ongebonden vrolijkheid, Prediker 11:9 :"Verblijdt u, o jongeling, in uw jeugd, " verblijd u, als gij kunt, terwijl God komt om met u af te rekenen, wat niet lang duren zal. De beker van de zwijmeling, waarvan het nu Jeruzalems beurt is een range teug te nemen, "zal ook tot u komen," hij zal rond gaan tot het uw beurt is te drinken. Dat is een goede reden om niet te juichen over die in ellende zijn, want wij zelf zijn ook in het lichaam, en wij weten niet hoe spoedig hun lot het onze zal worden. Maar die een welbehagen hebben in de rampen van Gods kerk moeten er op rekenen, dat hun als helpers en aanhitsers hetzelfde vonnis zal treffen, als hun, die het werktuig van die rampen zijn geweest. De vernietiging van de Edomieten werd door deze profeet voorspeld, Jeremia 49:7, enz, en het volk van God, moet in `t uitzicht daarop, moed vatten, ondanks hun tegenwoordige ruwheid en onbeschaamdheid.
1. Het zal een schandelijke vernietiging zijn: "De beker, die tot u komen zal, zal u dronken maken" (en dat is op zich zelf al schande genoeg, "gij zult dronken worden, geheel verdwaasd, en ten einde raad, gij zult wankelen in al uw overleggingen en struikelen bij al uw ondernemingen en dan zult gij ontbloot worden, evenals Noach, toen hij dronken was, en u zelf aan verachting prijs geven." Die Gods volk bespotten, zullen naar recht overgegeven worden, om te een of andere tijd dat te doen, waardoor zij zelf bespottelijk worden.
2. Het zal een rechtvaardige vernietiging zijn. God zal daarmee uw ongerechtigheid bezoeken en uw zonden ontdekken, Hij zal ze straffen, en om Zichzelf daarin te rechtvaardigen, en te doen blijken dat Hij gegronde reden had om aldus tegen hen op te treden. Ja, de straf van de zonde zal zo nauwkeurig aan de zonde beantwoorden, dat zij die klaarlijk zal ontdekken. Soms straft God de ongerechtigheid zo, dat, wie `t wil, de zonde gemakkelijk kan te weten komen uit de straf. Maar, vroeger of later zal de zonde bezocht en ontdekt worden, en al het verborgene werk van de duisternis aan het licht gebracht.