Esther 8:1-2
Het was nog niet lang geleden, dat wij Esther en Mordechai in tranen en vrees hebben gezien maar vastende en biddende, laat ons nu zien hoe hun uit de duisternis licht is opgegaan.
1. Esther is verrijkt. Haman was als een verrader gehangen, daarom zijn zijn goederen verbeurd verklaard aan de kroon, en de koning schonk ze allen aan Esther, ter vergoeding van de schrik en de angst, waarin die boze man haar had doen komen, en de kwelling, die hij haar veroorzaakt had, vers 1. Zijn huizen en landerijen, zijn have en goed, al het geld dat hij had opgehoopt terwijl hij eerste staatsminister was (en wij kunnen veronderstellen dat dit niet weinig is geweest), het wordt alles aan Esther gegeven, toegevoegd aan hetgeen haar reeds van de koning toekwam. Aldus is "het vermogen" "des zondaars voor de rechtvaardige weggelegd," Spreuken 13:22, en "de onschuldige zal het zilver delen," Job 27:17, 18. Waar Haman kwaad mee gedaan zou hebben, daar zal Esther goed mee doen, en bezittingen moeten geschat worden naar het gebruik, dat men ervan maakt.
2. Mordechai wordt bevorderd. Zijn pralende optocht op die morgen door de straten van de stad was slechts een plotselinge flikkering van de glans van de eer, maar hier hebben wij een duurzamer en voordeliger bevordering, waartoe hij verheven werd, waarvoor de andere slechts gelukkig de weg had bereid.
A. Hij is nu erkend als neef van de koningin, een verwantschap die, voorzoveel blijkt, de koning totnutoe onbekend was gebleven, hoewel Esther nu reeds vier jaren koningin was. Zo nederig en bescheiden een man was Mordechai, en zo weinig streefde hij er naar om een betrekking aan het hof te bekleden, dat hij zijn verwantschap aan de koningin verborgen hield evenals haar verplichting aan hem als haar voogd, en nooit maakte hij tot zijn eigen voordeel gebruik van haar invloed. Wie dan Mordechai zou zo weinig aandacht aan zo groot een eer hebben geschonken? Maar nu kwam hij voor het aangezicht van de koning, geïntroduceerd, zoals wij zeggen om des konings hand te kussen, want nu eindelijk had Esther te kennen gegeven wat hij haar was, haar niet slechts na verwant, maar de beste vriend, die zij in de wereld bezat, die voor haar gezorgd heeft toen zij een wees was, en die zij nog eerde en eerbiedigde als een vader. Nu vindt zich de koning om de wille van zijn vrouw meer verplicht dan hij dacht, om een welbehagen te hebben in de eer van Mordechai. Hoe groot waren de verdiensten van die man, aan wie beide de koning en de koningin feitelijk hun leven verschuldigd waren. Voor de koning gebracht zijnde, heeft hij zich ongetwijfeld voor hem wel nedergebogen en hem eerbied betoond, al wilde hij die ook niet aan Haman, een Amalekiet, betonen.
B. De koning stelt hem tot zegelbewaarder aan in de plaats van Haman. Al het vertrouwen dat hij in hem gesteld, en al de macht, die hij hem gegeven had, worden nu overgedragen op Mordechai, en zo heeft hij die betrouwenswaardige, nederige man evenzeer tot zijn gunsteling, zijn vertrouweling en agent gemaakt als ooit die trotse verraderlijke ellendeling het geweest is. Een gelukkige verandering in de keuze van zijn boezemvriend, en dat hebben hij en zijn volk ongetwijfeld spoedig bemerkt.
C. De koningin maakt hem tot haar rentmeester voor de besturing van Hamans goederen en om ze in bezit te nemen en te houden. Zij stelde Mordechai over het huis van Haman. Zie de ijdelheid van schatten op te leggen op aarde "men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar" "zich nemen zal" Psalm 39:7, niet alleen weet men niet "of hij wijs zal zijn of dwaas," Prediker 2:19, maar ook niet of hij een vriend of een vijand zal wezen. Met hoe weinig genoegen, ja met hoeveel voortdurende kwelling en ergernis, zou Haman op zijn goederen hebben gezien, als hij had kunnen voorzien dat Mordechai, de man die hij boven ieder ander in de wereld haatte zou heersen over al zijn arbeid, die hij bearbeid had, en dacht dat hij zich wijs had betoond! Het is dus in ons belang om ons die schatten te verzekeren, die niet achtergelaten worden, maar met ons naar een andere wereld zullen gaan.