Esther 5:1-8
I. Hier is Esthers stoutmoedig naderen tot de koning, vers 1. Toen de tijd, bepaald voor het vasten, voorbij was, verloor zij geen tijd, maar ging op de derde dag, toen haar geest en gemoed nog onder de indruk waren van gebed en smeking tot God, tot de koning. Als het hart verruimd is door gemeenschapsoefening met God, dan zal het vrijmoedigheid hebben om voor Hem te doen en voor Hem te lijden. Sommigen denken dat het driedaags vasten slechts bestond in een hele dag en twee hele nachten, gedurende welke de hele tijd zij volstrekt geen voedsel tot zich namen, en dat dit drie dagen genoemd wordt, zoals Christus gedurende even lange tijd in het graf heeft gelegen. Deze uitlegging wordt gesteund door de overweging dat de koningin op de derde dag aan het hof verscheen. Besluiten, waaraan moeilijkheden en gevaren verbonden zijn, moeten zonder verwijl ten uitvoer worden gebracht, opdat zij niet verflauwen en verslappen. Wat gij doet, moet kloek en stout gedaan worden, doe hef haastelijk. Nu trok zij een koninklijk kleed aan, teneinde zich te meer de koning aan te bevelen, en legde haar kleed van de vastendag af. Zij deed haar fraaie klederen aan, niet om zichzelve maar om haar echtgenoot te behagen. In haar gebed, zoals wij het in het apocriefe boek vinden, Esther 14-16, spreekt zij aldus tot God: Heere, Gij weet dat ik het teken van mijn hogen staat verafschuw, dat op mijn hoofd is in de dagen, wanneer ik mij toon, enz. Laat hen, wier rang hen verplicht rijke klederen te dragen hieruit leren er aan gestorven te zijn, en ze niet tot hun versierselen te maken. Zij stond in het binnenste voorhof tegenover de koning, verwachtende, tussen hoop en vrees, haar oordeel, haar vonnis.
II. De gunstige ontvangst, die de koning haar gaf. Toen hij haar zag verkreeg zij genade in zijn ogen. De schrijver van het apocriefe boek en Josefus zeggen dat zij twee dienstmaagden had medegenomen, op de ene leunde zij, de andere droeg haar sleep, dat haar gelaat blijmoedig en zeer lieflijk was, maar haar hart vol was van bekommering en angst, dat de koning, zijn aangezicht opheffende, waarop een uitdrukking lag van majesteit, haar eerst zeer toornig aanzag, waarop zij verbleekte, in zwijm viel, zich buigende op het hoofd van de dienstmaagd, die bij haar stond, maar dat God toen de gemoedsgesteldheid des konings veranderde, dat hij toen geheel verschrikt van zijn troon sprong, haar in zijn armen nam, totdat zij weer tot zichzelve kwam, en haar toen met liefdevolle woorden vertroostte. Hier wordt ons slechts gezegd:
1. Dat hij haar beschermde tegen de wet en haar veiligheid verzekerde door haar de gouden scepter toe te reiken, vers 2, waarvan zij de spits dankbaar aanroerde, waardoor zij zich als een nederige smekelinge aan hem voorstelde. Aldus macht bij God verkrijgende, en bij Hem overmocht hebbende, evenals Jakob, had zij ook macht bij de mensen. Die voor God zijn leven zal willen verliezen, zal het behouden, of het in een beter leven terugvinden.
2. Dat hij haar aanmoedigde in haar bede vers 3. Wat is u, koningin Esther, of wat is uw verzoek? Zover was het van hem haar als een misdadige te beschouwen, dat hij verheugd scheen haar te zien en haar genoegen wenste te doen. Hij, die zich van de ene echtgenote had gescheiden, omdat zij niet kwam toen zij geroepen werd, wilde niet streng zijn jegens een andere, omdat zij kwam zonder geroepen te zijn. God kan het hart van de mensen, van de hoge, voorname mensen, van hen, die met de grootste willekeur handelen, omwenden naar het Hem behaagt. Esther vreesde dat zij zou omkomen, en nu wordt haar beloofd dat zij zal verkrijgen wat zij begeert, al was het ook de helft van het koninkrijk. In Zijn voorzienigheid voorkomt God dikwijls de vrees, en overtreft de hoop van Zijn volk, inzonderheid als zij zich wagen voor Zijn zaak. Laat ons, zoals onze Heiland, aan de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter de aanmoediging ontlenen dat wij altijd moeten bidden en niet vertragen Lukas 18:6-8. Hoor wat deze hooghartige koning zegt: Wat is uw bede, en wat is uw verzoek? het zal u gegeven worden, en zeg: zal dan God het gebed van Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, niet horen en verhoren? Esther kwam tot een trots, heerszuchtig man, wij komen tot de God van liefde en genade. Zij was niet geroepen, wij wel, de Geest zegt: Kom, en de bruid zegt: Kom. Er was een wet tegen haar, wij hebben een belofte, menige belofte voor ons. Bid, en u zal gegeven worden. Zij had geen vriend om haar voor te stellen of voor haar te pleiten integendeel, hij, die toen des konings gunsteling was, was haar vijand, maar wij hebben een voorspraak bij de Vader, in wie Hij een welbehagen heeft. Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon van de genade.
3. Dat alles, wat zij hem toen te verzoeken had, hierin bestond dat het hem mocht behagen om aan een feestmaal te komen, dat zij voor hem bereid had, en Haman mee te brengen vers 4, 5. Hiermede wilde zij:
a. Hem te kennen geven op hoe hoge prijs zij zijn gunst en zijn gezelschap stelde. Wat zij ook van hem te vragen had, die begeerde zij boven alles, wenste zij tot elke prijs te verkrijgen.
b. Zien, hoe zij stond in zijn genegenheid, want indien hij haar dit verzoek weigerde, dan zou het doelloos zijn hem haar ander verzoek voor te dragen.
c. Trachten hem in een aangename stemming te brengen, zijn geest verzachten, opdat zijn gemoed zoveel ontvankelijker zou zijn voor de indrukken van de klacht, die zij hem te doen had.
d. Hem behagen door ook zijn gunsteling Haman te nodigen, daar zij wist dat hij zeer gesteld was op zijn gezelschap, en die zij tegenwoordig wilde hebben als zij haar klacht ging doen want zij wilde niets van hem zeggen dat zij hem ook niet in zijn aangezicht zou durven zeggen. Zij hoopte op de maaltijd des wijns een betere gelegenheid te hebben om haar verzoek voor te dragen. Wijsheid is nuttig om ons te besturen in de omgang met mensen, die een moeilijk en eigenzinnig karakter hebben.
4. Dat hij bereidwillig was om te komen, en Haman gebood mee te gaan, vers 5, hetgeen een aanduiding was van de genegenheid, die hij nog voor haar had behouden, indien hij wezenlijk het verderf van haar en haar volk bedoelde, hij zou aan haar maaltijd geen deel hebben willen nemen. Daar herhaalde hij zijn vriendelijke vraag: Wat is uw bede? en zijn edelmoedige belofte, dat zij toegestaan zou worden zelfs tot de helft van het koninkrijk, een spreekwoordelijke uitdrukking, waarmee hij haar verzekerde dat hij haar niets zou weigeren dat billijk was. Herodes gebruikte die uitdrukking, Markus 6:23.
5. Dat Esther het toen goed achtte om niet meer te vragen dan een belofte, dat het hem zou behagen om nog een uitnodiging voor een ander feestmaal aan te nemen op de volgende dag en wel in haar eigen vertrekken, en wederom Haman zou medebrengen, vers 7, 8, hem te kennen gevende dat zij hem dan zou zeggen wat haar verzoek was. Dit uitstellen van het doen van haar eigenlijk verzoek kan toegeschreven worden: a. Aan Esthers voorzichtigheid, daar zij hoopte dat zij zich dan nog verder aangenaam bij hem kon maken, en daardoor invloed op hem zou verkrijgen. Misschien heeft haar thans, nu zij haar verzoek wilde doen, de moed begeven, en wenste zij nog enige tijd te hebben voor gebed, dat God haar mond en wijsheid zou geven. Waarschijnlijk wist zij dat dit uitstellen om haar verzoek te doen, als een teken en bewijs opgenomen zou worden van haar groten eerbied voor de koning, en dat zij hem niet gaarne al te veel zou willen dringen. Wat haastig gevraagd wordt, wordt dikwijls haastig geweigerd, maar wat met bedaard overleg gevraagd wordt, verdient in overweging te worden genomen.
b. Aan Gods voorzienigheid, die het Esther in het hart gaf om haar bede nog een dag uit te stellen. Zij wist niet waarom, maar God wist het, Hij wist dat hetgeen er in die nacht tussen nu en morgen gebeuren zou, haar plan zou bevorderen, de weg zou banen voor haar voorspoed, dat Haman tot het toppunt van zijn boosaardigheid zou komen tegen Mordechai, en beginnen zou voor zijn aangezicht te vallen. De Joden hebben misschien gedacht dat Esther traag en vadsig was, en haar daarom gelaakt, haar oprechtheid, of tenminste haar ijver verdacht, maar de uitkomst weerlegde hun vrees, en toonde aan dat alles ten beste was geschied.